Kitty schreef:Prachtige natuur. Maar als ik dit zie, en ook waar jij woont, kan ik mij de enorme cultuuromslag die je hebt moeten maken goed voorstellen. Want voor een vakantie geweldig, maar om daar te wonen en te wennen? Het heeft ook toch wel een sterk in the middle of nowhere gehalte. En zeker in de barre donkere lange winterperiode lijkt het mij geweldig lastig om de depressie de baas te blijven. Het is wel het leven teruggebracht tot zijn essentie.
Het is al een tijd geleden dat je ergens dit bericht schreef. Ik heb er niet op gereageerd. Wel lang op gestaard. Het is zo waar wat je hier schrijft. Ik heb geleerd ermee te leven. Maar het is een barre strijd van vele jaren geweest. Het zijn zaken waaraan ik liever niet denk, herinneringen die wanneer ik ze oproep altijd pijnlijk zijn om onder ogen te zien. Maar iets ervan is nog terug te vinden in schrijfsels die ik heb bewaard.
(23 jaar oud)
Donderdag 11 december 1980:
"Ik lag in bed maar kon de slaap niet vatten. Ik begon te huilen..."Het is hier zo moeilijk soms..."Je moet nu kiezen...ga je vechten of niet...voor mij is het ook moeilijk", antwoordde mijn vrouw, terwijl ze ook begon te snikken. Voor mij speelt altijd de gedachte aan de toekomst een grote rol: wat zal ik ooit hier kunnen doen? Waar ben ik goed voor? Zal ik ooit een baan kunnen krijgen? Hoe pas ik nu in deze maatschappij? Alles is vreemd. Wanneer ik me aan somberheid overgeef is het antwoord altijd helder en definitief: "Er is hier helemaal geen toekomst voor je. Finland is het land dat ieder mens kapot maakt." Enkel de tranen van mijn vrouw brachten me op andere gedachten: zij is zo lief, voor haar moet ik vechten."
Maandag 22 december 1980:
Geen dag ziet men mij zonder het Finse leerboek op schoot. Er is niemand die meer zijn best doet om het te leren. De woorden tollen door m'n hoofd. Telkens vergeet ik ze weer en moet ik ze weer overnieuw leren. En weer opnieuw en weer opnieuw. Ik voel me moe. Maar ik móet doorgaan. Ik zál die taal onder de knie krijgen. Er zal een dag komen dat ik het kan verstaan en kan spreken.
Het maakt me triest dat er in Finland zo weinig blijdschap is, zo weinig liefde tussen mensen onder elkaar. Maar voor mij is maar één alternatief: zó is het hier. Zó moet ik er maar aan wennen.
Het is al een paar dagen ongewoon warm geweest, maar een paar graden onder nul.
17 juli 1981:
Geen werk, geen huis, geen rust, geen vriendschap, geen gemeenschap om me heen. En het gevolg is dat ik me keer op keer voel instorten. Ik bezwijk tegenwoordig onder de geringste druk. "Is dat alles wat mijn geloof voorstelde?" gaat er dan door me heen. "Is dat de persoon die je in werkelijkheid bent?" Hoe vernederend! Hoe pijnlijk mezelf onder ogen te moeten zien, telkens te ervaren dat ik helemaal niets maar dan ook niets ben, geen enkele kwaliteit heb. Wie verlost me van dit afschuwelijke leven? O, Here Jezus, kom alsjeblieft weer in mijn leven. Spoedig val ik neer naast de weg. Ik kan niet meer verder.
Ik zou blij moeten zijn met dingen die mij geschonken worden. Ik heb gastvrije mensen ontmoet. Mensen in Holland hebben aan me gedacht. Ik heb een lieve vrouw...
Zo strompel ik maar verder. Ik leef enkel maar om telkens weer één dag verder te komen. "Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad". Ik moet vergeten wat achter me ligt en niet denken aan wat voor me ligt. God vergeef me dat ik niet kan zijn wie ik wil zijn.
Vrijdag 11 december 1981:
Hier in Finland ben ik in een zo'n andere wereld. Er is niemand met wie ik kan praten. 't Is net alsof ik hier op de rand van de wereld woon. Finnen kijken van ver op de wereld toe vanuit een heerlijke armstoel. De wereld bestaat hier eigenlijk niet. Hier denkt men alleen aan wat voor schoenen we vandaag aan moeten trekken, of de trein op tijd is of te laat komt, of het een geschikte dag is om te gaan vissen...
Maar ik voel op mezelf altijd een bijna niet te dragen last. Zoveel dingen drukken zwaar op me. Wat is mijn toekomst hier, ik ervaar zo'n lawine aan eenzaamheid, aan mijn studie komt nooit een eind en het levert me niets op. Als ik slaag voor het examen Engels in Nederland, dan is het hier niets waard. Het heeft hier geen geldigheid. Voor m'n vrouw is het niet gemakkelijk dit alles aan te zien. Ik doe echt m'n best om tegen mijn sombere gevoelens te vechten.
