Afsplitsing over Jehova's Getuigen..
Moderator: Moderators
Afsplitsing over Jehova's Getuigen..
Afgesplitst uit http://www.freethinker.nl/forum/viewtop ... c&&start=0 Door Devious.
Het verslag en de (contradictie) is mij over en over bekend, je kan het ook zo zien, iedere vertaler moet bewust kommas plaatsen want in de oorspronkelijke taal werkte men niet met punctatie, het punt is alleen ,wie heeft de komma op de juiste plaats gezet ,want het maakt een wereld van verschil.
Als de boeven gelijk met Jezus in het paradijs waren na hun dood, als je daar dan vanuit gaat is het een voedingsbodem voor verdere contradicties .
Het verslag en de (contradictie) is mij over en over bekend, je kan het ook zo zien, iedere vertaler moet bewust kommas plaatsen want in de oorspronkelijke taal werkte men niet met punctatie, het punt is alleen ,wie heeft de komma op de juiste plaats gezet ,want het maakt een wereld van verschil.
Als de boeven gelijk met Jezus in het paradijs waren na hun dood, als je daar dan vanuit gaat is het een voedingsbodem voor verdere contradicties .
Dat niet alleen de betrouwbaarheid van de evangeliën te wensen overlaat maar ook de betrouwbaarheid van de verschillende vertalingen ontgaat de meeste mensen.antoon schreef:Het verslag en de (contradictie) is mij over en over bekend, je kan het ook zo zien, iedere vertaler moet bewust kommas plaatsen want in de oorspronkelijke taal werkte men niet met punctatie, het punt is alleen ,wie heeft de komma op de juiste plaats gezet ,want het maakt een wereld van verschil.
Lukas 23:43
Nieuwe Wereld Vertaling: "En hij zei tot hem: 'Voorwaar, ik zeg u heden: Gij zult met mij in het paradijs zijn.'"
NBG : "En hij zeide tot hem, voorwaar, ik zeg u, heden zult gij met mij in het paradijs zijn."
Het verschil in beide vertalingen is slecht een kwestie van een komma, en toch is het verschil in betekenis groot.
Omdat Jehovah's Getuigen niet geloven in de onsterfelijkheid van de ziel, kan Jezus in hun ogen niet bedoeld hebben dat de moordenaar direct in het paradijs zou zijn. Daarom is in de NWV de komma zo geplaatst dat het woord "vandaag", waar alles om draait, bij "voorwaar ik zeg u" wordt gevoegd, in plaats van bij "gij zult met mij in het Paradijs zijn".
De uitdrukking "Voorwaar ik zeg u" wordt door Jezus enkele tientallen keren gebruikt. (Lukas 7:28, 7:43, 10:24, 11:8. 11:9, enz.), maar nergens in combinatie met "vandaag". In alle gevallen volgt na de inleiding "ik zeg (u)" de eigenlijke mededeling. Het is onmogelijk om het woord vandaag in het Grieks te verbinden aan de inleiding. De andere verzen bevestigen dat het woord "vandaag" tot de eigenlijke mededeling behoort, en onafhankelijk van de plaatsing van de komma is.
Het zou zelfs niet logisch zijn dat Jezus zou zeggen "ik zeg u vandaag (of: heden)....." Hij zegt het niet gisteren, en niet morgen. Het spreekt voor zich dat hij het vandaag zegt. De enige mogelijke vertaling is dus: "voorwaar ik zeg u: heden zult u met mij in het paradijs zijn"
Bron en meer uitleg op volgende website: http://www1.tip.nl/~t661020/leer/luk2343.htm
- Rereformed
- Moderator
- Berichten: 18251
- Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
- Locatie: Finland
- Contacteer:
Dit was de zaak die Marc tussen haakjes zette, en terecht, want een belachelijker plaatsen van een komma is onmogelijk te verzinnen. Dus Jezus wilde volgens de jehovagetuigen beklemtonen dat hij iets vandaag zegt. Blijkbaar had hij gisteren nog iets anders gezegd tegen de crimineel? Of zal hij er morgen weer anders over denken? ...oeps, morgen?...antoon schreef:Het verslag en de (contradictie) is mij over en over bekend, je kan het ook zo zien, iedere vertaler moet bewust kommas plaatsen want in de oorspronkelijke taal werkte men niet met punctatie, het punt is alleen ,wie heeft de komma op de juiste plaats gezet ,want het maakt een wereld van verschil.
Als iemand niet inziet dat jehovagetuigen hier op grove wijze een tekst verkrachten dan ben ik aan het eind van mijn latijn en stel voor dat zo'n persoon de pot op kan (en daarna naar de basisschool). Het spijt me maar er zijn grenzen aan discussies.
Born OK the first time
Laten we het wel prettig houdenDit was de zaak die Marc tussen haakjes zette, en terecht, want een belachelijker plaatsen van een komma is onmogelijk te verzinnen. Dus Jezus wilde volgens de jehovagetuigen beklemtonen dat hij iets vandaag zegt. Blijkbaar had hij gisteren nog iets anders gezegd tegen de crimineel? Of zal hij er morgen weer anders over denken? ...oeps, morgen?...
Als iemand niet inziet dat jehovagetuigen hier op grove wijze een tekst verkrachten dan ben ik aan het eind van mijn latijn en stel voor dat zo'n persoon de pot op kan (en daarna naar de basisschool). Het spijt me maar er zijn grenzen aan discussies.
Jezus was bijna aan zijn dood toe en ging stijlfiguren gebruiken bij zijn woorden.
Laatst gewijzigd door antoon op 02 jan 2009 09:11, 1 keer totaal gewijzigd.
Het gaat erom wat jezus bedoelde , dat het even voor onze begrippen minder taalkundig overkomt daar kan ik, kunnen wij ook niets aandoen. er zijn meer vertalers die het zo intepreteren als wij het doen overigens.
"ik zeg u , heden gij zult met mij in het paradijs zijn" komt net zo veemd over,er was van tenhemel stijging geen sprake. de boosdoener zinspeelde daar overigens ook niet op.
hij zij: denk aan mij als u in uw koninkrijk gekomen bent, de toemalige begrippen waren een opstanding aan het eind der dagen,geen ten hemel gaan, dat zij Martha ook over haar broer Lazarus.
