Wie de schoen wringt trekke hem uit.
In een alweer grijs wordend verleden heb ik me tweemaal laten verleiden tot een discussie met een tien- tot twaalftal Getuigen van Jehova tegelijk. Plaats van handeling was een tijdelijke 'Koninkrijkszaal' bij mij in de buurt. Tevoren was het een kapperszaak geweest, maar die was wat verbouwd en aangepast.
De bijeenkomsten begonnen ± 20.00 uur en duurden – met tweemaal een onderbreking voor een en passant kop koffie - tot ± 22.30 uur.
We zaten aan een lange tafel. Ik zelf in het midden van de ene lange kant en de getuigen tegenover me aan de andere lange kant en een paar aan de korte kanten. Elke getuige had een dik boek bij zich met veel lintjes en nog wat uitstekende papiertjes. Dat waren Bijbels. Wat anders? Als ik het goed heb gezien waren in de tekst zinnen en alinea's gemarkeerd door een onderstreping of een streep in de kantlijn.
Na een hartelijk welkom vroeg de man recht tegenover me: "Waar zullen we het over hebben"? Ik antwoordde: "U hebt mij uitgenodigd dus heb ik maar aangenomen dat u ergens over wilde praten". Dat bleek zo te zijn.
En nu wordt het erg moeilijk voor me want je wilt natuurlijk weten waarover het is gegaan. Het enige dat ik nog weet: het ging over de Bijbel en wat daarin staat. Het is gegaan over het scheppingsverhaal, de zondvloed, de toren van Babel, het offer van Abraham, een stelletje profeten, ja, waarover eigenlijk niet? Maar wat een tekst precies bedoelde te zeggen, wat men erover beweerde en waarom, ik zou het écht niet meer weten. In ieder geval: elke discussie, nou ja, elke woordenwisseling liep dood. Beter gezegd: als ik dacht dat een discussie met iemand dreigde vast te lopen, dan nam een ander het woord en las een nieuwe tekst voor. Zeker bedoeld als verduidelijking. Maar ook dát werd niet helder.
En iedereen bleef glimlachen en buitengewoon vriendelijk. Ik vrees zelf wat minder breed geglimlacht te hebben.
Het afscheid was ronduit hartelijk. Men had het zéér interessant gevonden en men had veel geleerd en ik liet me ompraten tot een vervolg. Dit laatste had ik dus helemáál nooit moeten doen! Het werd een herhaling van de eerste keer. Tot een derde keer is het niet gekomen. Goede dingen gaan in drieën.
Thuis heb ik beide keren eerst een fles bier en een paar borrels gedronken om de chaos in mijn hoofd wat te dempen zodat ik toch nog in slaap viel.
Sindsdien zijn er 'discussies' waaraan ik niet deel neem.
De eerste maal dat ze hier in mijn nieuwe huis aan de deur kwamen heb ik gevraagd of ze iets als een directeur hadden. Dat hadden ze. “Wilt u hem laten weten dat ik liever geen getuigen aan de bel krijg want ik moet hen iedere keer teleurstellen omdat ik geen belangstelling heb”. Ja, dat wilden ze wel. “Zal ik u mijn verzoek schriftelijk meegeven”? Neen, dat hoefde niet.
Sindsdien kijken ze, voor mijn huis aangekomen, op een papiertje, controleren het huisnummer en het naambordje en lopen door.
Groeten.
Fons.