fbs33 schreef:Probeer op dit forum (om te beginnen) die universaliteit eens op één lijn te krijgen

Vanuit het psychologisch perspectief is onomstreden, dat de mens een moraal heeft die in eerste instantie geheel door het instinct wordt gestuurd. Vervolgens komt men (als opgroeiend kiind) in een leerproces door conditionering en later tot een eigen wil. De basis voor de universele moraliteit, dachten de hedonisten, zou te vinden moeten zijn in het streven naar
eudaimonia en Grieks woord, dat een soort kruising is tussen geluk en succes. Dit speelt al een rol bij de conditionering, waarbij immers de beloning een belangrijke rol speelt. Maar wat kan nu het verschil zijn tussen beloning en straf? Dat is immers een waardeoordeel? Zonder dat waardeoordeel zouden beloning en straf niet een inhoudelijk verschillende betekenis hebben en als toevallige effecten van het gedrag worden beleefd, waardoor geen conditionering kan plaatsvinden. Gemakshalve kunnen we lust en smart splitsen, hoewel de werkelijkheid ingewikkelder is. In het hedonisme geldt, dat de mens streeft naar het optimale geluk door lustbeleving en de mens wijkt voor smart, past zich aan of verweert zich ertegen.
Nietzche stuit op de hedonistische paradox: Als het genotsaspect aan al het goede verbonden is, zou iedere moraal en zingeving gereduceerd worden tot genotszucht, terwijl toch alleen genot in enige mate tot bevrediging leidt. Nietzche verwerkt echter niet de negatieve beleving van smart als drijfveer in het hedonisme. Het kwade te mijden en het goede te zoeken in de eigen beleving is m.i. de basis voor de Moraliteit.
Dit leidt op de geïsoleerde mens nog tot niets, maar de mens is geen solitair individu en dat leidt ertoe, dat de gehele groep - al degenen waarmee de mens zich identificeert - een groepsmoraliteit ontwikkelt, zodat het gezamelijk lijden gezamelijk gemeden wordt en gestreeft wordt naar optimalisatie van geluk voor de hele groep, althans voor zoveel mogelijk leden van de groep. Dit is Universele Moraliteit, omdat dit zelfde mechanisme overal ter wereld bij alle groepen mensen en culturen gevonden wordt, ook in de meest primitieve culturen.
De universaliteit wordt dus niet weersproken, door op tal van vormen te wijzen, die slecht zijn voor andere groepen. In de beleving is dat - bijvoorbeeld oorlog - goed voor de eigen groep. De in onze ogen voor anderen schadelijke uitwerking, wissen het onderliggende principe van de universele moraliteit niet uit. Als we reëel zijn en de hele mensheid als één groep leren zien, kan die Universele Moraliteit heel heilzaam zijn en dat is nu precies de bedoeling van die Universele Verklaring der Mensenrechten.
Overigens was Nietzche kennelijk geheel onder invloed van de Universele Moraliteit, omdat het in zijn tijd ondenkbaar was, dat uitsluitend genotzucht de drijfveer tot het goede kan zijn. Waarom was dat een dilemma? Hij zag het vermijden van kwaad over het hoofd en toepassing van die dualiteit op het begrip drijfveer, zou hem zeker bevredigd hebben. Zonder Universele Moraliteit zou het hem niets hebben kunnen schelen, dat genotzucht de enige drijfveer tot het goede is.
Een inmiddels klassiek voorbeeld van Universele Moraliteit is, dat men om als in-group een oorlog te voeren een vijand als out-group nodig heeft voor de groepsbeleving van volk en vaderland, zodat uit het ontvlieden van kwaad die vijand aangevallen wordt. Bij een globale mensbeleving werkt dat idee van de in-group versus out-group niet meer en als dat doorzet in alle groepen op de wereld, past de vorm van Universele Moraliteit zich daarbij aan. Daar zijn tekenen van en het sterkste teken is de brede aanvaarding van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, aangenomen door Algemene vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Universele ... an_de_Mens
http://www.unhchr.ch/udhr/lang/dut.htm tekst