"ik weet dat hij zal opstaan op de laatste dag"
Job sprak trouwens ook zoiets
Jezus en de boosdoener wisten precies wat hij bedoelde, met deze woorden.
Jezus gaat zichzelf niet tegespreken.
http://www.jehovahs-getuigen.nl/nvw_ond ... vers43.htm
"ik zeg u , heden gij zult met mij in het paradijs zijn" komt net zo veemd over,er was van tenhemel stijging geen sprake. de boosdoener zinspeelde daar overigens ook niet op.
hij zij: denk aan mij als u in uw koninkrijk gekomen bent, de toemalige begrippen waren een opstanding aan het eind der dagen,geen ten hemel gaan, dat zij Martha ook over haar broer Lazarus.
"ik weet dat hij zal opstaan op de laatste dag"
Job sprak trouwens ook zoiets
Jezus en de boosdoener wisten precies wat hij bedoelde, met deze woorden.
Jezus gaat zichzelf niet tegespreken.
http://www.jehovahs-getuigen.nl/nvw_ond ... vers43.htm
- Rereformed
- Moderator
- Berichten: 18251
- Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
- Locatie: Finland
- Contacteer:
Het gaat inderdaad om wat de tekst bedoelt te zeggen. En daarom zijn er absoluut geen serieuze bijbeluitleggers die de zin zo mallotig uitleggen.antoon schreef:Het gaat erom wat jezus bedoelde , dat het even voor onze begrippen minder taalkundig overkomt daar kan ik, kunnen wij ook niets aandoen. er zijn meer vertalers die het zo intepreteren als wij het doen overigens.
Je zaagt enkel maar door op dezelfde manier en negeert volkomen wat ik zeg. Ik moet me dus blijkbaar als een schoolmeester maar eindeloos herhalen voordat de laatste leerling het ook eindelijk begrijpt:"ik zeg u , heden gij zult met mij in het paradijs zijn" komt net zo veemd over,er was van tenhemel stijging geen sprake. de boosdoener zinspeelde daar overigens ook niet op.
hij zij: denk aan mij als u in uw koninkrijk gekomen bent, de toemalige berippen waren een opstanding aan het eind der dagen, dat zij Martha ook over haar broer Lazarus.
"ik weet dat hij zal opstaan op de laatste dag"
Job sprak trouwens ook zoiets
Jezus en de boosdoener wisten precies wat hij bedoelde, met deze woorden.
Jezus gaat zichzelf niet tegespreken.
http://www.jehovahs-getuigen.nl/nvw_ond ... vers43.htm
1. Je kunt deze zin vanwege ijzeren taallogica absoluut niet interpreteren zoals jouw sekte dat graag wil, aangezien dat taalonzin oplevert. Dit punt is daarmee afgehandeld. Te zeggen dat er genoeg intellectueel oneerlijke mensen zijn die bereid zijn de meest fundamentele zaken in de wereld te verkrachten is geen argument. Het laat enkel zien dat fanatiek geloof een uiterst vervelende verslaving en moeilijk te genezen mentale storing is.
2. Je beroept je op andere teksten die er zogenaamd mee in strijd zijn, en daar heb ik absoluut geen boodschap aan, want dat de bijbel innerlijke tegenstrijdigheden vertoont is eenieder bekend; het wemelt ervan, dus so what? Intellectueel eerlijke mensen hoeven niet alles recht te breien. Aan de andere kant: gelovigen voor wie alles moet kloppen in de bijbel móeten deze zin wel verkrachten. Nogmaals, ik heb geen zin in verder discussiëren met dit soort mensen die het gezonde menszijn verloren hebben, op dezelfde manier als ik geen zin heb met alcoholisten een discussie aan te gaan over of ze wel of niet alcoholist zijn.
3. De hele zaak waar jij mee bezig bent is een zaak die tussen haakjes stond, een pietluttig en onbeduidend detail geschikt voor muggenzifters. Het punt waar het vanaf de eerste reaktie van Marc om ging en jij volkomen negeert is dit: Jezus heeft deze woorden niet uitgesproken, het hele verhaal met de berouwvolle misdadiger is een verzinsel van Lucas, hetgeen je kan opmaken uit de verslagen van Marcus en Matteüs die er frontaal mee in strijd zijn.
Heb je oren om te horen en ogen om te lezen en eerlijkheid om toe te geven dat er aan je heilige boek een steekje los zit?
Born OK the first time
dat is wederzijds dan.ik voor mij vind het niet nodig hier op door te gaan, als jij dat beschouwt als een overwinnig of gelijk hebben sho watt , toch denk ik dat het de moeite waard is ook voor jou , om je er meer in te verdiepen betreffende dit punt.Je zaagt enkel maar door op dezelfde manier en negeert volkomen wat ik zeg. Ik moet me dus blijkbaar als een schoolmeester maar eindeloos herhalen voordat de laatste leerling het ook eindelijk begrijpt:
veel geluk
Ik ga hier kort over zijn. Volgens de Getuigen van Jehova gaan slechts 144.000 mensen naar de hemel. En aangezien ze er bijna allemaal al zijn kan het hier niet lang meer duren. De rest blijft hier op aarde, een aarde die dan ook omgevormd wordt tot een paradijsaarde (kinderen spelen met leeuwen en beren, en die doen geen kwaad meer enzovoort enzoverder...). Al (?) de doden krijgen een opstanding en dan gaat God de schapen van de bokken scheiden. Je zal maar op die flinterdunne grens zitten waarbij God in al zijn rechtvaardigheid moet beslissen dat je er juist afvalt en dus terug dood kan vallen. Die laatste vloek vlak voor je stierf heeft waarschijnlijk de balans naar de verkeerde kant doen overhellen... Maar ja aan de rechtvaardigheid van God kunnen wij niet twijfelen nietwaar? Tussen haakjes: als de balans voor mij persoonlijk naar het eeuwige leven in het paradijs overhelt ga ik toch aan God vragen of ik dood mag vallen (zonder dat het zeer doet natuurlijk). Dat is nog altijd veel aanlokkelijker dan eeuwig (!) te moeten leven, zelfs in een paradijs!antoon schreef:Het gaat erom wat jezus bedoelde , dat het even voor onze begrippen minder taalkundig overkomt daar kan ik, kunnen wij ook niets aandoen. er zijn meer vertalers die het zo intepreteren als wij het doen overigens.
