In de Engelse wikipedia-versie wordt niet gesproken van een bewijs, maar van een argument. Ik iK vermoed dat zulks correcter is.
In een reactie op Ivar, beschreef ik dit argument nogal laatdunkend, als een voorbeeld van hoe wiskundigen onmogelijke zaken gebruiken om hun vak te bedrijven. Uiteraard kwam mij dat te staan op kritiek van Tiberius Claudius, maar ik wil eerst een vraag van Mullog beantwoorden. Omdat het antwoord daarop duidelijk maakt waarop Tiberius Claudius zijn eerste kritiekpunt waarschijnlijk baseert.
Wellicht geen bewijs dat een wiskundige overtuigt, maar wel een redenatie die iedere forumdeelnemer moet kunnen volgen.Mullog schreef: ↑13 jun 2021 13:26Is daar een bewijs van, dat die lijst langer is dan breed?Peter van Velzen schreef: ↑13 jun 2021 03:05 ... mbv een oneindig lange diagonaal (die er geen is, omdat de lijst langer is dan breed) ,,,![]()
Als we alle mogelijke decimale waardes tussen 0 en 1, opbouwen als een verzameling van toenemende lengte. Krijgen we om te beginnen de volgende reeks voor alle getallen met slechts één decimaal:
1 = 0,1
2 = 0,2
3 = 0,3
4 = 0,4
5 = 0.5
6 = 0,6
7 = 0,7
8 = 0,8
9 = 0.9
Het is direct duidelijk dat deze lijst langer is (9 rijen) dan ze breed is (achter de komma slechts één cijfer). Wordt dit anders als we alle getallen toevoegen die een tweede decimaal nodig hebben?
Ik voeg die bewust toe in die volgorde die er voor zorgt dat de getallen in zekere zin het spiegelbeeld van hun volgnummer zijn. Ik zal later uitleggen waarom.
10 = 0,01
11 = 0,11
12 = 0,21
etcetera tot en met:
98 = 0,89
99 = 0,99
In de lengte hebben we nu 99 rijen. Ruim 10 maal zoveel als voorheen, en in de breedte slechts 2 cyfers achter de komma. Waar de lijst dus eerst 9 maal langer was dan breed. Is ze nu reeds meer dan 49 keer zo lang als ze breed is.
Gaan we over tot het derde decimaal, dan krijgen we dus:
100 = 0,001
101 = 0,101
102 = 0,201
Enzovoorts tot en met:
998 = 0,899
999 = 0,999
De rij is nu dus 333 maal zo lang als ze breed is.
We kunnen dit alsmaar blijven doen, en terwijl de breedte bij n decimalen slechts toeneemt met de factor n/(n-1) (voor n gaat naar oneindig is de limiet daarvan 1). neemt de lengte ervan telkens toe met de factor ((10 tot macht n) – 1) / ((10 tot de macht n-1) -1) (voor n gaat naar oneindig is de limiet dáárvan meen ik 10.) Maar ik laat me graag door Tiberius Claudius verbeteren). In elke geval groeit de lengte er van bij elke stap méér dan de breedte. Misschien dat iemand kan uitleggen op welk moment dat verandert, maar ik zou het niet kunnen bedenken.
Nu over Tiberius’ eerste drie kritiekpunten:
Als ik het binaire talstelsel gebruik (dat doet de Nederlandse Wikipedia pagina óók) ontstaat dit beeld:TIBERIUS CLAUDIUS schreef: ↑13 jun 2021 08:01Dacht je dat nu heus???Peter van Velzen schreef: ↑13 jun 2021 03:05En dat terwijl hun oneindige decimalen in mijn ogen slechts rationele getallen zijn met de vorm (n/10 in de macht m), waarbij n zowel als m naar oneindig gaan (maar er uiteraard nooit komen
Zitten wat denk fouten in een paar er van:
1. Neem een ander talstelsel en er ontstaat een ander beeld.
2. Wel eens van de limiet waarde gehoord?
3. Dat getallen door beperkingen van het decimale systeem daarin niet correct kunnen worden weergegeven, betekent niet dat ze niet bestaan.
n. Je verwart wiskundige formules met fysische formules over die laatsten gaan de wiskundigen niet.
1 = 0,1
Deze lijst is even lang (één rij) als ze breed is (een cijfer achter de komma)
10 = 0,01
11 = 0,11
De lijst is nu 3 rijen lang en slechts 2 cijfers breed. We gaan verder:
100 = 0,001
101 = 0,101
110 = 0,110
111 = 0,111
De lijst is nu 7 rijen lang en 3 cijfers breed.
Het oogt wat compacter maar ook in deze notatie wordt de lijst bij elke volgende positie achter de komma verhoudingsgewijs langer ten opzichte van de breedte.
Heb ik wel eens van een limiet gehoord?
Ja, en de limiet van de verhouding waarnee de lengte toeneemt bij elk toegevoegd cijfer ten opzichte van de breedte het aantal cijfers na de komma naar oneindig gaat is in het binaire stelsel – meen ik – 2. De limiet voor iets dat naar oneindig gaat wordt echter nimmer bereikt alleen zo dicht benaderd als men maar wil. Er is immers geen einde. (vandaar oneindig)
Dat irrationele getallen door beperkingen van het decimale systeem daarin niet correct kunnen worden weergegeven, betekent inderdaad niet dat ze niet bestaan. Ik tart je echter te bewijzen dat de beoogde lijst iets anders kan bevatten dan rationele getallen van het type n / (b in de macht m). waarbij b de basis van het betreffende talstelsel is. Ik zou groot respect hebben voor eenieder die me daarvan kan overtuigen.
Notabene, ik heb het hier alléén over wiskunde. Niet over fysica.
Nu nog even uitleggen waarom ik lijst bewust opbouwde als spiegelbeeld van het volgnummer. De rationele getallen worden geacht dezelfde kardinaliteit te hebben als de natuurlijke getallen omdat je ze volgens een bekend algoritme kunt opbouwen. Als men Cantors “diagonale” argument presenteert doet men dat doorgaans in een random volgorde omdat er geen kleinste getal bestaat. Dat er geen kleinste getal bestaat is echter – natuurlijk - ook waar voor de rationele getallen. Immers zou men er een opschrijven (in de vorm n/m, waarbij n en m natuurlijke getallen zijn dan is eenvoudig te bewijzen dat er een kleiner getal moet bestaan, door eenvoudig één bij m op te tellen.
Ik toon echter aan dat men de decimale getallen ook via een vast algoritme kan opbouwen en tevens dat de koppeling met de natuurlijke getallen ontzettend eenvoudig is.
Overigens had Cantor al eerder een bewijs gepubliceert dat de grotere kardinaliteit van de reële getallen zou aantonen. Dat bewijs is voor mij echter moeilijk te volgen. Ik zie met name niet in waarom het niet ook op zou gaan voor rationele getallen. Maar misschien heb ik dat eenvoudigweg gemist. Ik ben tenslotte geen afgestudeerd wiskundige.