Voor mij heeft Vangelis zo'n grote status omdat hij in mijn persoonlijke leven zo'n grote betekenis had. Ik ben iemand die volledig door de klassieke muziek gevormd is. Via confrontatie met Vangelis begon ik waarde te geven aan wat in de zeventiger en tachtiger jaren ontwikkeld werd aan elektronische sounds en techniek.
Nu voor het eerst luisterend naar zijn laatste album krijg ik ook het gevoel van Gerard R., voor mij dat het geluidlandschap, "soundscape" gedateerd begint aan te doen. Toen het allemaal ontwikkeld werd voelde het aan en werd het geadverteerd als "een wereld van eindeloze nieuwe mogelijkheden", maar na veertig jaar merkt men op dat de synthesizer eenvoudig een onmiddellijk herkenbaar geluid is, en de muziek die ermee wordt gemaakt vaak één en dezelfde atmosfeer schept. Bij Vangelis (en menige natuurdocumentaire) een dobberen in een eindeloze oceaan of zweven in een oneindige ruimte van statisch geluid (opgewekt door hoog opgedraaide
reverb, waarin de afwisseling gegeven wordt door percussieriffs en -loops, effect van "wind" die traploos omhoog of omlaag gaat, of als alternatief een chromatisch omhoog of omlaaggaande glockenspiel. Waaraan een paar in echo badende pianoklanken klinkend uit de verte aan worden toegevoegd. En bovenop alles komt dan, net op tijd, net voordat je begint te denken dat het saai begint te worden, een melodie. Bij Vangelis vaak in wagneriaans heavy brass of een vrouwenstem. De melodie komt vaak bovenop een zich eindeloos herhalend ritmisch tapijt en is bij Vangelis altijd heel eenvoudig maar in het beste geval wellicht daarom juist heel pakkend en om van te genieten, om in te zwelgen, zoals in dit
tere stukje. Bereikt de melodie deze kracht niet dan blijf je een beetje achter in teleurstelling.
Hier een voorbeeld van zijn laatste album. Na een lange tijd "waarin er weinig gebeurt in de muziek" komt opeens een melodie in de strings. Het bestaat uit enkel 6 noten! Dit wordt herhaald. Na een kleine pauze herhaalt een indringende schuiftrombone het nog eens, en nog eens , maar enkel de eerste vier noten ervan, om helemaal op het eind de laatste twee noten nog even te laten klinken, waarna de strings het thema weer herhalen en nog eens, waarna de trombone het weer herhaalt en weer een keer, waarna de strings het weer opnemen en nog eens...waarna je al 3½ minuut verder bent en enkel het pakkende achtergrondritme nog onverstoorbaar overblijft en wegsterft om het stukje te laten eindigen. Weliswaar pas zes minuten later! Het laat mij achter met de gedachte dat deze melodie pas de inleiding was en ontwikkeld had moeten worden tot een hoogtepunt. Maar dat bleef achterwege.
Maar geen nood, de
engelachtige vrouwenstem die natuurlijk niet mag ontbreken wordt vertolkt door de sopraan die - hoe kan het ook anders - de voornaam Angela heeft, en komt al twee minuten later, iets wat de insider al bijna kon raden omdat de harp als inleiding geïntroduceerd werd.
Ikzelf vind zulke zwelgmuziek heerlijk om af en toe naar te luisteren. Zoiets heb je in je leven juist zeer nodig, het is zo rustgevend, ontspannend. Zelf lukt het me jammergenoeg nooit om het vergaande minimalisme in mijn eigen muziek te creëren, hoezeer ik het ook bewonder. Ik ben er wellicht te ongeduldig voor. Via mijn klassieke beïnvloeding eist mijn brain wellicht dat er op ieder moment veel meer dient te gebeuren dat de aandacht vergt en de luisteraar belet in te slapen. Always too many notes! Heel vermoeiend. Misschien leer ik
traagheid en het statische, muziek als uitdrukking van het niets, de oneindige lege ruimte, wanneer ik 75 ben.
In sommige gevallen is de muziek van Vangelis opzwepend tot extase, een zeldzame kunst waar ik buitengewoon jaloers op zou kunnen worden, zoals in dit voor mij
favoriete stukje muziek, waar ik vroeger eindeloos naar kon luisteren, het liefst zo keihard mogelijk. Een absoluut hoogtepunt van Vangelis. Wanneer het afgelopen is móet je het weer opnieuw beluisteren. Deze volledig overweldigende muziek mag nooit ophouden! Dit is exact hoe een meesterwerk klinkt.
(Mijn genot werd jammergenoeg altijd verstoord door de paar noten die leken gestolen te zijn van Beethovens overweldigende 9e en ik moest die vervelende gedachte opnieuw en opnieuw uitbannen via het argument dat dat natuurlijk opzettelijk door de componist werd gedaan).