Een herinnering aan 1981
Herinnering aan 1982
De hele tijd wachtte ik met beklemmende spanning op het einde van de zomer, de tijd dat ik m'n best zou moeten doen een baan te vinden in dit vreemde nieuwe land waar ik nu woonde. Ik had van te voren al besloten om alles wat me maar aangeboden zou krijgen te accepteren. In het arbeidsbureau moest ik een formulier invullen wat me natuurlijk niet lukte zonder de hulp van m'n vrouw. Ik begreep meteen dat op deze officiële manier een buitenlander nooit werk krijgt, helemaal niet als hij ook nog theoloog is en leraar engels, maar niet de kunst van het fins machtig is.
Dit was een moeilijke tijd om positief te blijven en je gevoel voor zelfwaardering te behouden, maar ik deed m'n uiterste best niet in paniek te geraken en rustig te blijven. Alles komt wel voor elkaar...blijf geloven in het leven...je redt het wel, Ab...In geen geval zou ik mogen toegeven aan gevoelens van wanhoop en opstand. Mijn vrouw was in verwachting van ons eerste kind...
Ik maakte elke dag een fietstocht langs alle mogelijke werkplaatsen en fabriekjes, industrieterreinen en bureaus. Al fietsend oefende ik nerveus de juiste finse woorden om naar werk te vragen. En hoe zou ik het oplossen als ik niet begreep wat ze me antwoordden? Ik moest het nu helemaal alleen zien te klaren. Ik kon er ook helemaal niet meer tegen als een schoothondje aan de wereld getoond te laten worden: "Kijk eens wat een mooie jongen, en zo aardig en lief, en zo gevoelig en hij doet àlles. Hij kan alleen nog geen fins, maar daar doet hij erg zijn best op; neemt u hem alstublieft aan..."
Ik zou iets moeten vinden waar je de taal niet zo bij nodig hebt. Na een paar pogingen was ik er al van overtuigd dat alle werkgevers via een geheimzinnige samenzwering afspraken gemaakt hadden of tenminste allemaal dezelfde scholing hadden gevolgd waar ze geleerd hadden hoe je op een elegante manier van lastige buitenlanders af kan komen door ze met een hele lange uit het hoofd geleerde zin te woord te staan. Die zin begon zonder uitzondering met de woorden "tot mijn spijt" en vervolgde met een verhaal over "de economische malaise die ons op het moment niet toestaat..." . Tenslotte raakte ik de draad kwijt, maar dat deed er toch niet toe. Meestal als ik weer zo'n negatief antwoord kreeg was ik er heel blij om, omdat de werkplaats er smerig uit zag en het werk er ook niet aantrekkelijk leek.
Ik probeerde er de moed in te houden en me voor te houden dat er uiteindelijk toch wel iets geschiks voor me zou zijn. Op de eerste septemberdag reed ik weer rond in het stadje Loviisa en zag ik op de deur van een klein bontfabriekje genaamd Grünstein: "Naaister gevraagd". Hier moest ik wel even om lachen. Moet het echt? Als ik naar binnen zou gaan zou ik zoiets als het toppunt van nederigheid bereikt hebben. Kan ik nu echt "alles wat me maar aangeboden zou krijgen" accepteren? Ik ging naar binnen en zei tegen de chef lachend: "Hier ben ik, maar is het echt een vereiste om een vrouw te zijn?" De vrouwelijke werkgeefster was een praatmachine en hield niet op met allerlei verhalen waar ik niets van snapte. Maar blijkbaar was dat een goed teken, want ze wilde dus niet meteen van me af. Op een gegeven moment had ze het over "bontnieterswerk" en haalde even adem. Op dat moment greep ik m'n kans en zei: "OK, wanneer kan ik beginnen?"
7 mei 1983:
O Here God! Help mij! Ik weet nauwelijks wat me overkomt. Een gevoel alsof ik helemaal instort. Alsof ik op een nooit eerder ervaren totaal dieptepunt ben geland. Ik kan het leven niet meer aan. Ik heb er geen kracht meer voor. Ik ben levensmoe. Wie redt mij uit deze toestand? Hoe lang nog moet ik op deze manier leven? Voordurend denk ik dat mijn oude 'ik', zo vol energie, zo vol levenslust, zo overmoedig, zo avontuurlijk, zo zorgeloos, geheel verdwenen is, opgelost in het niets. Maakt Finland mij helemaal kapot?
8 mei 1983:
Vanmorgen had ik het vreselijk moeilijk. Ik ging naar de fabriek, maar werkte als een robot. Ik had het gevoel helemaal gebroken te zijn. Ik prevelde zoiets als 'God help me', opnieuw en opnieuw. Ik wilde midden op de dag weg. Naar de dokter, met ziekteverlof. Maar met een soort machineachtige krachttoer zette ik die knop om: ik móet me ertegen verzetten. Ik mag het niet opgeven. Dan heb ik alles verloren. Ik moet doorzetten, moeilijk of niet.
Ik wilde naar Holland, maar we hebben nu een baby...ik kan niet weg.
Zondag 13 october 1984:
O God, I'm only a small creature
Far too small for this big world.
How can I deal with all the pressures from outside?
My heart aches
I can't bear my pain inside.
I'm overwhelmed with life's stings.
I'm afraid
Is there any use for me?
Do I do all things wrong in life?
Have you placed me here for ever?
Do I really have to be here for ever?
This godforsaken place.
Is my rebelliousness against life sinful?
But it is justified!
I have suffered.
And my suffering is without end.
Or am I myself inflicting all my troubles..?
Perhaps I'm just a failure
I just think of myself, I'm weak, I'm aggressive
I can't make anyone happy
O God, let my children be more normal than I am
Don't let them suffer because of me.
They are so dear to me.
But there's so little I can offer them.
Donderdag 18 april 1985:
Ik ben zo moe van alles. Ik wil hier weg. Ik zou het willen uitschreeuwen. Ik wil naar mijn vaderland! Ik hoor hier niet!...Tranen vallen op mijn dagboek. Ik ben aan het eind van mijn latijn...Ik klamp me vast aan de gedachte dat de winter voorbij is en het spoedig wat warmer wordt...Ik zit al dagenlang met mezelf in de knoop. Ik val telkens terug in het moeras waar ik niet wil zijn. Ik ben een verward en tegenstrijdig figuur geworden. Ik leef met een eeuwige onbevredigdheid in zijn hart. Iemand vol idealisme maar krachteloos. Iemand die op de verkeerde plaats leeft.
Ik moet weg uit Finland. De tijd dat ik het er heb uitgehouden is lang genoeg geweest. Het heeft me veranderd in een ander mens, niet de mens die ik wil zien. Leven kan ik wel hier, maar ik zal nooit bloeien. Mijn plaats en werk moet elders zijn. Gelukkig steunt mijn vrouw me altijd. Ze vist me altijd weer op uit het klamme water. Met Finse oerkracht hijst ze me uit de diepste putten.
Zaterdag 19 mei 1985:
Gisteren kwam de verrassing van m'n leven. Ik slaagde niet enkel voor het pianoexamen, ik kreeg er bijna de allerhoogste punten voor! Vijf vrouwelijke docenten gaven de beoordeling. Ik kon m'n oren niet geloven. Stuk voor stuk prezen ze het spel en gaven ze met een overvloed aan adjektieven de hoogste lof! En wanneer ze iets van kritiek wilden geven maakten ze de zin af met een opmerking 'maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak'! Niemand had hier ooit van kunnen dromen, zeker niet de rektor, mijn leraar, die mij bijna uit genade had aangenomen als bejaard student. Als straf moest hij mij lesgeven omdat niemand anders deze taak op zich wilde nemen...Erkki (mijn leraar) was overdonderd. Hij was doodsbang geweest, maar nu sloeg hij zich op zijn borst dat hij als enige mijn potentiële capaciteiten had aangevoeld! ("niemand in de geschiedenis heeft het ooit in zijn hoofd gehaald om na twee maanden oefenen al het examen af te leggen", had hij mij tweemaal verwijtend aangezegd).
Hoe weinig kan hij weten hoeveel ik geoefend heb. Enkel één uur meer zou me gek hebben gemaakt. Maar dat zal ik hem niet zeggen.
Maandag 7 oktober 1985:
Twee en een halve week geleden had ik een auto-ongeluk. Een eland stak plotseling van links de weg over. Ik remde als een gek, maar had misschien beter juist gas kunnen geven. De kop van de eland sloeg op de voorruit van mijn auto. Als het een mannetjeseland was geweest zou het gewei zo door mijn hoofd zijn geboord. Nu sjokte de eland nog verder het bos in. De politie heeft het moeten opzoeken en een genadeschot geven. Mijn voorruit brak in duizend stukken en ik zat onder het bloed. Maar niet ernstig gewond.
Oef...en dit waren enkel nog de beginjaren. In 1986 kreeg ik eindelijk mijn eerste vaste baan als muziekleraar, en verhuisde ik voor 10 jaar lang naar de armste en gemeente van Finland, en tevens één van de meest afgelegen streken. Het moeilijkste lag nog voor de boeg. Gelukkig weet je dat nooit van tevoren...