DeLeek schreef:Als je in God gelooft als alomtegenwoordig en je accepteert de evolutietheorie, dan kun je concluderen dat God ook in de evolutieprocessen werkzaam is. Mijns inziens is dat wat het 'dragen' inhoud.
Volgens mij is je analyse van Dekker correct. Maar het vetgedrukte is juist de onmogelijkheid indien hij met God bedoelt wat men uit de bijbel kan opmaken.DeLeek schreef:Cees Dekker stopt God helemaal niet in de kieren van de evolutietheorie. Het is geen God van de gaten. Hij ziet God in het hele proces, en niet op de plekken waar de evolutietheorie nog niet sluitend is. Als Dekker daar over spreekt kiest hij zijn woord nauwkeurig. Het is voor hem niet een beetje van God, en een beetje van de evolutietheorie. Het is beide volop.
Want de natuur/evolutie is zoals al diverse keren hierboven is opgemerkt, onverschillig en onpersoonlijk. Indien we het evolutieproces (waartoe 'struggle for life' als centrale manier van werken toe behoort) moeten aannemen en dan rijmen met een God -in principe wellicht mogelijk- dan komt er absoluut nooit een christelijke God van liefde uit de bus. Juist het tegendeel komt tot uiting: een God die geheel onverschillig staat tov menselijke gevoelens, oftewel een God die we moeilijk een persoon kunnen noemen (zeker de eerste tien miljard jaar van de schepping, en wat de dag van vandaag betreft is de illustratie van de tsunami op tweede kerstdag tijdens de kerkdienst een veelzeggend voorbeeld) .
Ik herhaal daarom nog eens mijn eerdere woorden:
Dekker zit in een gigantisch spagaat: hij moet de natuur zien als een proces waar God is (zowel planner als onderhouder en geleider, 'de natuur wordt door God gedragen'), en via het christelijk geloof de mens afschilderen als het gevallen schepsel. Dit is finaal de omgekeerde wereld die ieder met zijn ogen kan zien: wij zijn overduidelijk omgeven door een liefdeloze, onverschillige natuur, nergens in het evolutionaire proces is een God van liefde te bespeuren, en de enige liefde die er te bekennen is is nu juist in de menselijke natuur te vinden, de mens die veelal tegen het evolutionaire proces ingaat op grond van 'zorg voor het zwakke', 'medemenselijkheid' of 'liefde'. De mens is dus niet gevallen, maar exact het tegendeel, juist op unieke wijze, als een proces van miljoenen jaren, opgeklommen tot goddelijke status van o.a. 'liefdevol'.
Het feit dat het christelijk geloof de invulling van haar geloof doet via het vermenselijken van God (het verhaal van Jezus en liefde) laat eigenlijk al weten dat het in feite de God van de schepping/natuur/evolutie al heeft verworpen en weggegooid, en geheel heeft vervangen door geloof in de Mens. Weliswaar is het voor christenen nog een bijgeloof in een vergoddelijkt mens, maar deze vergoddelijking berust enkel op fantastische verhalen uit een eeuw van bijgeloof, verhalen die in een verdergevorderd stadium ontmaskerd worden; christelijk geloof is ahw een tussenstation tussen godsdienst en atheïsme (=mensdienst) omdat de stap om het denkbeeld van God weg te doen uit het denken voor de mens ook een evolutionair proces is: zoiets kon niet in één klap gedaan worden, maar gaat geleidelijk. Een modern wetenschappelijk gevormd mens kan gemakkelijk al die lagen van het antieke bijgeloof eraf halen, en blijft dan enkel nog met een ontwikkeld menszijn in de hand staan.
Geloof in evolutie gaat beter samen met een kijk op de mens als een dier dat via steeds grotere bewustwording nu zelf streeft naar de ontwikkeling tot Bovenmens -de mens die zijn psychische/existentiële pijn en angsten heeft overwonnen en steeds meer de rol van schepper speelt-, dan met het christelijk geloof in een God van liefde (of nog erger: God als ziekenhuisdirekteur) die oorspronkelijk heel tevreden was met alles wat Hij had voortgebracht (voor de christelijke evolutionist liep blijkbaar miljarden jaren alles op perfecte rolletjes), maar door de vrije wil van een experiment van God met twee mensen (enkele luttele duizenden jaren terug ooit eens voorgevallen...) en/of handelingen van een Demigod/Tegenstander waar sprookjes over te lezen zijn, gedwarsboomd werd, en daar nu de rest van de geschiedenis over kniesoort..., zijn handen vol mee heeft..., en probeert op te lossen door de mens te beschuldigen van zonden en hoogmoed, het eisen van genoegdoening, het aanbieden van een geweldige gebeurtenis, hetgeen christenen 'het Kruis' noemen en waar perverse Mel Gibsonfilms over gemaakt worden, en door geleerde mensen uitgelegd wordt als 'bloedoffer' enz.
Het zelfde geldt voor het centrale christelijke begrip van 'vergeving'. Zonder de christelijke persoonlijke God kunnen wij mensen vrede hebben met het bestaan: we kunnen met een natuur die enkel is en geen persoonlijkheid heeft, werkt volgens bepaalde wetten en toeval vrede hebben (=vergeven dat het niet ideaal is, "als een blinde hobbelt de evolutie voort" aldus Bas Haring) en zelfs oprecht bewonderen voor wat het heeft voortgebracht, maar maak je zo'n natuur ondergeschikt aan een persoonlijke God erboven dan ontstaat er een omgekeerde situatie als vroeger in het christelijk geloof het geval was: de mens staat voor de taak een god met een vanuit ons oogpunt hoop aangeboren en niet te verhelpen gebreken te vergeven.
Ik vind het christelijke standpunt zo buitengewoon zwaar te verteren, zo lijken op het van alle beschikbare alternatieven kiezen voor het verreweg meest absurde, dat ik niet snap hoe Dekker het serieus blijft nemen.
Hebr 6: