Hoodstuk 3 van A Mind So Rare: The Governor of Mental life.
Aan het eind van het vorige hoofdstuk werd hard van leer getrokken tegen Churchland (die geen nut ziet in een notie als "bewustzijn"), Dennett (die bewustzijn "wegverklaart"), Fodor (die bewustzijn herleidt tot de taalmodule in onze hersenen), Kirk (die bewustzijn herleidt tot emoties), etc.... deze polemiek wordt enkel interessant als we weten wat Donalds zélf te zeggen heeft over bewustzijn. Dat is in hoofdstuk 3 dus. (gelezen tot p. 55).
(Eerst een eigen bedenking: mensen die in hun jeugd godsdienst ingeprent hebben gekregen, verbinden het bewustzijn haast vanzelf met de ziel. Literatuur die het bewustzijn bagatellisseert boeit hen, denk ik, omdat ze er een aanval op het geloof in de ziel in zien. Zakelijk onderzoek naar bewustzijn wordt dan gelijkgesteld aan het binnensmokkelen van de ziel, bovennatuur, religie. Mij heeft Dennett nooit kunnen boeien, waarschijnlijk omdat ik geen religieuze trauma's heb opgelopen als kind, en al mijn hele leven opgeruimd (in 2 betekenissen) atheist ben. Misschien is zijn werk meer gericht op de Amerikaans-christelijke traditie. Het spook van het dualisme is mij onbekend, en ik ben er al een halve eeuw van overtuigd dat er buiten de natuur niets bestaat, dus ook geen ziel. Bewustzijn was en is een doorsnee biologisch feit. Een diepgaand onderzoek naar de biologische functie van bewustzijn vind ik wél uitermate interessant.)
Hieronder de sleutelparagraaf, ingescand en daarna zo goed mogelijk vertaald.
A Mind So Rare p.47 schreef:Human consciousness casts a shadow far beyond the narrow time corridor of our standard laboratory paradigms. Consciousness is not sensation. Sensation may run in the foreground of human awareness, but it is the wider background, the larger landscape of awareness that really matters, in the human case. This wider awareness insinuates itself into the slower-moving metacognitive spheres of social cognition, assuming control over the processing of much larger realities than those framed by the immediate moment. I am speaking here of the intermediate time frame within which most conscious human action takes place. This time frame is a much larger window of experience than short-term memory. It lasts for minutes and hours rather than the seconds and milliseconds of laboratory paradigms, and it is the phenomenon we should be studying because it is the heart of consciousness.
Menselijk bewustzijn, zo begrijp ik Donald hier, werpt een schaduw ver voorbij de smalle tijdscorridor die we in laboratoria vaststellen. Bewustzijn is niet hetzelfde als gewaarwording. Gewaarwording speelt op de voorgrond, hoort bij oplettendheid. Daarachter bevindt zich een breder landschap van besef, dat voor mensen werkelijk belangrijk is. Dit besef dringt binnen in de tragere, meta-cognitieve sferen van sociale kennis, en neemt de controle over realiteiten die groter zijn dan die van het onmiddellijke moment. Dit is een tussenliggend tijdsbestek, waarin de meeste bewuste akties plaatsvinden. Het is een groter venster van gewaarwording dan het korte termijn geheugen. Het duurt minuten tot uren, eerder dan de seconden en milliseconden van onze laboratorium opstellingen, en het is het fenomeen dat we moeten bestuderen omdat het de kern van ons bewustzijn is.
Donald stelt als voorbeeld een achttal mensen pratend over
"Saving Private Ryan", de film van Spielberg. In het gezelschap bevinden zich filmkenners en anderen, mensen die de film goed vinden en anderen, mensen die een stellig standpunt innemen en anderen. Om het nog wat moeilijker te maken spreken ze allemaal meerdere talen, die soms en soms niet overeenkomen.
Zulk een gesprek is een bijzonder bewuste gelegenheid voor alle deelnelmers, want het vereist zeer gecontroleerde (of "bewuste") verwerking, aandacht en waakzaamheid, het leggen van prioriteiten, en het bijhouden van het korte termijn geheugen. Dat zijn, per definitie, allemaal onderdelen van de werking van ons bewustzijn. Om de conversatie te volgen, moeten we de ideeën van de verschillende gesprekspartners bijhouden in aparte plaatsen in ons geheugen, en ze aanhoudend terugvinden en aanpassen. De conversatie is geladen met informatie, gevoelsschakeringen en onenigheden. Zelfs de humor en de persoonlijkheidsconflikten moeten genoteerd en bewaard worden. We plaatsen een enorme druk op ons bewustzijn wanneer we met zo'n uitdaging geconfronteerd worden. De limieten van de mogelijkheden van het bewustzijn kunnnen bereikt worden als er nieuwe gegevens bijkomen en snel veranderen van onderwerp naar onderwerp, van taal naar taal, van spreker naar spreker. Het is een onwaarschijnlijke prestatie dat ondanks deze complexiteit, zo'n gesprek uiteindelijk in het geheugen blijft als één samenhangende gebeurtenis. En dit was maar een beperkt voorbeeld: we voeren ook discussies die dagen of jaren duren. En terwijl een conversatie uitdijt, groeit haar complexiteit.
Om in het spel te blijven moet ieder individu de uitwisseling continu controleren. Dit stelt hoge eisen aan de functies van bewuste controle in elke deelnemer. Eén minuut achterop geraken is de draad verliezen.
De gevergde inspanning in zulke situaties staat in geen verhouding tot de gebruikelijke laboratoriumproeven. We hebben ook geen goed model of theorie voor een geheugen met deze capaciteit. En in dit alles spelen de zintuigen slechts een beperkte rol. De waarnemingen van geluiden, gebaren, oogcontacten, en stemmingen komen tweeds na het bewustzijn van de conversatie zelf.