"ik zeg u , heden gij zult met mij in het paradijs zijn" komt net zo veemd over,er was van tenhemel stijging geen sprake. de boosdoener zinspeelde daar overigens ook niet op.
hij zij: denk aan mij als u in uw koninkrijk gekomen bent, de toemalige begrippen waren een opstanding aan het eind der dagen,geen ten hemel gaan, dat zij Martha ook over haar broer Lazarus.
"ik weet dat hij zal opstaan op de laatste dag"
Job sprak trouwens ook zoiets
Jezus en de boosdoener wisten precies wat hij bedoelde, met deze woorden.
Jezus gaat zichzelf niet tegespreken.
http://www.jehovahs-getuigen.nl/nvw_ond ... vers43.htm
Maar klopt die redenering wel? En dan welteverstaan volgens jullie heilige geschriften (de bijbel)? Wat zegt de bijbel hierover en dan nog liefst in het laatste boek waar het er vrij bombastisch aan toe gaat?
Lees volgende passages eens:
Openbaring 4:2 De Troon is in de Hemel
Openbaring 11:19 De Tempel is in de Hemel
Openbaring 14:17 De Tempel is in de Hemel
Openbaring 7:9 De 'Grote schare' is vóór de Troon
Openbaring 7:15 De 'Grote schare' is in de Tempel, vóór de Troon
Voor diegenen die niet goed kunnen volgen: De 'Grote schare' of grote menigte zijn de getrouwe gelovigen die niet tot de 144.000 ten hemel opgenomen 'koningen' behoren. Wat blijkt nu? Die grote schare zit verdorie ook in de hemel en nog wel volgens de bijbel (Openbaring 7:15).
Ik weet ook wel dat de Getuigen zich weren als een duivel in een wijwatervat om hier onderuit te komen dus beste gelovigen begin maar aan het verdraaien en anders interpreteren van wat in jullie heilige schrift staat.
Wist je trouwens dat de arme Lazarus na zijn dood wel recht naar de hemel ging? Althans, hij werd aan de boezem van Abraham gedrukt en die zal toch wel in de hemel zijn zeker...? En de rijke aan wiens poort Lazarus steeds gebedeld had ging naar de hel na zijn dood. Zou Jezus hier toch weer iets anders bedoeld hebben dan wat hij vertelde?
- Rereformed
- Moderator
- Berichten: 18251
- Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
- Locatie: Finland
- Contacteer:
Niet nodig op mijn punt drie -waar het om gaat- verder te gaan? Of lukt het je niet uit de stapel wachttorens een antwoord erop te vinden?antoon schreef:dat is wederzijds dan.ik voor mij vind het niet nodig hier op door te gaan,Je zaagt enkel maar door op dezelfde manier en negeert volkomen wat ik zeg. Ik moet me dus blijkbaar als een schoolmeester maar eindeloos herhalen voordat de laatste leerling het ook eindelijk begrijpt:
Toevallig kan ik je ook het engels bijbrengen, het is so what. Dit brengt deze schoolmeester op de volgende les: Indien je iets niet onder de knie hebt is het beter je helemaal niet van die kunst te bedienen.als jij dat beschouwt als een overwinnig of gelijk hebben sho watt ,
Ik werk niet met geluk. Ik heb hersens die me uitstekend van dienst zijn.toch denk ik dat het de moeite waard is ook voor jou , om je er meer in te verdiepen betreffende dit punt.
veel geluk
Born OK the first time
- Rereformed
- Moderator
- Berichten: 18251
- Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
- Locatie: Finland
- Contacteer:
Volgens het verslag van Lukas verdedigde een boosdoener, die naast Jezus Christus werd terechtgesteld, Jezus en vroeg hem vervolgens of hij aan hem wilde denken wanneer hij ’in zijn koninkrijk zou komen’. Jezus antwoordde: „Voorwaar, ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn” (Lu 23:39-43).
De interpunctie in de weergave van deze woorden hangt onvermijdelijk af van de wijze waarop de vertaler de woorden van Jezus opvat, want in de Griekse grondtekst werd geen interpunctie gebruikt. De huidige leestekens kwamen pas omstreeks de 9de eeuw G.T. in gebruik. Hoewel veel vertalingen vóór het woord „heden” een komma of een dubbelepunt plaatsen en daardoor de indruk wekken dat de boosdoener nog op diezelfde dag het Paradijs is binnengegaan, is daarvoor in de rest van de Schrift geen ondersteuning te vinden. Jezus zelf was dood en bevond zich in het graf totdat hij op de derde dag als „de eersteling” van de opstanding werd opgewekt (Han 10:40; 1Kor 15:20; Kol 1:18).
Veertig dagen later steeg hij naar de hemel op. — Jo 20:17; Han 1:1-3, 9.
Alles wijst er dus op dat Jezus met het woord „heden” niet de tijd wilde aangeven waarop de boosdoener in het Paradijs zou zijn, maar veeleer de aandacht wilde vestigen op de tijd waarop de belofte werd gedaan en de boosdoener een mate van geloof in Jezus had getoond. Op die dag was Jezus door de hoogste religieuze leiders van zijn volk verworpen en ter dood veroordeeld en daarna ter terechtstelling aan het Romeinse gezag uitgeleverd. Men had hem gehoond en bespot.
De boosdoener naast hem had dus van een opmerkelijke hoedanigheid en een lofwaardige hartetoestand blijk gegeven door niet met de schare in te stemmen, maar veeleer voor Jezus op te komen en geloof in zijn komende koningschap tot uitdrukking te brengen. Vertalers zoals Rotherham en Lamsa (Engels) alsook Reinhardt en W. Michaelis (Duits), alsmede die van de Curetons-Syrische vertaling uit de 5de eeuw G.T., hebben erkend dat de nadruk terecht gelegd moet worden op de tijd waarop de belofte gedaan werd en niet op de tijd dat de belofte in vervulling zou gaan, en hebben deze tekst derhalve op soortgelijke wijze weergegeven als de hierboven aangehaalde Nieuwe-Wereldvertaling.
