Deadline schreef:Beste Marc aka controle,
zie hier je liefdevolle heer en heiland:
Genocide:
1) 2 koningen 19 vers 35: ‘Het geschiedde dan in dienzelven nacht, dat de Engel des HEEREN uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrie honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen.’
2) Jozua 6 vers 21: ‘En zij verbanden alles, wat in de stad was, van den man tot de vrouw toe, van het kind tot den oude, en tot den os, en het klein vee, en den ezel, door de scherpte des zwaards.’ (Zie in dit verband ook, Richteren 3 vers 29, 12 vers 6, Esther 9 vers 10-16, 2 Kronieken 28 vers 6, Jozua 8 vers 24, et cetera.)
3) Ezechiël 24 vers 9: ‘Daarom zegt Jahwe de Heer: ‘Wee de bloedstad. Ik ga een groot vuur aanleggen Breng veel hout bijeen, ontsteek het vuur, breng het vlees aan de kook, laat het vleesnat verdampen en de kluiven verbranden.’
4) Zo gaf Israel zich af met de Baal van de Peor. Daarom ontstak de HEER in woede tegen Israel. Laat alle familiehoofden van het volk in het openbaar terechtstellen en ophangen, ten overstaan van de HEER, zei hij tegen Mozes. Dan zal de HEER zijn brandende toorn tegen Israel laten varen. Hierop droeg Mozes de rechters van Israel op om allen die onder hun bevoegdheid vielen en zich hadden afgegeven met de Baal van de Peor te doden. Terwijl Mozes en heel Israel bij de ingang van de ontmoetingstent aan het weeklagen waren, bracht een van de Israelitische mannen voor hun ogen toch nog een Midjanitische vrouw naar zijn tent. Toen Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van de priester Aaron, dat zag, stond hij op, greep een speer, volgde de Israeliet tot in zijn slaapvertrek en doorstak hem en de vrouw, dwars door hun onderbuik. Op hetzelfde moment werden de Israelieten van de plaag verlost. Aan vierentwintigduizend mensen had de plaag het leven gekost. De HEER zei tegen Mozes: Dankzij Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van de priester Aaron, heb ik mijn woede tegen de Israelieten laten varen. Omdat hij bij de Israelieten voor mij is opgekomen, heb ik hen niet allemaal in mijn afgunst om het leven gebracht. - (Numeri 25:3 -11)
5) Maar als de HEER iets laat gebeuren dat nog nooit gebeurd is, als de aarde haar mond openspert en hen met al hun bezittingen opslokt en zij levend in het dodenrijk afdalen, dan zult u inzien dat die mannen de HEER hebben afgewezen. Nauwelijks was hij uitgesproken of de grond onder hun voeten spleet open, de aarde opende haar mond en slokte hen op, met hun families, alle mensen van Korach en alles wat ze bezaten. Zo daalden zij met allen die bij hen hoorden levend in het dodenrijk af. De aarde sloot zich boven hen, en zij waren uit de gemeenschap verdwenen. - (Numeri 16:30 - 33)
6) Midden in de nacht doodde de HEER alle eerstgeborenen in Egypte, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de gevangene, en ook al het eerstgeboren vee. De farao, zijn hovelingen en alle andere Egyptenaren schrokken die nacht wakker, en in heel Egypte klonk een luid gejammer, want er was geen huis waarin geen dode was. - (Exodus 12:29 - 30)
7) De HEER sprak tot Gad, de ziener van David: Ga naar David en zeg hem: Dit zegt de HEER: Hier heb je drie straffen. Kies er een uit; die zal ik je opleggen. Gad ging naar David en zei tegen hem:Dit zegt de HEER: Alsjeblieft, wat heb je liever? Drie jaar hongersnood, drie maanden voortdurend belaagd door het zwaard van je tegenstanders, opgejaagd worden door je vijanden, of drie dagen getroffen worden door het zwaard van de HEER: de pest in het land, een engel van de HEER die in het hele gebied van Israel dood en verderf zaait? Zegt u maar wat voor antwoord ik moet geven aan degene die mij gezonden heeft. David antwoordde: Ik ben in het nauw gedreven! Liever val ik in handen van de HEER, wiens mededogen zeer groot is, dan dat ik in mensenhanden val. De HEER liet in Israel de pest uitbreken. Zeventigduizend Israelieten vonden de dood. (1 Kronieken 21:9-14)
