vegan-revolution schreef:En ook dat je telkens weer opnieuw de moeite neemt om ..... voor de ik-weet-niet-hoeveelste keer ..... ontroert me.
Ik heb opgezocht hoe ik ooit de discussie met Student01 vervolgde. Toen hij het me vroeg om verder te gaan per e-mail kon ik het onmogelijk weigeren, hoewel het onderwerp me vreselijk tegenstond omdat het al zo
vaak behandeld is. Maar ik dwong me ertoe. En loste mijn tegenzin op door te proberen om op een totaal onverwachte manier te gaan schrijven over dit onderwerp, dwz. niet in het oerwoud van de aangebrachte argumenten van de christen verstrikt te raken, maar de zaak al beklinken vóórdat de gelovige uit de startblokken met zijn argumenten aankomt, en op te roepen om geestelijk volwasssen te worden.
Dit is wat ik enkel voor hem geschreven heb.
Maar waarom zou ik het niet aan alle christenen adresseren? Preek voor de paasdagen van ieder volgend jaar!
17.4.2017
De opstanding van Jezus een historische gebeurtenis?
[Student heeft me benaderd met de vraag of we het debat betreffende de betrouwbaarheid van de evangeliën per e-mail voort kunnen zetten. Hij zou de stelling willen verdedigen dat de opstanding van Jezus een historisch gebeuren is, en ik moet het omgekeerde betogen.]
Ik moet zeggen dat toegespitst op dit onderwerp het verschil tussen een 17-jarige en 60-jarige heel duidelijk naar voren komt. Ik probeer me te herinneren hoe het was even zo ’begeistert’ te zijn over een religieus geloof dat een aaneenschakeling van de meest bizarre beweringen is. Als je het Oude Testament doorgelezen hebt weet je dat een zee opengespleten kan worden, dat een zon af en toe stil kan staan, iemand met een vurige paard-en-wagen taxi naar de hemel kan worden getransporteerd, een engel des Heren in het midden van de nacht een Assyrisch leger van 185.000 man doodt, een paar moedige joden rustig in een zevenmaal hoger opgestookt vuur rondlopen en wanneer ze uitgepraat zijn er rustig en ongedeerd uitlopen, en af en toe een dode weer opgewekt kan worden, op het moment van het sterven van Jezus volgens Matteüs zelfs een heel kerkhof vol heiligen. Hoe vreemd dat voor menig gelovige ook anno 2017 geen bijbels wonder te bizar is! Hoe vreemd dat het mij lukte toen ik 17 was!
Zou je echter deze gelovige de mirakels waarvan Herodotus gewag maakt voorlezen dan zou dezelfde persoon die met een gezonde glimlach zonder een ogenblik te twijfelen afwijzen! (Ik herinner me dat ik Herodotus las toen ik 19 was en zo reageerde).
Een debat te voeren over het meest uitgekauwde onderwerp van het christelijk geloof, de fabel van een opstanding van Jezus, voelt nu ik 60 ben aan als iets waar een rationeel mens zich net zo min toe verlaagt als een debat over hoe roodkapje levend uit de buik van de wolf kon komen. Het verlangt geduld en wellicht teveel van mij om in alle serieusheid de meest fameuze fabel die christenen al bijna 2000 jaar lang jaarlijks vieren weer eens te moeten becommentariëren. Ik heb dat bijna tien jaar geleden zeer uitvoerig gedaan in de vorm van een boekrecensie:
http://www.kolumbus.fi/volwassengeloof/wright.htm
Tegenwoordig begrijp ik dat het nauwelijks zin heeft over de details van het verhaal te discussiëren. Indien het verhaal zou vertellen dat Jezus aan het kruis
niet doodging, maar in plaats daarvan God na enkele uren vond dat Jezus nu wel genoeg geleden heeft, hem vleugels gaf, waarna hij zich opeens met goddelijke macht losrukte van het kruis en vergezeld van engelen wegvloog, de hemel in, om zich af en toe nog aan deze of gene uitverkorene te laten zien, dan zouden er net zoveel gelovigen in geloven, en zou ik nu dát verhaal van goddelijke victorie moeten becommentariëren. Religieus geloof heeft dus niets met rationeel denken te maken, maar met psychische behoeften van de geestelijk onvolgroeide mens.
Nu ik 60 ben is de eerste gedachte betreffende dit onderwerp ’de opstanding’ dat het zo buitengewoon
kinderachtig is. Er wordt ons mensen gevraagd om te geloven dat de Schepper van het onmetelijke heelal een relatie met mensen wil hebben, met
jou persoonlijk wil hebben. Hij gebruikt daarvoor een test: kunt u geloven in een wonder dat ooit gebeurd is toen de mensheid zich niet erg ontwikkeld had en men algemeen in wonderen geloofde, een verhaal waarvoor geen ooggetuigeverslagen zijn, maar overgeleverd is via horen zeggen, en gecensureerd en geredigeerd door de overwinnende geloofssekte? Ja, lukt het u? Welaan, dan krijgt u de hoofdprijs! Eeuwig leven!
Kunt u het niet? Pech gehad, dan zult u worden veroordeeld (Mc. 16:16).
Al het leven gaat dood, en daarom heeft leven dan ook een mechanisme dat voortplanting heet. Nooit dood willen gaan, nooit voorgoed verdwijnen, is dus een vreselijk onnatuurlijke en kinderlijke wens. Af en toe heeft de bijbel goede uitspraken, ”En hij stierf verzadigd van het leven” is er één van. Iemand die denkt eeuwig te moeten zijn is psychisch nooit opgegroeid, lijdt aan een psychische storing, de meest groteske inflatie van zichzelf. Niet leuk om te zeggen uiteraard, en gelovigen zullen meteen met hun gele of rode respect-kaartje tegen me staan te wapperen, en boos weglopen vanwege grove ad hominems. Begrijpelijk, want wie hoort met plezier de waarheid over zichzelf aan? Ik kan de gelovige wel troosten door op te merken dat ik er veel langer aan geleden heb dan het te kunnen verontschuldigen door het op conto van mijn jonge leeftijd toe te schrijven. Het is menselijk om je kracht te putten uit wensdromen.
Interessant is dat de godgelovers in de
oorspronkelijke bijbel aan zo’n eeuwig leven geheel geen behoefte hadden. Voor hen waren nazaten belangrijk, en materiële zegen voor zichzelf en hun nageslacht. Ze hadden blijkbaar niet de existentiële benauwdheid die vele moderne christenen hebben, wanneer ze hun geloof door de mand zien vallen, maar vervolgens het atheïsme niet kunnen omarmen omdat ze niet kunnen leven met ’dood is dood’. Deze angst voor het niets is blijkbaar aangeleerd door de religie, net zoals de letterlijk wereldvreemde gedachte die men bij moderne religieuze mensen veelvuldig aantreft dat het leven zonder religie zinloos is. Ook deze laatstgenoemde gedachte was zeldzaam in de bronstijd, want God werd juist in de eerste plaats gezien als de bron voor alle wereldse succes. Aangezien de moderne mens met behulp van techniek en planning zijn eigen wereld creëert en God daarin geheel afwezig is, is deze gedachte niet meer geloofwaardig. Het belang van religie is daarom verplaatst naar het hiernamaals, oftewel het niets. Het enige waar God in dit leven nog voor dient is een prettig gevoel te geven dat het allemaal wel goed zit en komt.
Het dogma van de christelijke opstanding is vooral interessant omdat het zo door-en-door heidens is. Het christelijk geloof is een heidense verbastering van het oorspronkelijke joodse geloof met de religies van heidense volkeren (met name Perzië). Vanuit Perzië sloop het geloof aan opstanding binnen, tesamen met veel ander bijgeloof. Zo deed een ’laatste oordeel’, hemel en hel, Satan en demonen, en apocalyptisch einde van de wereld zijn intrede in de bijbel zonder dat er ook maar enige sprake was van een godsopenbaring! In de Hellenistische tijd ontwikkelde geloof aan deze zaken zich tot gemeengoed. Al die zaken worden in het Nieuwe Testament als
vanzelfsprekende geloofsopvattingen beschouwd. In het Nieuwe Testament kom je nog een groepje Sadduceeën tegen, de gereformeerde bonders van die tijd, die al die nieuwlichterij niet accepteerden, omdat Mozes er niets over wist te vertellen, oftewel omdat er geen godsopenbaring aan ten grondslag ligt. Heldere denkers die Sadduceeën! Vergelijk hun argument eens met de manier waarop Jezus geloof in de opstanding verdedigt. Jezus zegt tegen ze:
"Hebt u in het boek van Mozes in de passage over de doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob”? Hij is geen God van doden, maar van levenden; u dwaalt vreselijk!" Een vergezochter antwoord had hij niet kunnen geven! Voor ieder koel hoofd zegt de oudtestamentische tekst enkel en alleen dat de God die zich openbaarde aan Mozes dezelfde is als die zich ooit aan de aartsvaders openbaarde. Noch Abraham, noch Isaak, noch Jacob, noch Mozes hadden gedachten aan een opstanding. Er nog achteraan zetten dat de Sadduceeën op grond van deze tekst verschrikkelijk dwalen is wel helemaal het toppunt van idiotisme. Deze analfabetische manier van het lezen van de in die tijd al antieke heilige teksten komen we ook bij andere joodse rabbi’s tegen. Er waren er die Deuteronomium 11: 6 "
Dan zult u lang leven in het land dat Jahweh onder ede aan uw voorouders en hun nageslacht heeft beloofd, het land dat overvloeit van melk en honing", uitlegden als bewijs dat er wel een opstanding móet zijn, omdat God anders zijn eed aan de aartsvaders niet gestand kan doen! Nog een slimme rabbi had uit Deuteronomium 32: 39: "
Ziet nu, Ik dood en maak levend, Ik versla en Ik heel" laat zien dat er wel een opstanding moet zijn. (De moderne vertaling vertaalt de oorspronkelijke betekenis zo: ”Ik laat sterven, ik geef leven”). De meest wanhopige rabbi’s beriepen zich als bewijs voor de opstanding nog op Deuteronomium 33:6: "
Ruben, hij moge leven, en niet sterven, hoe gering zijn aantal ook is", niet begrijpend dat dit sloeg op de
stam Ruben. Op dezelfde analfabetische manier rukken nieuwtestamentische schrijvers dan weer hier dan weer daar een zin uit het Oude Testament om er profetieën van te maken die over hun Jezus spreken. Nu zou je denken dat zelfs een kind de kinderachtigheid van zulk een schriftuitleg kan inzien, en inderdaad wat oudere kinderen kunnen het met gemak, maar voor gelovigen is het een reden om hun rabbi en bijbelschrijvers als een hele wijze mannen te bejubelen en heel overtuigd te zijn van een opstanding.
Opstanding en ’eeuwig leven’ via een Soter (goddelijke heiland, redder) is een obsessie in de tijd van het hellenisme. In allerlei mysteriegodsdiensten in de omgeving was het al eeuwenlang in de mode, en dus was het enkel een kwestie van tijd voor er in het jodendom ook een versie van bedacht werd. Toch ligt er nog steeds een sluier op de precieze gang van zaken. Hoe joods fanatisme betreffende een messias die de wereld aan zijn voeten zou leggen, kort voor en na de vernietiging van de joodse staat omgebouwd werd tot redding van onsterfelijke zielen kan in het licht van de smeltkroes van het hellenisme als een logische ontwikkeling gezien worden, maar is tegelijkertijd toch ook een staaltje van geestelijke acrobatiek. Jammergenoeg is één rode draad die gewoon doorliep van oud naar nieuw het geloofsfanatisme. Christelijk geloof ontpopte zich bovenal als een obsessief bezigzijn met het juiste geloof, en het uitroeien van alles wat ervan afweek. Waar dat geloof nu in de moderne tijd, gebaseerd op de rede en de wetenschappelijke methode, de rekening van krijgt en genadeloos voor afgestraft wordt: aangezien het van ongeloofwaardige mirakels en ongefundeerde beweringen aan elkaar hangt is het ten dode opgeschreven in een cultuur waar mensen de nadruk leggen op feiten, logica en wetenschappelijke methodologie. Het motto van de moderne tijd en toekomstige tijden "Buitengewoon ongeloofwaardige zaken vereisen buitengewoon sterke evidentie om geloof erin redelijk te maken" is ontegenspreekbaar, en daarmee is het lot van het christelijk geloof bezegeld.
Hoe kinderachtig het geloof in de opstanding van Jezus is wordt al gauw duidelijk wanneer je christenen gaat vragen
waarom het zo belangrijk is dat je erin gelooft. Dan krijg je om te beginnen verhalen over een bloedoffer dat zondeschuld verzoent. Wat een geestelijk opgegroeid mens aan moet met zulk een primitief overblijfsel uit het menselijk denken van de prehistorie is een raadsel. In alle serieusheid dit denkbeeld met God te verbinden zou meer aanspraak kunnen maken op de hoofdprijs voor de grootst denkbare godslastering. Men kan zich tegenwoordig enkel afvragen hoe het toch komt dat een redder-complex zo krachtig is dat het een wereldrijk omver gooit, een heel tijdperk in zijn macht houdt. Dan moet je op zoek gaan naar de rampzalige psychologie achter het oeroude denkbeeld van een zondebok, hetgeen in het christendom de apotheose kreeg in de vorm van een goddelijk slachtoffer dat als zondebok voor de hele wereld kan fungeren. Tegelijkertijd had het het voordeel dat het andere zondebokken (tempeldienst) overbodig maakt.
Op een Amerikaanse christelijke site kreeg ik nog een andere reden aangeboden: het is zo belangrijk ”omdat de opstanding de macht van God aantoont. Indien hij deze macht niet heeft is hij ons geloof en aanbidding niet waard.” Over de inflatie van de mens gesproken! Een universum scheppen is niet genoeg voor de verwaande religieuze kwast die dit antwoord verzon. Indien God de mens geen eeuwigheidswaarde geeft dan heeft de gelovige geen interesse in een God.