Met betrekking tot de vraag over welk paradijs Jezus sprak, is het duidelijk dat hij daarmee niet op het hemelse koninkrijk van Christus doelde. Eerder die dag had Jezus zijn getrouwe discipelen dat hemelse koninkrijk in het vooruitzicht gesteld, omdat zij ’in zijn beproevingen steeds bij hem waren gebleven’, iets wat de boosdoener niet had gedaan; hij moest louter vanwege zijn eigen misdaden naast Jezus aan een paal sterven (Lu 22:28-30; 23:40, 41). De boosdoener was uiteraard niet „wedergeboren” uit water en geest, hetgeen volgens Jezus een voorwaarde was om het koninkrijk der hemelen binnen te gaan (Jo 3:3-6). Hij behoorde ook niet tot de ’overwinnaars’ over wie de verheerlijkte Christus Jezus zei dat zij met hem op zijn hemelse troon zouden zitten en deel zouden hebben aan „de eerste opstanding”. — Opb 3:11, 12, 21; 12:10, 11; 14:1-4; 20:4-6.
In sommige naslagwerken wordt de zienswijze naar voren gebracht dat Jezus doelde op een paradijselijke verblijfplaats in Hades of Sjeool, vermoedelijk een compartiment of gedeelte daarvan voor degenen die door God werden goedgekeurd. Men beweert dat de joodse rabbi’s in die tijd het bestaan van zo’n paradijs onderwezen, waarin zich de doden bevonden die op een opstanding wachtten. In Hastings’ Dictionary of the Bible wordt over de leringen van de rabbi’s gezegd: „De Rabbijnse theologie zoals die ons heeft bereikt, vertoont een buitengewone mengeling van ideeën over deze kwesties, en voor vele ervan geldt dat het moeilijk is te bepalen aan welke periode ze moeten worden toegeschreven. . . . Neemt men de literatuur zoals ze is, dan zou het kunnen lijken dat het Paradijs zich volgens sommigen op de aarde zelf bevond, volgens anderen een deel van Sjeool vormde en volgens weer anderen een plaats was die zich noch op aarde noch onder de aarde, maar in de hemel bevond . . . Maar er bestaat enige twijfel aangaande op zijn minst zekere aspecten. Deze verschillende opvattingen worden inderdaad in het latere Judaïsme aangetroffen. Ze worden uiterst precies en heel gedetailleerd omschreven in het middeleeuwse Kabbalistische Judaïsme . . . Maar het is onzeker hoe ver deze opvattingen terug te voeren zijn. Op zijn minst de oudere Joodse theologie . . . schijnt weinig of geen ruimte te bieden voor een tussenparadijs. Ze spreekt over een Gehinnom voor de goddelozen en een Gan Eden, of tuin van Eden, voor de rechtvaardigen. Het is twijfelachtig of ze buiten deze opvattingen gaat en een Paradijs in Sjeool leert.” — 1905, Deel III, blz. 669, 670.
Zelfs al zouden de rabbi’s iets dergelijks onderwezen hebben, dan zou het heel onredelijk zijn te geloven dat Jezus zo’n opvatting zou propageren, wanneer men bedenkt dat hij de onbijbelse religieuze overleveringen van de joodse religieuze leiders veroordeelde (Mt 15:3-9). Waarschijnlijk was het paradijs waarmee de joodse boosdoener tot wie Jezus sprak werkelijk bekend was, het aardse paradijs dat in het eerste boek van de Hebreeuwse Geschriften wordt beschreven: het Edense paradijs. Wanneer dat zo is, dan wees Jezus’ belofte redelijkerwijs op een herstel van zo’n aardse paradijselijke toestand. Zijn belofte aan de boosdoener verschaft derhalve de vaste hoop dat die onrechtvaardige een opstanding zal ontvangen en de gelegenheid zal krijgen om in dat herstelde paradijs te leven. — Vgl. Han 24:15; Opb 20:12, 13; 21:1-5; Mt 6:10.
De interpunctie in de weergave van deze woorden hangt onvermijdelijk af van de wijze waarop de vertaler de woorden van Jezus opvat, want in de Griekse grondtekst werd geen interpunctie gebruikt. De huidige leestekens kwamen pas omstreeks de 9de eeuw G.T. in gebruik. Hoewel veel vertalingen vóór het woord „heden” een komma of een dubbelepunt plaatsen en daardoor de indruk wekken dat de boosdoener nog op diezelfde dag het Paradijs is binnengegaan, is daarvoor in de rest van de Schrift geen ondersteuning te vinden. Jezus zelf was dood en bevond zich in het graf totdat hij op de derde dag als „de eersteling” van de opstanding werd opgewekt (Han 10:40; 1Kor 15:20; Kol 1:18).
Veertig dagen later steeg hij naar de hemel op. — Jo 20:17; Han 1:1-3, 9.
Alles wijst er dus op dat Jezus met het woord „heden” niet de tijd wilde aangeven waarop de boosdoener in het Paradijs zou zijn, maar veeleer de aandacht wilde vestigen op de tijd waarop de belofte werd gedaan en de boosdoener een mate van geloof in Jezus had getoond. Op die dag was Jezus door de hoogste religieuze leiders van zijn volk verworpen en ter dood veroordeeld en daarna ter terechtstelling aan het Romeinse gezag uitgeleverd. Men had hem gehoond en bespot.