8) Na verloop van tijd viel de Nubier Zerach het land binnen met een leger van duizend maal duizenden soldaten en driehonderd strijdwagens, en rukte op tot aan Maresa. Asa ging hem tegemoet en bracht zijn leger in stelling in de vallei van Sefata, bij Maresa. Hij riep de HEER, zijn God, aan met de woorden: HEER, er is niemand die hulp biedt zoals u wanneer de machteloze het moet opnemen tegen een overmacht. Help ons, HEER, onze God, want in u hebben we ons vertrouwen gesteld en in uw naam zijn we tegen deze overmacht in het geweer gekomen. HEER, onze God, sta niet toe dat een mens zich met u meet. De HEER liet de Nubiers tegen Asa en Juda het onderspit delven. De Nubiers sloegen op de vlucht en Asa en zijn leger achtervolgden hen tot bij Gerar. Er sneuvelden zo veel Nubiers dat hun leger tot niets meer in staat was. Ze werden door de HEER en zijn leger verpletterend verslagen. De Judeeers wisten een grote buit in de wacht te slepen. Ze veroverden alle steden in de omgeving van Gerar, die door vrees voor de HEER waren bevangen, en plunderden die omdat er een rijke buit te halen viel. Ze overvielen ook de tenten van de veedrijvers en voerden een groot aantal schapen, geiten en kamelen weg. Toen keerden ze terug naar Jeruzalem. - (2 Kronieken 14:9 - 15)
9) Vervolgens heb ik in de categorie doodstraf door middel van steniging, devolgende voorbeelden:
Numeri 15 vers 32: ‘Als nu de kinderen Israëls in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag. En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering. En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden. Zo zeide de HEERE tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen stenigen buiten het leger. Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.’
10) Leviticus 20 vers 10: ‘Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel zal gedaan hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden, de overspeler en de overspeelster.’
Ik heb nog veel meer maar ik heb even een adempauze nodig. Ik word hier misselijk van zoveel onrecht. En dat noemt zich een liefdevolle god. Als jouw god bestaat heeft hij een klein snorretje, een vettig kapsel plat geplakt met een scheiding en een zeker rood bandje om zijn arm. Almaar "Heil jhwh" roepend....
Groet,
Deadline
1) Misschien moet je je eens in de geschiedenis van de assyriers verdiepen. Moet je maar geen oorlog voeren tegen Israel.
2) De kanaanieten leefden in het beloofde land met wrede gebruiken. Zo offerden ze bijvoorbeeld hun kinderen aan afgoden. Anyways, ze leefden in het Land dat Yaweh aan de Joden had belooft.
3) is figuurlijk
9 Daarom – dit zegt God, de HEER: Wee de bloedstad! Ikzelf zal een groot vuur aanleggen. 10 Zorg voor veel brandhout, steek het vuur aan, laat het vlees verbranden, het vocht verkoken en de botten verkolen. 11 Laat de pot leeg op het vuur staan, zodat hij heet wordt en het koper gaat gloeien, om alle onreinheid in de pot te laten wegsmelten en het vuil te laten verdwijnen. 12 Maar al die moeite zal vergeefs zijn: het vele vuil wil er niet af, het wordt door het vuur niet weggebrand. 13 Jouw onreinheid is je schande; omdat je niet rein bent geworden toen ik je wilde reinigen, zul je van je onreinheid niet meer worden gezuiverd voordat ik mijn woede op je heb gekoeld. 14 Ik, de HEER, heb gesproken, en zo zal het gebeuren, zo zal ik het doen. Ik zal je niet ontzien, ik zal geen medelijden tonen, ik zal geen berouw krijgen. Naar je daden zul je worden beoordeeld. Zo spreekt God, de HEER.”’
4) afgoden dienen was idd not done. Niet vergeten wat God allemaal voor ze gedaan had.
5) 4 idem
6) Je kent de voorgeschiedenis? Mozes had het al een paar keer eerder vriendelijk gevraagd. Op een gegeven moment is het dan jammer maar helaas. Dit was namelijk al de 10e plaag.
7) Over het getal kan je discussieren omdat die wel vaker symbolisch van aard zijn. Het was idd een zware straf.
8. Zo gaan die dingen in een oorlog.
9) + 10) In het oude verbond gold de wet. Heeft Jezus de overspelige vrouw gestenigd?
jeremia 31 De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit, 32 een ander verbond dan ik met hun voorouders sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond verbroken, hoewel ze mij toebehoorden – spreekt de HEER. 33 Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. 34 Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de HEER kennen,” want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al – spreekt de HEER. Ik zal hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan.
en God hield zich alleen met Zijn volk en de tegenstanders daarvan bezig. Je hebt gelijk dat je soms een probleem had wanneer je daar tegen in ging.