doctorwho schreef:De theorie dat toeval niet bestaat, met andere woorden, dat alle gebeurtenissen van tevoren volledig bepaald en dus volledig voorspelbaar zijn (het determinisme, het beroemdst geformuleerd door Laplace) heeft lange tijd de grootste schare volgelingen gekend in zowel de filosofie als de natuurkunde. De 'ontdekking' van de kwantummechanica (door onder andere Max Planck en Niels Bohr) heeft daar echter verandering in gebracht. De kwantummechanica stelt namelijk dat een deeltje (bijvoorbeeld een foton of een elektron) zich, afhankelijk van de waarneming als golf of als klassiek deeltje gedraagt. Het deeltje 'kiest' pas voor een van de twee mogelijkheden op het moment dat het waargenomen wordt. Een waarneming op dit niveau is dus altijd beïnvloed door de waarneming zelf. Hieruit leiden veel tegenstanders van determinisme af dat het voor de waarnemer in deze zin onmogelijk is om een volledige voorspelling te doen en dat het volledig voorspelbare universum voor de mens niet bestaat.(wikipedia)
Uit de hele discussie maak ik op dat jhenosch geen behoefte heeft aan verdere toelichting over dit onderwerp. Maar anderen zullen het onderstaande wellicht wel op waarde kunnen schatten.
Laat ik de quote van Dr. Who even wat anders opschrijven. Iedereen kent (hoop ik dan maar) nog van zijn natuurkunde middelbare school de wetten van Newton (F = ma, aktie = -reactie, F = G * m1 *m2 / R^2, etc.). Men heeft heel lang gedacht dat als je de beweging van alle deeltjes op een bepaald tijdstip kende, je dan hun toestand tot in de oneindigheid kon voorspellen. Dat is ook vrij logisch, want die vergelijkingen lieten ook geen andere interpretatie toe. Voor degenen die dan in God geloofden kwam het erop neer dat God als 'allereerste Beweger' de zaak in gang had gezet en/of dat het doel van Zijn plan zichtbaar kon worden gemaakt door inderdaad alle deeltjes op te meten en de zaak uit te rekenen.
Dat inzicht is naderhand om
twee redenen de nek omgedraaid. De eerste reden is de onzekerheidsrelatie van Heisenberg, die rechtstreeks volgt uit de quantummechanica. Die ongelijkheid (het is geen vergelijking) vertelt ons dat het
onmogelijk is om twee grootheden van een deeltje met willekeurig grote nauwkeurigheid te bepalen. Een aanschouwelijk voorbeeld is het fotograferen van een snel-bewegende tennisbal. Als je een hele lange sluitertijd neemt, zie een streep op de film waaruit je vrij exact de snelheid van de bal kunt bepalen. Maar zijn plaats is daarentegen onzeker. Neem je een hele korte sluitertijd, is de bal scherp afgebeeld... ten koste van informatie over de snelheid. Het is altijd het één of het ander, en nooit allebei. Dat principe is onverminderd van toepassing op atomaire deeltjes. Daardoor is het voor ons
fundamenteel onmogelijk om zoals het oude filosofische beeld eiste alle er toe doende zaken van deeltjes op te meten. Dat heeft niets te maken met toeval of problemen met meetmethoden---nee, zo zit de natuur nu eenmaal in elkaar. Waarom? Tja... Als we dat eens wisten. Maar dan voerden we deze discussie niet.

(Het is wel zo dat je uitgaande van de stelling 'er is een kleinste hoeveelheid energie' de
complete quantummechanica kunt afleiden. Evenzo volgt uit 'er is een grootste snelheid' de
complete relativiteitstheorie. Ik heb dat altijd bijzonder fraaie en elegante gedachtes gevonden.)
