Dag Fenomeen,
Fenomeen schreef:Laat maar komen die rechtzaken, goed idee, ik heb 'm maar vet gequote.
Zo denk ik er ook over. Hier heb je zo'n rechtszaak:
Buurman A was belijdend aanhanger van het 'HP-isme'. HP-isme kun je een 'religie' of 'geloof' noemen. Buurman A had het 'n een droom ontvangen' en het ontvangene had hij opgeschreven in een boek 'HB' genaamd. Daar stond beschreven wat een mens te doen en te laten heeft om niet uiteindelijk vernietigd te worden (of iets anders 'engs'):
* iedere dag, de zondag uitgezonderd, moet een offer worden gebracht aan HP; op vrijdag een vis (onbewuste roomse invloed?)
* op zondag vijfmaal (06.00 uur, 09.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur en 18.00 uur) knielen, buigen, en weer opstaan, alles met het gezicht naar de zon, intussen de tafel van zeven opzeggend.
Waarom vijfmaal? Omdat 5 het derde priemgetal is.
Waarom het derde priemgetal? Omdat 3 het heilige getal is.
Waarom de tafel van zeven? Omdat 7 het geluksgetal is. (Noem dat maar eens onzin!)
* het knippen of scheren van lichaamshaar is verboden.
* het dragen van een donkere zonnebril is vanaf de puberteit verplicht (jongens 13 jaar, meisjes 12 jaar).
* het lidmaatschap van één liefdadige instelling (mits ideologisch verantwoord) is verplicht.
* eenmaal tijdens het leven dient een hoge berg (minimaal 3000 meter) te worden beklommen.
* alle niet HP-ers dienen, desnoods met geweld, 'bekeerd' te worden.
* de vijanden van het HP-isme dienen te worden uitgeroeid.
Buurman B schamperde: 'Hokus Pokus-isme zeker"?
Hij werd voor het gerecht gedaagd op grond van de artikelen 147 lid 1, 147 lid 2, 147 lid 3, 147a lid 1, 147a lid 2, 147a lid 3 en 429bis, erfenis van Jan Donner, minister van justitie (1932) en bekend onder de naam 'Wet inzake smadelijke godslastering'.
Buurman A legde de eed af: "Zo waarlijk helpe mij HP almachtig". Daarmee nam de rechter geen genoegen want hij achtte dat in strijd met de grondwettelijk geregelde scheiding van kerk en staat. Buurman A weigerde zijn eed in andere woorden te gieten.
Buurman B: "Ik beloof de waarheid te zeggen en niets dan de waarheid". Dat was toegestaan.
De klacht werd uiteindelijk niet ontvankelijk verklaard.
De rechter bracht buurman A wel onder ogen dat, als hij buurman B of een ander naar de voorschriften van zijn HB te na kwam, hij gerechtelijk zou worden vervolgd en gestraft conform de in Nederland geldende wetten.
Buurman A vroeg wat er dan van de vrijheid van godsdienst overbleef. De rechter zei dat hij het antwoord op die vraag zojuist had gegeven.
'Een goede buurman is beter dan een verre vriend'.
Groeten.
Fons.