Henry II schreef: ↑25 jul 2023 16:29
Tovia Singer maakt iedereen bijv. attent op de volgende vreemde kronkel uit het NT. Namelijk het 'citaat' als je dat zo mag noemen in de brief van Paulus (hoewel er grote twijfel is of hij die brief wel heeft geschreven) aan de Hebreeën hoofdstuk 10:5. Hierin wordt een tekst uit Psalm 40 aangehaald. Maar i.p.v. deze tekst correct te citeren, wordt de tekst zodanig vertaald dat het lijkt alsof het lichaam van Christus is gegeven om te offeren voor onze zonden.
De Hebreeënbrief is anoniem, oftewel kan niet worden aangeduid als "de brief van Paulus". Ook bestaat er onder geleerden geen twijfel over dat deze verhandeling
niet door Paulus is geschreven.
Dit is een bijzonder geval van fraude. Omdat namelijk de tekst uit de Psalm wél goed wordt vertaald, maar dat het citaat een opzettelijke vertaalfout maakt. Een van de vele voorbeelden die Singer oplepelt. Juist in een tekst uit de Psalm waarin helder wordt vermeld dat er geen brandoffer nodig is voor vergeving, wordt deze tekst vertaald alsof Jezus geofferd zou moeten worden voor onze zonden.
Dit is met zekerheid geen fraude. De schrijver van de tekst geeft eenvoudig exact
de tekst weer die men kan lezen in de (door Joden gemaakte) Griekse vertaling van de Joodse schrift, de Septuaginta, die door alle nieuwtestamentische schrijvers (en blijkbaar hun lezers) gebruikt wordt.
De originele Hebreeuwse tekst is nogal duister ("oren graaf je mij"). Blijkbaar begrepen de vertalers van de Septuaginta dat de dichter wilde zeggen: "in offers heeft God geen behagen, maar u hebt mij open oren gegeven (om naar God te kunnen luisteren)", oftewel "in offers heeft God geen behagen, maar in dat iemand zijn leven in dienst stelt van het dienen van God".
De duistere frase is wellicht een uitdrukking die verwijst naar de gewoonte die in Dt. 15:16-17 voorgeschreven wordt voor een slaaf die altijd zijn meester wil blijven dienen. De oorlel van de slaaf werd dan met een priem doorboord ("de oren worden geopend"). Het gat in zijn oor gaf symbolisch aan dat de slaaf altijd naar het woord van zijn meester luistert. Wanneer na vele eeuwen zo'n uitdrukking niet meer begrepen wordt probeert men in een vertaling vaak in plaats van de letterlijke woorden de betekenis ervan weer te geven.
Dezelfde gedachte wordt eenvoudig nog eens herhaald in Psalm 40:
"Ik heb lust om uw wil te doen, uw wet is in mijn binnenste".
Zoals ook de schrijver van de Hebreeënbrief dit herhaalt: "In de aanhef zegt hij: slachtoffers wil ik niet...maar daarna zegt hij: Zie hier ben ik om uw wil te doen."
Waarna de hebreeënschrijver zijn eigen conclusie schrijft: "Het eerste heft hij op om het tweede te laten gelden. Krachtens die wil zijn wij voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus." Uiteraard is dat christelijk
hineininterpretieren van de tekst.
Men krijgt van Tovia Singer hier niet zo'n positief beeld. Hij laat op pagina 73 (van deel 1 van zijn tweedelige boek waarnaar je verwijst, dat ook in mijn bezit is) weten dat de schrijver van de Hebreeënbrief
"brazenly misquoted and deleted the words...and replaced them with...[He] boldly interpolated...How can the book of Hebrews change the word of God? There was a strong incentive [for him]...thus, by deliberately altering the message of the Psalmist, the author of the book of Hebrews concocted the notion...", opnieuw en opnieuw hameren op oneerlijkheid, alsof hij totaal niet bekend is met het feit dat er zoiets bestaat als een Septuaginta waar alle NT schrijvers uit citeren.

Het hele idee dat de meest geleerde persoon in het nieuwe testament zou proberen mensen te overreden via bewuste misleiding, moedwillig verkeerde zelfbedachte vertalingen te geven, is komisch en zegt boekdelen over het religieuze fanatisme waardoor Tovia beheerst wordt.