In feite is al dat Jezus-gedoe van christenen inderdaad het God omlaag halen totdat hij helemaal mens wordt, iets wat ik ooit tot
de hoogste godslastering uitriep. In het christelijk geloof draait letterlijk alles om de mens.
Kinderachtiger is niet mogelijk.
De logische onmogelijkheid van gered worden door een goddelijke held die de zondelast plaatsvervangend op zich neemt, is onderdeel van een
veelomvattend spinnenweb aan leugens waaraan onze hele westerse cultuur millennia lang onderdanig is gemaakt. Een pakket van geloofsovertuigingen dat menselijke waanzin tot wijsheid heeft uitgeroepen, waartoe een mannelijke scheppergod behoort, de onderdanigheid van de vrouw, de verdorvenheid van het menselijk ras, het uitverkoren zijn van de weinige rechtvaardigen, het met fanatisme ijveren voor puurheid en wegsnoeien van alles wat met werelds plezier te maken heeft, vijandschap met al het aardse, en het reikhalzend uitzien naar het einde van de wereld en een opstanding in heerlijkheid, oftewel reikhalzend uitkijken naar het niet-bestaande. Christelijk geloof, opstandingsgeloof, is dan ook ten diepste nihilisme en wraak op of haat tegen het aardse leven. Het is bovenal tragisch dat zienswijzen die resoluut zouden worden afgewezen als lachwekkend en ziekelijk indien ze door een enkeling zouden worden aangehangen, volkomen normaal, vanzelfsprekend en zelfs heilig worden, wanneer ze maar door miljoenen aangehangen worden. In een milieu geboren te worden waar al deze zaken als zekerheden worden beschouwd betekent gelijk ook een half leven van geestelijke worsteling indien men het in zijn hoofd zou halen zich eraan te willen ontworstelen.
Vanwege dat laatste, en om zoiets indien mogelijk wat te versnellen, is dan ook de enige reden waarom ik af en toe met een slachtoffer van bizar religieus geloof in gesprek ga.
De opstanding van Jezus is
vanzelfsprekend geen historische gebeurtenis. Maar indien men desondanks alle bovengenoemd skepticisme met een open mind de zaak van dichtbij wil bekijken, dan schiet het verhaal al meteen bij het eerste globale onderzoek te kort: de oudste getuige van het christendom waar we weet van hebben is de apostel Paulus, een mysticus die nog nooit gehoord heeft over een Jezus van Nazareth die het land doorkruiste, predikte en wonderen deed, die in Jeruzalem in de tempel oproer veroorzaakte, door zijn discipel Judas verraden werd, door Pontius Pilatus ter dood veroordeeld werd, stierf aan het kruis op Golgotha en na drie dagen uit een graf herrees en zich aan vrouwen liet zien! Geen woord erover!
Het volgende oudste getuigenis voor de opstanding is het evangelie van Marcus, dat zoals de beter geïnformeerde bijbellezer weet, oorspronkelijk eindigde op hoofdstuk 16 vers 8. Dit evangelie heeft inmiddels wel bovengenoemde details verzonnen, op laatstgenoemde na, de verschijning van de opstane Jezus. Het verhaalt enkel over een open en leeg graf. Een ’in het wit geklede jongeman’ wordt in het verhaal opgetrommeld om de vrouwen te vertellen dat Jezus is opgewekt uit de dood. Vervolgens eindigt het evangelie op deze manier:
"Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze niemand iets zeiden." Waarom zo'n uiterst vreemd einde? Uiteraard omdat het verhaal over een lege graftombe tot dan toe niet bekend was, en Marcus een verklaring wil geven waarom dat zo is.
Dat dit wat later voor de gelovigen volstrekt onbevredigend is begrijpt de volgende fiction producer Matteüs maar al te goed. Hij
verdraait het einde van Marcus opzettelijk (en maakt ervan: "Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te vertellen") en verzint er een kort vervolgverhaal bij, waarin Jezus de vrouwen opeens tegemoet komt, en een praatje met ze maakt.
Het wordt steeds mooier. De nog latere Lucas en Johannes verzinnen er voor de zekerheid nog bij dat de opgestane Jezus betast kan worden en meedoet aan maaltijden. Lucas is de enige die zo pienter is dat hij beseft dat hij Jezus nu ook officieel van de aarde moet weghalen nu hij eenmaal op de aarde is opgewekt en rondspookt.
Maar Johannes komt aan met het beste argument aller tijden: hoe zalig men is wanneer men niet ziet, oftewel geen enkel bewijs van dit alles heeft, maar toch gelooft. Dat laatste evangelie is dan ook altijd het lievelingsevangelie van alle goedgelovers geweest.
Zalig, maar ook kinderachtig