Reden nummer 2 is dat we ook tot het inzicht zijn gekomen dat het stelsel vergelijkingen dat 'alles' beheerst, niet-lineair is. Het is lastig om dat begrip in simpele taal uit te leggen, maar ik doe een poging. Stel, je doet een experiment met de uitrekking van een veer. Je hangt er een gewicht aan en kijkt dan hoe ver de veer uitrekt. Dan zul je vinden---mits je het gewicht niet al te gek groot maakt---dat er een verband bestaat tussen gewicht en uitrekking dat
lineair is: maak je het gewicht twee keer zo groot, is de uitrekking twee keer zo groot; gewicht driemaal zo groot, uitrekking drie keer groter; enzovoort. Er is duidelijk sprake van oorzaak en gevolg. Wetenschappers zijn dól op dit soort systemen omdat ze zo heerlijk hanteerbaar zijn: de wiskunde is over het algemeen eenvoudig en elegant waardoor je al over veel inzicht beschikt. Neem je nu bijvoorbeeld een proces als het weer, dan zul je zien dat de verandering van bijvoorbeeld de snelheid waarmee de lucht stroomt óók afhankelijk is van de snelheid van de lucht zelf. In het veervoorbeeld zou dat betekenen dat de uitwijking van de veer niet alleen afhankelijk is van het gewicht dat je eraan hangt, maar ook van de uitwijking op dat moment! Dat maakt een wiskundige analyse in vrijwel alle opzichten onmogelijk: je kunt alleen maar
uitrekenen hoe het systeem zich zal gedragen. En daarvoor moet je met oneindige nauwkeurigheid weten wat de situatie op een bepaalde begintoestand is---want verander je die toestand
zelfs maar een héél klein beetje, gaan de twee voorspellingen na een tijdje uit de pas lopen tot er een moment komt dat ze volkomen tegenstrijdige oplossingen geven... En gezien reden 1 kán dat niet eens! (Ziedaar de reden waarom weersvoorspellingen op lange termijn in wezen futiel zijn.)
De bijzonder vreemde conclusie is dan ook dat niet alleen
wij niet weten hoe het allemaal zal lopen:
de natuur zelf weet het ook niet!!. Maar als de natuur eenmaal een keuze heeft gemáákt (en dát is het toevallige), verloopt alles volgens heel normale en vertrouwde patronen. Ingewikkelde patronen, absoluut; moeilijk te voorspellen, zeer zeker; maar in wezen gekende patronen waarvoor we nette wiskundige modellen op kunnen stellen. Mensen maken een bijzonder groot bezwaar tegen dit soort redeneringen omdat het lijnrecht tegen alles wat we dagelijks waarnemen ingaat. Dan krijg je uitspraken van Ministers van Onderwijs die 'niet in toeval geloven'. Of mensen die in dat maken van de keuze van de natuur de hand van God zien. Of jHenosch die zegt dat atheïsten juist wel in toeval geloven. In hoeverre de hand van God te onderscheiden is van puur statistisch toeval, zul je die personen er
nooit bij horen zeggen. Het is natuurlijk makkelijk om een ander voor de voeten te werpen dat het 'maar' toeval is, maar dat is nu precies het punt. Het is inderdaad, uiteindelijk en voor zover we op dit moment weten, 'maar' toeval. Daar valt weinig aan te geloven.
Later toegevoegd: En tijdens de afwas bedacht ik me eigenlijk dat de juiste reactie op 'je gelooft in toeval!' moet zijn: 'So what?'. Op de één of andere manier wordt er een waardeoordeel uitgesproken door degene die niet aan het toeval wil, alsof dat inferieur is, of gevaarlijk. Er wordt
nimmer bij gezegd wat het dan wél zou moeten zijn. Het liefst heeft iedereen natuurlijk determinisme zoals ik helemaal aan het begin van mijn verhaal schetste, maar dat heeft z'n eigen problemen. Ga maar na: met determinisme geef je
absoluut het gekoesterde concept van vrije wil (als dat al bestaat) op. Er is geen keuze meer voor Jezus of Mohammed of wie dan ook: die keuze ligt al vast. (Want anders is het geen determinisme.) Het probleem van het kwaad komt er bijzonder naar uit te zien, want kwaad is dan ook vooraf vastgelegd. Enzovoort. Volgens mij is een uitspraak dat je niet in toeval gelooft vooral toegeven dat je niet in staat bent om de werkelijkheid onder ogen te zien en er gewoon, op eigen kracht, het beste van te maken.