De boosdoener naast hem had dus van een opmerkelijke hoedanigheid en een lofwaardige hartetoestand blijk gegeven door niet met de schare in te stemmen, maar veeleer voor Jezus op te komen en geloof in zijn komende koningschap tot uitdrukking te brengen. Vertalers zoals Rotherham en Lamsa (Engels) alsook Reinhardt en W. Michaelis (Duits), alsmede die van de Curetons-Syrische vertaling uit de 5de eeuw G.T., hebben erkend dat de nadruk terecht gelegd moet worden op de tijd waarop de belofte gedaan werd en niet op de tijd dat de belofte in vervulling zou gaan, en hebben deze tekst derhalve op soortgelijke wijze weergegeven als de hierboven aangehaalde Nieuwe-Wereldvertaling.
Met betrekking tot de vraag over welk paradijs Jezus sprak, is het duidelijk dat hij daarmee niet op het hemelse koninkrijk van Christus doelde. Eerder die dag had Jezus zijn getrouwe discipelen dat hemelse koninkrijk in het vooruitzicht gesteld, omdat zij ’in zijn beproevingen steeds bij hem waren gebleven’, iets wat de boosdoener niet had gedaan; hij moest louter vanwege zijn eigen misdaden naast Jezus aan een paal sterven (Lu 22:28-30; 23:40, 41). De boosdoener was uiteraard niet „wedergeboren” uit water en geest, hetgeen volgens Jezus een voorwaarde was om het koninkrijk der hemelen binnen te gaan (Jo 3:3-6). Hij behoorde ook niet tot de ’overwinnaars’ over wie de verheerlijkte Christus Jezus zei dat zij met hem op zijn hemelse troon zouden zitten en deel zouden hebben aan „de eerste opstanding”. — Opb 3:11, 12, 21; 12:10, 11; 14:1-4; 20:4-6.
In sommige naslagwerken wordt de zienswijze naar voren gebracht dat Jezus doelde op een paradijselijke verblijfplaats in Hades of Sjeool, vermoedelijk een compartiment of gedeelte daarvan voor degenen die door God werden goedgekeurd. Men beweert dat de joodse rabbi’s in die tijd het bestaan van zo’n paradijs onderwezen, waarin zich de doden bevonden die op een opstanding wachtten. In Hastings’ Dictionary of the Bible wordt over de leringen van de rabbi’s gezegd: „De Rabbijnse theologie zoals die ons heeft bereikt, vertoont een buitengewone mengeling van ideeën over deze kwesties, en voor vele ervan geldt dat het moeilijk is te bepalen aan welke periode ze moeten worden toegeschreven. . . . Neemt men de literatuur zoals ze is, dan zou het kunnen lijken dat het Paradijs zich volgens sommigen op de aarde zelf bevond, volgens anderen een deel van Sjeool vormde en volgens weer anderen een plaats was die zich noch op aarde noch onder de aarde, maar in de hemel bevond . . . Maar er bestaat enige twijfel aangaande op zijn minst zekere aspecten. Deze verschillende opvattingen worden inderdaad in het latere Judaïsme aangetroffen. Ze worden uiterst precies en heel gedetailleerd omschreven in het middeleeuwse Kabbalistische Judaïsme . . . Maar het is onzeker hoe ver deze opvattingen terug te voeren zijn. Op zijn minst de oudere Joodse theologie . . . schijnt weinig of geen ruimte te bieden voor een tussenparadijs. Ze spreekt over een Gehinnom voor de goddelozen en een Gan Eden, of tuin van Eden, voor de rechtvaardigen. Het is twijfelachtig of ze buiten deze opvattingen gaat en een Paradijs in Sjeool leert.” — 1905, Deel III, blz. 669, 670.
Zelfs al zouden de rabbi’s iets dergelijks onderwezen hebben, dan zou het heel onredelijk zijn te geloven dat Jezus zo’n opvatting zou propageren, wanneer men bedenkt dat hij de onbijbelse religieuze overleveringen van de joodse religieuze leiders veroordeelde (Mt 15:3-9). Waarschijnlijk was het paradijs waarmee de joodse boosdoener tot wie Jezus sprak werkelijk bekend was, het aardse paradijs dat in het eerste boek van de Hebreeuwse Geschriften wordt beschreven: het Edense paradijs. Wanneer dat zo is, dan wees Jezus’ belofte redelijkerwijs op een herstel van zo’n aardse paradijselijke toestand. Zijn belofte aan de boosdoener verschaft derhalve de vaste hoop dat die onrechtvaardige een opstanding zal ontvangen en de gelegenheid zal krijgen om in dat herstelde paradijs te leven. — Vgl. Han 24:15; Opb 20:12, 13; 21:1-5; Mt 6:10.
- Rereformed
- Moderator
- Berichten: 18251
- Lid geworden op: 15 okt 2004 12:33
- Locatie: Finland
- Contacteer:
Een geweldige uiteenzetting van zaken. Het 'redelijkerwijs' in de één na laatste zin doet me glimlachen. Je betoog zou het goed doen ergens op een theologisch seminarie, het liefst in een klooster waar men nog kranig tradities uit de middeleeuwen meesleept, het zinvol vindt over de implicaties van het ontbreken van komma's te praten, en verhandelingen houdt over of de situering van het goddelijke Paradijs, en of de Tigris daar ook een rol in speelt, terwijl men geen weet heeft dat de wereld zich inmiddels bezighoudt met interpretaties van beelden van de hubbletelescoop of electronenmiscroscopen. Voor een Paradijs moet gewerkt worden en veel verstand gebruikt, niet geloofd en tijd verspild worden aan teksten uit de ijzertijd.
Voor een vrijdenker in het bijzonder is de interpunctie van een bijbeltekst met als gevolg een dilemma of een boosdoener vandaag of wat later naar een aards, onderaards of bovenaards paradijs gaat om zijn beloning voor het tonen van berouw op te halen, zo ongeveer het laatste waar hij zijn zaterdagavond aan gaat besteden.
Zoals al eerder opgemerkt, is deze hele zaak van de betekenis van de uitspraak van generlei belang, aangezien de andere evangelies laten zien dat Jezus de woorden sowieso niet uitgesproken kan hebben. De feiten die oorspronkelijk door Marcus gegeven werden zijn eenvoudig door Lucas verdraaid en er is door hem eigenhandig een mooier, geheel opgemaakt, verhaal van gemaakt, om bijgelovige mensen met behoefte aan een vergevende en belonende hemelse held een steuntje in de rug te geven. (Hier kun je lezen hoe Lucas wellicht op het idee is gekomen deze draai te geven aan het verhaal.)
Marcus laat weten: "Samen met hem kruisigden ze twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red jezelf toch door van het kruis af te komen.’ Ook de hogepriesters en de schriftgeleerden maakten onder elkaar zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet; laat die messias, die koning van Israël, nu van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven!’ Ook de twee andere gekruisigden beschimpten hem."
De tekst van Mattheüs laat weten: "Daarna werden er naast hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’ Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet. Hij is toch koning van Israël, laat hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.” Precies zo beschimpten hem de misdadigers die samen met hem gekruisigd waren. "
Voor een vrijdenker in het bijzonder is de interpunctie van een bijbeltekst met als gevolg een dilemma of een boosdoener vandaag of wat later naar een aards, onderaards of bovenaards paradijs gaat om zijn beloning voor het tonen van berouw op te halen, zo ongeveer het laatste waar hij zijn zaterdagavond aan gaat besteden.
Zoals al eerder opgemerkt, is deze hele zaak van de betekenis van de uitspraak van generlei belang, aangezien de andere evangelies laten zien dat Jezus de woorden sowieso niet uitgesproken kan hebben. De feiten die oorspronkelijk door Marcus gegeven werden zijn eenvoudig door Lucas verdraaid en er is door hem eigenhandig een mooier, geheel opgemaakt, verhaal van gemaakt, om bijgelovige mensen met behoefte aan een vergevende en belonende hemelse held een steuntje in de rug te geven. (Hier kun je lezen hoe Lucas wellicht op het idee is gekomen deze draai te geven aan het verhaal.)
Marcus laat weten: "Samen met hem kruisigden ze twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red jezelf toch door van het kruis af te komen.’ Ook de hogepriesters en de schriftgeleerden maakten onder elkaar zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet; laat die messias, die koning van Israël, nu van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven!’ Ook de twee andere gekruisigden beschimpten hem."
De tekst van Mattheüs laat weten: "Daarna werden er naast hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’ Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet. Hij is toch koning van Israël, laat hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.” Precies zo beschimpten hem de misdadigers die samen met hem gekruisigd waren. "
Born OK the first time
[size=18][/size]ik vraag me af waarom sommigen denken dat de verschillende bijbelverslagen elkaar tegenspreken. In 2 thimotheüs 3: 16,17 staat: '' De gehele schrift is door God geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid. Opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij, volledig toegerust op ieders goed werk.''
waarom zou je dus zoeken naar tegenwerpingen binnen de bijbel???
De bijbel is geschreven in een periode van 1600 jaar. De schrijvers leefden niet allemaal in dezelfde tijd en ook hun achtergrond verschilde. Sommige waren boer, visser of herder. Andere waren profeet, rechter of koning. De evangelieschrijver Lukas was arts. Ondanks die verschillen in achtergrond vormt de bijbel van begin tot eind een harmonieus geheel.
Het eerste boek van de bijbel vertelt ons hoe de problemen van de mensheid zijn ontstaan. Het laatste boek laat zien dat de hele aarde een prachtige tuin zal worden, een paradijs. In totaal behandelt de bijbel duizenden jaren geschiedenis, en al het materiaal houdt verband met Gods voornemen en hoe het gerealiseerd zal worden. Het is indrukwekkend hoe alle delen van de bijbel met elkaar overeenstemmen, maar dat is ook wat we van een boek van God zouden verwachten.
De bijbel is wetenschappelijk nauwkeurig. Er staat zelfs informatie in die haar tijd ver vooruit was. In het boek Leviticus staan bijvoorbeeld wetten voor het oude Israël over quarantaine en hygiëne, terwijl de volken om hen heen nog niets over dat soort dingen wisten. In een tijd dat mensen onjuiste ideeën hadden over de vorm van de aarde, zei de bijbel dat de aarde rond was, een bol (Jesaja 40:22). De bijbel zei nauwkeurig dat de aarde ’aan niets hangt’ (Job 26:7). Nu is de bijbel natuurlijk geen wetenschappelijk leerboek. Maar als er over wetenschappelijke dingen gesproken wordt, is de bijbel nauwkeurig. Is dat ook niet wat u van een boek van God zou verwachten?
De bijbel is ook nauwkeurig en betrouwbaar als het om historische feiten gaat. De verslagen zijn heel specifiek. Zo wordt in sommige gevallen niet alleen de naam van een persoon vermeld, maar ook zijn afstamming. Geschiedschrijvers spraken over het algemeen niet over de nederlagen van hun eigen volk, maar de bijbelschrijvers waren eerlijk en vermeldden zelfs hun eigen fouten en die van hun volk. In het bijbelboek Numeri geeft de schrijver Mozes bijvoorbeeld toe dat hij een ernstige fout had gemaakt waarvoor hij zwaar gestraft werd (Numeri 20:2-12). Zo’n eerlijkheid komt in andere historische verslagen niet vaak voor, maar in de bijbel wel, omdat het een boek van God is.
Omdat de bijbel door God geïnspireerd is, is hij „nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten” (2 Timotheüs 3:16). De bijbel is echt een praktisch boek, waaruit een goed begrip van de menselijke aard blijkt. Dat is niet zo vreemd, want de Auteur ervan is God, de Schepper! Hij begrijpt onze gedachten en emoties beter dan wijzelf. Bovendien weet God wat we nodig hebben om gelukkig te zijn. Hij weet ook welke manier van leven we moeten vermijden.
Neem bijvoorbeeld de Bergrede, een toespraak van Jezus die in Mattheüs hoofdstuk 5 tot en met 7 staat. Jezus gaf hier hoogstaand onderwijs over verschillende onderwerpen, zoals hoe we echt geluk kunnen vinden, hoe meningsverschillen opgelost kunnen worden, hoe we moeten bidden en hoe we over materiële dingen moeten denken. Jezus’ woorden zijn in deze tijd nog net zo krachtig en praktisch als toen.
