Dag Enigma,
Enigma schreef:Fons bedankt voor dit mooie verhaal,
Graag gedaan.
Enigma schreef:boeiend zo een parallel maar wat ik me afvraag,.........dit geloof van de Egyptenaren bestond dus ver voor Christus en zo kunnen oude mythen uit het Midden-Oosten (en omstreken ) verweven zijn geraakt met "nieuwe" mythen rond Jezus van Nazareth.
De 'crux', het kernprobleem, ligt daarin, dat wij het probleem spontaan niet vermoeden. En onze manier van denken is door de traditie al zó gevormd, dat het ons veel moeite kost om te vinden waar het probleem ligt. Er waren een aantal geniale geleerden nodig om dat duidelijk te maken.
Maar... ik probeer het uit te leggen en – als ik rustig verder kan gaan met m'n bijdragen (allemaal ontleend aan o.a. Kuhn en Harpur) – zal het gaandeweg wel duidelijk kunnen worden.
1. Zolang de mens kan denken, heeft onder alle culturen en op alle plaatsen van deze aardbol de overtuiging bestaan dat er 'een hogere wereld' is. Die 'móest er wel zijn want…'.
En… de mens heeft een relatie met die hogere wereld, is daarvan afhankelijk; de mens kan niet doen alsof die wereld er niet is.
(Het ligt voor de hand dat de manier waarop die hogere wereld werd voorgesteld van plaats tot plaats en van tijd tot tijd verschilde en dus verschillende woorden en/of namen opleverde.)
2. Dat al die culturen all over the world in 'Iets hogers' geloofden wil niet zeggen dat ieder individu in zo'n cultuur dat deed. Overal waren er natuurlijk ook, die 'Iets hogers' ontkenden. Om het in hedendaagse woorden uit te drukken: "Altijd en overal zijn er 'gelovigen' en 'ongelovigen' geweest".
3. In de loop der eeuwen of millennia hebben zich twee ontwikkelingen voorgedaan:
a) het besef is gegroeid dat die hogere wereld voor de mens rechtstreeks onbereikbaar is. De wezens uit die wereld worden nooit rechtstreeks waargenomen. Wat je niet met zintuigen kunt 'grijpen', daarvan heb je geen normaal 'begrip'. Wat je niet 'begrijpt' kun je niet (in gewone 'aardse' woorden) 'uitdrukken' .
b) Vele duizenden jaren geleden is de mens tot de overtuiging gekomen (zijn er mensen tot de overtuiging gekomen) dat er uiteindelijk maar één God kan bestaan. Ook daar, waar men was begonnen met in vele goden te geloven, brak op de duur de overtuiging door dat er maar één God was. De andere goden werden dan óf 'subgoden', 'geesten', verdeeld in goede en kwade geesten óf ze werden 'uitbeeldingen' van hoedanigheden die aan de ene God werden toegedicht.
NOTA BENE: altijd zijn er mannen opgestaan die 'hun tijd vooruit waren'. We noemen hen 'wijzen', 'meesters', 'goeroes', 'filosofen', 'profeten', 'mannen Gods' e.d., die 'voor hen die horen wilden' hun kijk op dit alles onder woorden probeerden te brengen (natuurlijk in beelden en vergelijkingen, want ook zij hadden de allesbevattende woorden niet tot hun beschikking).
4. Als je eenmaal 'gelovig' bent, wil je over het voorwerp of onderwerp van je geloof praten. Beseffend dat je van het onderwerp niets 'weet' en er dus géén woorden voor hebt, ben je wel gedwongen je toevlucht te nemen tot 'beelden', tot 'bij wijze van sprekens', 'allegorieën', 'aanduidingen' en… 'mythen'.
5. De 'beelden' konden niet verheven genoeg zijn omdat het 'verbeelde' oneindig ver boven alles verheven was. En dus nam de mens voor de verbeeldingen zijn toevlucht tot de sterrenhemel. Die stond altijd 'boven', namelijk daar, waar God geacht werd te verblijven en bovendien was die sterrenhemel even onbegrijpelijk als God zelf is.
Het 'mooiste beeld' van God was ontegenzeggelijk de zon, bron van alle licht en leven.
'Zonaanbiders' aanbaden niet de zon, die aanbaden God,
'voorgesteld' door de zon. Allicht waren er 'simpelen', die de zon voor God hielden, maar daar waren die 'wijzen' dus voor.
6. Ergens in deze ontwikkeling is de overtuiging gegroeid dat
in ieder schepsel, en
zeker in de mens, 'iets' van die God aanwezig was. Als God 'Licht' was, dan was in iedere mens een 'goddelijke glimp', als God 'Vuur' was, dan in iedere mens een 'goddelijke vonk', als God 'De Wijsheid', 'De Kracht', 'De Goedheid' etc was, dan was in iedere mens daarvan een kleine, beginnende gelijkenis aanwezig.
Dat is het zuivere en originele begrip
'incarnatie'. De Schepping 'deelt'
op mysterieuze wijze in het bestaan van God omdat God in de schepping is 'neergedaald'. En uitgerekend de mens kan zich dat bewust worden. Op een of andere, niet te begrijpen manier is God dus (in iedere mens)
mens of vlees geworden. (Bij wijze van spreken en NIET letterlijk!!!)
Overal en in alle, ook al zeer oude, culturen wordt in verhalen, rituelen, gebouwen en 'kunstuitingen' deze overtuiging teruggevonden en dat zó algemeen, dat sommige geleerden zich afvragen: 'Zou er een 'oergodsdienst' hebben bestaan, die zich in verschillende vormen over het mensdom heeft verbreid'? Is religiositeit 'erfelijk'?
Zo zeggen indianen in Zuid-Amerika dat ieder druppeltje van de (Stille) Oceaan 'Oceaan' heet zonder dat ieder druppeltje zelf die Oceaan IS. Beeldspraak!!!
Enigma schreef:...verweven zijn geraakt met "nieuwe" mythen rond Jezus van Nazareth.
En dát is nu net het bezwaar van die moderne exegeten: dat de evangelieverhalen (zoals ze nu zijn)
géén mythen meer zijn maar 'waar gebeurde geschiedenis'. Zodra het vertelde 'letterlijk waar gebeurd' moet zijn, hebben we niet met een mythe maar met een
'verslag' te maken. En dat kan een massa onoplosbare problemen met zich mee brengen.
We kunnen het met een gerust hart aannemen dat die evangelieverhalen niet als verslag van een geschiedenis zijn begonnen. Daarvoor zijn bewijzen te over. In de aanvang waren het mythen, beeldspraken en allegorieën, maar 'men' heeft er geschiedenis, gewoon menselijke 'feitelijkheden', 'waargenomen gebeurtenissen' van 'gemaakt'.
Of de motieven waarom 'men' dat heeft gedaan goed of slecht waren is een ander hoofdstuk. DÉ fout is dát 'men' het heeft gedaan.
Maar… hopelijk wordt dat gaandeweg weg steeds duidelijker. Er moeten in het traditionele denken wat fundamentele knoppen om en dat is doorgaans een proces dat enige tijd kan vragen.
Groeten.
Fons.