Interessant.Peter van Velzen schreef:Het is mogelijk dat deze uitspraak een andere oorsprong heeft. Elders in de bijbel is er sprake van stenen met vuur vermengd die uit de hemel op de vijanden van Israel neerdaalden. Sommige zien dat als een hagelbui tijdens een onweer, ik heb ook de veronderstelling gelezen dat het een meteorietenregen zou zijn geweest (onwaarschijnlijk), maar er zou ook een vulkanische uitbarsting kunnen zijn bedeoeld. In elk geval zou de uitdrukking dan betekenen, de wraak van god over iemand afroepen. Uiteraard werkt dat niet, Natuurrampen ("acts of God") treffen even hard de goede als de slechte mens. Maar de mensen uit die tijd zagen dat nog niet in.Rereformed schreef:Dat is een heel goede aanvulling. Het "iemand vurige kolen op zijn hoofd stapelen" (zoals de bijbel het uitdrukt) werkt inderdaad enkel wanneer deze persoon een geweten heeft.
In ieder geval is die uitdrukking altijd anders uitlegd en heeft het als Nederlands gezegde dus de betekenis die er vroeger in de Statenbijbel bij gegeven werd:
Spreuken 25: 21-22: "Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten, / als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. / Dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd, / en de HEER zal je belonen" (Nieuwe Bijbelvertaling).
In de Statenvertaling (1637) stond de volgende toelichting bij deze passage: "Ghy sult hem daer toe dryven, dat hy de vyantschap, die hy tegens u heeft, haest van hem werpe; gelijck yemant die gloeyende kolen op 't hooft gelecht souden werden, de selve terstont soude afschudden. Ofte, ghy sult sijn herte vermorwen, ende gedweech maken, dat hy van sijn ongelijck overtuycht sal sijn, gelijck de Smeden het yser met gloeyende kolen vermorwen."
https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/v ... d-stapelen" onclick="window.open(this.href);return false;