Amerauder,
Over de intuitie bij het scheken:
Zie
https://nl.wikipedia.org/wiki/Adriaan_de_Groot
In 1946 promoveerde De Groot cum laude tot doctor in de Wis- en Natuurkunde op het proefschrift "Het denken van den schaker". Dit werk, later in het Engels verschenen onder de titel "Thought and choice in chess", zou hem wereldfaam bezorgen, mede door de enthousiaste ontvangst van de latere Nobelprijswinnaar Herbert Simon, die speciaal hiervoor Nederlands leerde.[5] De Groot promoveerde bij prof. dr. Géza Révész en werd ook door Nederlandse meesters als Max Euwe, Hans Kmoch en Nicolaas Cortlever met raad en daad terzijde gestaan.[6] Zijn proefschrift was geïnspireerd door het werk van de denkpsycholoog Otto Selz en onderzocht de denkprocessen die optreden bij het schaken, onder andere bij Max Euwe. Hij onderzocht het geheugen van de schaakgrootmeesters en gemiddelde clubschakers, slechts gebruikmakend van een schaakbord en schaakklok. In een experiment zette hij een gangbare schaakstelling op het bord, en liet deze vijf seconden bekijken door beide spelers, waarna beiden de stelling moesten reconstrueren. Hetzelfde deed hij met een stelling waar de stukken willekeurig op het bord geplaatst waren. De grootmeesters reconstrueerde de schaakstelling veel beter, maar de randomstelling met eenzelfde foutenmarge als de clubschakers. Uit gelijksoortige experimenten concludeerde De Groot dat de cognitieve vaardigheden van de grootmeesters er vooral uit bestond, dat zij schaakstellingen beter konden bevatten als georganiseerd geheel, dan als een verzameling van losse schaakstukken.
Over de kwakzalverij.
Daar heb ik me stevig tegen aan bemoeid met o.a. mijn database van Rare Apparaten en het uitvlooien van de marketingtechnieken daarbij. Zowel van de bedrijvers als van de bediende markt.
Als jij dan stelt:
heeck, ik zal de nu volgende beschrijving van wat komen gaat in deel twee iets meer toespitsen op een onderwerp waar jij je graag mee bezig houdt: kwakzalverij. Mensen geloven graag in kwakzalvers en hun fratsen, dat kunnen we vaststellen. Nu kun je het natuurlijk bij die constatering laten; stomme kwakzalvers! Domme mensen!
Sommigen nemen daar genoegen mee; sommigen schrijven er zelfs hele bladen over vol, of, zo heb ik mij laten vertellen, verenigen zich in organisaties waar ze elkaar schouderkloppend feliciteren om hun slimmigheid niet in de trucs van de kwakzalvers te trappen, en gezamenlijk schuddebuiken om de domheid van de mensen die dat wel doen.
Ik niet. Ik ga een stap verder, en verklaar waarom die kwakzalvers toch altijd zoveel geloof krijgen, wat het is aan de menselijke geest dat zich hier zo door aangetrokken voelt. Wat speelt hier precies?. . . . .
dan, tja dan, dan sta ik niet te popelen.
Over je onuitgesproken suggesties aangaande HET BESTAAN, HET LEVEN, HET DENKEN.
Mischien heb je zelf een of andere ommezwaai meegemaakt die je achteraf nog naar adem doet happen, maar ook hierbij lijkt het me een goeie uitlaapklep om daar eeb boek over te schrijven met de moralistische parel:
IN DIENST VAN HET LEVEN
https://www.overstorm.nl/commentaar/de- ... et-denken/
"Hoe kunnen we beoordelen welke kennis adequater is dan andere, om onze wereld mee te tekenen? Een nieuwe maatstaf dient zich aan: de mate waarin het leven met het te beoordelen stukje kennis gediend is."
daarna een verwijzing naar je twee video's.
Een kleine handreiking tot mijn begrip van jouw "draad van Ariadne" *): de mate waarin het leven met het te beoordelen stukje kennis gediend is" zou ik hier wel graag iets duidelijker en toch compact verwoord willen zien.
Roeland
*)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Ariadne_(mythologie)