Sommige beginselen in de bijbel hebben te maken met het gezinsleven, werkgewoonten en relaties met anderen. De bijbelse beginselen zijn op iedereen van toepassing en de raad is altijd nuttig. De wijsheid die de bijbel bevat, komt goed tot uiting in de woorden die God via de profeet Jesaja sprak: „Ik, Jehovah, ben uw God, die u leert uzelf baat te verschaffen.” — Jesaja 48:17.
De bijbel staat vol met profetieën, waarvan er al veel uitgekomen zijn. Laten we eens een voorbeeld bekijken. Jehovah voorzei via de profeet Jesaja, die in de achtste eeuw v.G.T. leefde, dat de stad Babylon verwoest zou worden (Jesaja 13:19; 14:22, 23). Er werd gezegd hoe dat precies zou gebeuren. De binnenvallende legers zouden de rivier van Babylon droogleggen en zonder strijd de stad binnentrekken. Maar dat was nog niet alles. In Jesaja’s profetie werd zelfs de naam genoemd van de koning die Babylon zou veroveren: Cyrus. — Jesaja 44:27–45:2.
Ongeveer tweehonderd jaar later, in de nacht van 5 op 6 oktober 539 v.G.T., sloeg een leger vlak bij Babylon zijn kamp op. Wie was de aanvoerder? Een Perzische koning die Cyrus heette. Het toneel was dus gereed voor de vervulling van een bijzondere profetie. Maar zou het leger van Cyrus Babylon zonder strijd binnendringen, zoals was voorzegd?
De Babyloniërs hadden die nacht een feest, en ze voelden zich veilig achter de kolossale stadsmuren. Ondertussen wist Cyrus de rivier die door de stad stroomde, om te leiden. Al snel stond het water zo laag dat hij zijn mannen de rivierbedding kon laten oversteken om bij de stadsmuren te komen. Maar hoe zou Cyrus’ leger Babylon binnenkomen? Om de een of andere reden was men die nacht zo onvoorzichtig geweest de toegangsdeuren tot de stad open te laten staan!
Over Babylon was voorzegd: „Ze zal nimmer bewoond worden, noch zal ze van geslacht tot geslacht blijven. En daar zal de Arabier zijn tent niet opslaan, en geen herders zullen hun kudden daar laten legeren” (Jesaja 13:20). In deze profetie werd niet alleen voorzegd dat Babylon zou vallen, maar ook dat de stad voor altijd onbewoond zou blijven. Het bewijs voor de vervulling van deze woorden is nog steeds te zien. De plaats waar het oude Babylon lag, zo’n tachtig kilometer ten zuiden van Bagdad in Irak, is nu onbewoond. Wat Jehovah via Jesaja voorzei, is dus inderdaad uitgekomen: „Ik wil haar wegvegen met de bezem der verdelging.” — Jesaja 14:22, 23.
Maar behalve de interne harmonie, de wetenschappelijke en historische nauwkeurigheid, de praktische wijsheid en de betrouwbare profetieën is er een nog veel belangrijker reden waarom de bijbel waardevol is. De christelijke apostel Paulus schreef: „Het woord van God is levend en oefent kracht uit en is scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt zelfs zover door dat het ziel en geest, en gewrichten en hun merg scheidt, en het kan gedachten en bedoelingen van het hart onderscheiden.” — Hebreeën 4:12.
Gods „woord” of boodschap in de bijbel lezen, kan ons leven veranderen. Het kan ons helpen onszelf te onderzoeken op een manier die anders niet mogelijk is. Misschien zeggen we dat we van God houden, maar onze reactie op wat de bijbel leert, zal laten zien wat we echt denken en zelfs wat er in ons hart leeft.
De bijbel is harmonieus, want in de hele bijbel draait maar om één thema: Gods voornemen met de aarde. Om erachter te komen wat dat is moeten we de bijbel onderzoeken.
het is van belang om dan achter het antwoord van vragen te komen zoals:
- Wat is Gods voornemen?
- waarom laat God lijden toe?
- Wat is Gods koninkrijk, waar we om moeten bidden
zo zijn er nog veel meer vragen waar de bijbel antwoord op geeft. Veel mensen blijven echter altijd de dingen in de bijbel verdraaien.
waarom zou je dus zoeken naar tegenwerpingen binnen de bijbel???
De bijbel is geschreven in een periode van 1600 jaar. De schrijvers leefden niet allemaal in dezelfde tijd en ook hun achtergrond verschilde. Sommige waren boer, visser of herder. Andere waren profeet, rechter of koning. De evangelieschrijver Lukas was arts. Ondanks die verschillen in achtergrond vormt de bijbel van begin tot eind een harmonieus geheel.
Het eerste boek van de bijbel vertelt ons hoe de problemen van de mensheid zijn ontstaan. Het laatste boek laat zien dat de hele aarde een prachtige tuin zal worden, een paradijs. In totaal behandelt de bijbel duizenden jaren geschiedenis, en al het materiaal houdt verband met Gods voornemen en hoe het gerealiseerd zal worden. Het is indrukwekkend hoe alle delen van de bijbel met elkaar overeenstemmen, maar dat is ook wat we van een boek van God zouden verwachten.
De bijbel is wetenschappelijk nauwkeurig. Er staat zelfs informatie in die haar tijd ver vooruit was. In het boek Leviticus staan bijvoorbeeld wetten voor het oude Israël over quarantaine en hygiëne, terwijl de volken om hen heen nog niets over dat soort dingen wisten. In een tijd dat mensen onjuiste ideeën hadden over de vorm van de aarde, zei de bijbel dat de aarde rond was, een bol (Jesaja 40:22). De bijbel zei nauwkeurig dat de aarde ’aan niets hangt’ (Job 26:7). Nu is de bijbel natuurlijk geen wetenschappelijk leerboek. Maar als er over wetenschappelijke dingen gesproken wordt, is de bijbel nauwkeurig. Is dat ook niet wat u van een boek van God zou verwachten?
