drosofila schreef:
God zit in onze hersenen, hé. Ik heb eergisteren toevallig een boek gezien (en gekocht) dat deze stelling uitwerkt. In het Nederlands, want momenteel heb ik niet de tijd om mij in Engelstalige lectuur te verdiepen.
Titel: NEWBERG, A., D'AQUILI, E & V. RAUSE, Waarom God niet verdwijnt. De neurologie van mystieke en religieuze ervaringen. Utrecht, Het Spectrum, 2002. - ISBN 90 274 7486 9
Lijkt mij in elk geval interssant.
Groeten,
drosofila
Beste Drosofila,
Een zeer interessant boek. Van dit boek heb ik een recensie geplaatst op het skeptisch discussieforum. En ook op dit forum. Mijn geheugen laat me even in de steek. Zal het na het schrijven van dit stukje opzoeken. Neurobiologie in optima forma. De experimenten die vermeld worden zijn interessant. Het aan- en uitzetten van de zogenaamde " godspot". Die vermoedelijk gelocaliseerd is in de Amygdala (regio hippocampus). Geeft gewaarwordingen; die onder de noemer religieus welbevinden kunnen worden geplaatst. Eenzelfde scenario heeft Van Persinger ook beschreven. Stimulatie van bepaalde centra in de hersenen roepen religieuze ervaringen op.
En over Freud. Zijn psycho-analytica heeft altijd blootgestaan aan een heleboel kritiek. Er zijn stromingen die graag een herwaardering willen van bepaalde gedachtengangen. Echter Freud heeft zelf meegeholpen aan zijn onzekere reputatie. Buiten zijn seksuele obsessie had de man een brede belangstelling. Zijn antropologische studies zijn zeker niet slecht. Religieus gezien wees hij terecht naar Egypte. Mozes de Egyptenaar die van hoge komaf was; en het atonisme naar de Hebreeers bracht. ( Der Mann Mozes und die Monotheistische religion)
In 1913 verscheen van de hand van Freud "Totem und Tahu". Hierin beweerde Freud dat er een psychologisch verband bestaat tussen de godsdienstige praktijken van primitieve mensen en het gedrag van hedendaagse neurotische types.
Freud ging verder met het toepassen van de psycho-analyse op de godsdienst in werken als "Die Zukunft einer Illusion (1927)". De samenwerking met Jung liep uiteindelijk stuk nadat laatstgenoemde zijn eigen interpretatie van de psychologie rond religie uitbracht. "Wandlungen und Symbole der Libido" (1912) en "Psychologie der unbewussten Prozesse" (1917).
Freuds houding ten opzichte van religie komt goed tot uitdrukking in enkele zinnen aan het eind van zijn studie over Leonardo da Vinci. Ja, hij was overijverig en sommigen vinden hem een eigenaardige betweter

.
" De psycholanalyse heeft ons opmerkzaam gemaakt op de nauwe samenhang tussen het vadercomplex en het geloof in God, en heeft ons geleerd dat de persoonlijke God psychologisch niets anders is dan de gesublimeerde vader; zij laat ons dagelijks zien hoe jonge mensen hun godsdienstig geloof kunnen verliezen zodra de autoriteit van de vader in elkaar stort. We zien dus dat de wortel van de godsdienstige behoefte in het oudercomplex ligt".
Een andere stelling die hier aan vast zit is. Religie bestaat uit psychologische processen die op de buitenwereld zijn geprojecteerd.
De projectie die Freud doorvoerde in al zijn studies over religie kwam ook terug in zijn studie over het Joods monotheisme. Freud die Joods was; genoot ook een katholieke opvoeding. Zijn kindermeisje bracht hem de katholieke beginselen bij. In zijn studie over het monotheisme kwam het element "vaderfiguur" terug. De relatie van het kind met de vader. Toen de mens zijn projectie richtte op één godheid. Kon hij zijn religieuze gevoelens gemakkelijker uitten.
Zijn religieuze interpretatie leverde Freud de nodige kritiek op. Het totemisme als concept werd aangevallen door moderne antropologen. Ook op het patriarchale in zijn aannemingen was één en ander aan te merken
Groeten,
Tjeerdo.