Kronos schreef: Het begint met bewust worden van intenties. Ook dit punt is weer onderling afhankelijk met alle andere. Wie aandachtig is (door de juiste aandacht te beoefenen) zal sneller opmerken dat hij of zij iets wil doen of zeggen alleen maar om een ander te kwetsen. Pas wanneer men zich daar van bewust is geworden kan zo'n patroon losgelaten worden.
Zoals ik reeds zei is de boeddhistische analyse niet onjuist. De leefregels uit het achtvoudige pad vind ik ook geen slechte leefregels. Aandachtig proberen te zijn is goed; je bewust worden van je intenties is goed; het loslaten van foute patronen na de ware oorzaak ontdekt te hebben is uiteraard aanbevelenswaardig; dat is zelfkennis ontwikkelen. Eén van de beste dingen die een mens volgens mij kan doen, is zelfkennis ontwikkelen. Waar de boeddhistische leringen denk ik de fout ingaan is waar men meent dat opperste en voortdurende zelfkennis mogelijk is (en dan spreek nog nog slechts over dit ene aspect van het achtvoudige pad). Je hele leven, ieder moment van de dag indachtig zijn, is fysiologisch gezien, volgens mij, onmogelijk. En als het zo nu en dan een paar seconden lukt, minuten, of een uur voor de geoefende mediterenden, zijn we dan verlicht? Zijn we dan bevrijd uit Samsara? Misschien gedurende die korte periode, maar daarna zijn we weer terug in die wereld waarin we geboren zijn, met al die frustraties die ons afleiden. Hoeveel mensen bereiken jaarlijks de staat van verlichting. Hoeveel mensen worden een boeddha? Wie worden bevrijd uit Samsara? Ben jij verlicht Kronos? Heb jij het Nirvana bereikt; die volledige uitblussing van het ik? Ben jij bevrijd van Samsara?
Het probleem bij de meeste religies is dat men er, zonder enige grond, vanuit gaat dat er een volmaakt beginsel is in de mens. Ik zou niet direkt beweren dat dit bij het boeddhisme het geval is. Maar het boeddhisme is wel voortgekomen uit een traditie waarin men geloofde in een volmaakt beginsel; het zuivere, volmaakte en hoogste deel van de mens; het Ãtman; het hogere 'Zelf', of zoals sommigen noemen, 'de ziel'.
Het geloof in iets dergelijks is, vermoed ik, de reden waarom religies de latten altijd zo ontzettend hoog leggen. In het christendom is men dan ook zo sluw geweest om het vuile werk door Iemand anders te laten opknappen, want niemand of bijna niemand kan zo'n staat van zijn bereiken. Logisch, want er is geen enkele reden om aan te nemen dat er zoiets bestaat als een volmaakt, zuiver beginsel in de mens. We zijn, vermoed ik, niet meer dan conglomeraten van cellen, die op hun beurt weer conglomeraten van moleculen zijn; we worden beheerst door de genadeloze wetten van de natuur, en ons gedrag wordt bepaald door een complexe wisselwerking tussen endocriene klierafscheidingen en electrische ontladingen in het brein. Onze wil kan daar slechts beperkt iets aan veranderen. Zelfs de meest vredelievende monnik, met zijn vlijmscherpe concentratievermogen - zelfs een boeddha - kan in een moordenaar veranderen, als zijn pre-frontale cortex beschadigd raakt. We zijn maar tot op zekere hoogte toerekeningsvatbaar, omdat we slechts onze onvolmaakte hersenen zijn.
Hierover gaat het punt van de juiste inspanning. Wie zich onvoldoende inspant wordt weer meegesleept door conditioneringen. Wie te veel hooi op zijn vork neemt -bijvoorbeeld door heel erg een bepaald mentaal beeld van volmaaktheid na te streven- die put zichzelf uit en zal daardoor ook terugvallen.
Ja, maar wie zegt mij dat Gautama zichzelf écht goed kende? Wie zegt mij (als er enige historische waarheid in deze geschiedenis schuilt) dat Gautama's hersenen niet door deze enorme inspanning, gedurende vele jaren, getraind waren tot de opperste concentratie, en dat hij juist dáárdoor kon minderen. Wie zegt mij dat het hem gelukt zou zijn zonder die jarenlange voorbereiding? Zou het niet kunnen zijn dat het voor hem gemakkelijk praten was, met zijn keiharde training?
Je ziet nu ook dat monniken heel veel tijd besteden aan mediteren. Continu proberen ze hun geest te harden, in die opperste staat van concentratie te blijven. De 'meester' loopt achter hen, en geeft een tik met de stok wanneer ze in slaap dreigen te dommelen; een tik zodat ze 'bij de les' blijven. Hoeveel van die monniken en zenmeesters zijn werkelijk verlicht; bevrijdt uit Samsara? Hoeveel zijn werkelijk vrij van begeerte? Hoevelen bereiken werkelijk dat boeddhaschap? Zou het niet kunnen zijn dat ze maar wat aanrommelen, net als het overgrote deel van de mensheid?
Is het ook niet iets elitairs? De gewone pauper heeft geen tijd om te mediteren, kan soms niet eens lezen. Als de monnik in zijn tempel of klooster mediteert, mantra's reciteert, of heilige boeken leest, dan moet de arme boer of arbeider op het land werken, tot s'avonds laat; tot hij er bij neervalt. Een maatschappij kan niet geheel uit monniken bestaan. Logisch, want de weg naar de verlichting is een leven waarin men steeds 'indachtig' moet zijn; men moet de geest harden - 'mind over matter' - jarenlange training en oefening is vereist. Duizenden boeren en arbeiders werken zich in het zweet opdat een enkeling kan proberen om een boeddha te worden. En hoevelen worden werkelijk boeddha?
Is (zen)meditatie goed? Heeft het positieve effecten? Worden mensen er gelukkiger van?
Zeker! Zoals yogavormen als Hatha Yoga goed zijn voor het lichaam, zo is (met mate) mediteren, goed voor de hersenen. Maar is het realistisch is om te veronderstellen dat we daarmee heiligen worden, zoals in de
legenden verteld wordt van Gautama?
Zijn de boeddhistische leefregels goed? Ja, het bevat zeer waardevolle elementen. Maar is het voor een mens mogelijk om er volledig volgens te leven? Kan men uit Samsara bevrijdt worden als men faalt om ook maar één tittel of jota van het achtvoudige pad op te volgen? Of is daar een bepaald percentage voor; een weegschaal, zoals Allah die toepast bij het wegen van de zielen?
Het achtvoudige pad, de weg van de Boeddha, is dus een oefenweg, waarvan gezegd wordt dat hij goed in het begin, goed in het midden en goed op het einde is.
Maar hebben we Nirvana - de 'uitblussing van het ik' - al bij het begin te pakken? Zo ja, waarom dan verder gaan?
Ik vind de vraag of we dan nog wel mensen zijn een goeie. Nee zou je kunnen zeggen. We zijn dan boeddha's. Of vanuit een ander standpunt, als we beseffen dat we nu eigenlijk niet meer dan geconditioneerde veredelde apen zijn, zou je kunnen zeggen dat we dan pas echt mens zijn.
Ben jij een boeddha? Zo niet, wanneer denk je er één te zijn?
Ben jij een 'echt mens', of ben jij een aangeklede aap, zoals ik?
Vriendelijke groet.