De bijbel is ook nauwkeurig en betrouwbaar als het om historische feiten gaat. De verslagen zijn heel specifiek. Zo wordt in sommige gevallen niet alleen de naam van een persoon vermeld, maar ook zijn afstamming. Geschiedschrijvers spraken over het algemeen niet over de nederlagen van hun eigen volk, maar de bijbelschrijvers waren eerlijk en vermeldden zelfs hun eigen fouten en die van hun volk. In het bijbelboek Numeri geeft de schrijver Mozes bijvoorbeeld toe dat hij een ernstige fout had gemaakt waarvoor hij zwaar gestraft werd (Numeri 20:2-12). Zo’n eerlijkheid komt in andere historische verslagen niet vaak voor, maar in de bijbel wel, omdat het een boek van God is.
Omdat de bijbel door God geïnspireerd is, is hij „nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten” (2 Timotheüs 3:16). De bijbel is echt een praktisch boek, waaruit een goed begrip van de menselijke aard blijkt. Dat is niet zo vreemd, want de Auteur ervan is God, de Schepper! Hij begrijpt onze gedachten en emoties beter dan wijzelf. Bovendien weet God wat we nodig hebben om gelukkig te zijn. Hij weet ook welke manier van leven we moeten vermijden.
Neem bijvoorbeeld de Bergrede, een toespraak van Jezus die in Mattheüs hoofdstuk 5 tot en met 7 staat. Jezus gaf hier hoogstaand onderwijs over verschillende onderwerpen, zoals hoe we echt geluk kunnen vinden, hoe meningsverschillen opgelost kunnen worden, hoe we moeten bidden en hoe we over materiële dingen moeten denken. Jezus’ woorden zijn in deze tijd nog net zo krachtig en praktisch als toen.
Sommige beginselen in de bijbel hebben te maken met het gezinsleven, werkgewoonten en relaties met anderen. De bijbelse beginselen zijn op iedereen van toepassing en de raad is altijd nuttig. De wijsheid die de bijbel bevat, komt goed tot uiting in de woorden die God via de profeet Jesaja sprak: „Ik, Jehovah, ben uw God, die u leert uzelf baat te verschaffen.” — Jesaja 48:17.
De bijbel staat vol met profetieën, waarvan er al veel uitgekomen zijn. Laten we eens een voorbeeld bekijken. Jehovah voorzei via de profeet Jesaja, die in de achtste eeuw v.G.T. leefde, dat de stad Babylon verwoest zou worden (Jesaja 13:19; 14:22, 23). Er werd gezegd hoe dat precies zou gebeuren. De binnenvallende legers zouden de rivier van Babylon droogleggen en zonder strijd de stad binnentrekken. Maar dat was nog niet alles. In Jesaja’s profetie werd zelfs de naam genoemd van de koning die Babylon zou veroveren: Cyrus. — Jesaja 44:27–45:2.
Ongeveer tweehonderd jaar later, in de nacht van 5 op 6 oktober 539 v.G.T., sloeg een leger vlak bij Babylon zijn kamp op. Wie was de aanvoerder? Een Perzische koning die Cyrus heette. Het toneel was dus gereed voor de vervulling van een bijzondere profetie. Maar zou het leger van Cyrus Babylon zonder strijd binnendringen, zoals was voorzegd?
De Babyloniërs hadden die nacht een feest, en ze voelden zich veilig achter de kolossale stadsmuren. Ondertussen wist Cyrus de rivier die door de stad stroomde, om te leiden. Al snel stond het water zo laag dat hij zijn mannen de rivierbedding kon laten oversteken om bij de stadsmuren te komen. Maar hoe zou Cyrus’ leger Babylon binnenkomen? Om de een of andere reden was men die nacht zo onvoorzichtig geweest de toegangsdeuren tot de stad open te laten staan!
Over Babylon was voorzegd: „Ze zal nimmer bewoond worden, noch zal ze van geslacht tot geslacht blijven. En daar zal de Arabier zijn tent niet opslaan, en geen herders zullen hun kudden daar laten legeren” (Jesaja 13:20). In deze profetie werd niet alleen voorzegd dat Babylon zou vallen, maar ook dat de stad voor altijd onbewoond zou blijven. Het bewijs voor de vervulling van deze woorden is nog steeds te zien. De plaats waar het oude Babylon lag, zo’n tachtig kilometer ten zuiden van Bagdad in Irak, is nu onbewoond. Wat Jehovah via Jesaja voorzei, is dus inderdaad uitgekomen: „Ik wil haar wegvegen met de bezem der verdelging.” — Jesaja 14:22, 23.
Maar behalve de interne harmonie, de wetenschappelijke en historische nauwkeurigheid, de praktische wijsheid en de betrouwbare profetieën is er een nog veel belangrijker reden waarom de bijbel waardevol is. De christelijke apostel Paulus schreef: „Het woord van God is levend en oefent kracht uit en is scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt zelfs zover door dat het ziel en geest, en gewrichten en hun merg scheidt, en het kan gedachten en bedoelingen van het hart onderscheiden.” — Hebreeën 4:12.
Gods „woord” of boodschap in de bijbel lezen, kan ons leven veranderen. Het kan ons helpen onszelf te onderzoeken op een manier die anders niet mogelijk is. Misschien zeggen we dat we van God houden, maar onze reactie op wat de bijbel leert, zal laten zien wat we echt denken en zelfs wat er in ons hart leeft.
De bijbel is harmonieus, want in de hele bijbel draait maar om één thema: Gods voornemen met de aarde. Om erachter te komen wat dat is moeten we de bijbel onderzoeken.
het is van belang om dan achter het antwoord van vragen te komen zoals:
- Wat is Gods voornemen?
- waarom laat God lijden toe?
- Wat is Gods koninkrijk, waar we om moeten bidden
zo zijn er nog veel meer vragen waar de bijbel antwoord op geeft. Veel mensen blijven echter altijd de dingen in de bijbel verdraaien.
anoniemMa schreef:De bijbel is wetenschappelijk nauwkeurig.





Sorry dat ik niet verder lees, maar ik vrees dat ik niet meer bijkom als ik het zou doen.
I think, and ever shall think, that it cannot be wrong to defend one's opinions with arguments, founded upon reason, without employing force or authority. ---Niccolò Machiavelli