Speedwriting.

Hier kun je allerlei zaken kwijt die van invloed zijn op of te maken hebben met cultuur. Bijvoorbeeld culturele gebruiken, taal, beschavingsgeschiedenis, maar ook kunst, architectuur of muziekgeschiedenis.

Moderator: Moderators

Gebruikersavatar
Devious
Erelid
Berichten: 6467
Lid geworden op: 14 jul 2003 22:17
Locatie: saturn
Contacteer:

Re: Speedwriting.

Bericht door Devious »

LordDragon schreef: Ha leuk, ambient, me like too! :) Ik wacht wel effe hoor. Even offtopic vraagje, jouw avatar is dat een motorblok van een harley?.
Ja, een Panhead. Heb ik helaas niet, maar zou ik wel graag willen. Ik heb nu een BSA B31 uit 1958, maar durf er amper op te rijden omdat ik bang ben dat ie kapot gaat :lol:
Als ik later groot ben en rijk, dan laat ik er een goldstar blok inbouwen - 600cc eencilinder, met 50 pk (maar als ik hier te lang over doorga, dan droom ik weg en vergeet ik hoe het nu verder moet met de strijd tegen de aliens :lol: )
'Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.’ Epicurus (341-271vc)
Gebruikersavatar
LordDragon
Bevlogen
Berichten: 2932
Lid geworden op: 07 aug 2009 18:18

Re: Speedwriting.

Bericht door LordDragon »

(maar als ik hier te lang over doorga, dan droom ik weg en vergeet ik hoe het nu verder moet met de strijd tegen de aliens :lol: )
ok hoor, ikke ook moto liefhebber, mo goe nu terug speedwriting allez, morgen ergens. :wink:

MVG, LD.
I must not fear. Fear is the mind-killer. Fear is the little-death that brings total obliteration. I will face my fear. I will permit it to pass over me and through me. And when it has gone past I will turn the inner eye to see its path. Where the fear has gone there will be nothing. Only I will remain.
Gebruikersavatar
Devious
Erelid
Berichten: 6467
Lid geworden op: 14 jul 2003 22:17
Locatie: saturn
Contacteer:

Re: Speedwriting.

Bericht door Devious »

Ben ff weer bezig bijtje geweest. Duurde even. Het gedeeltje over Norfolk Noorwegen heb ik voor een deel erin verwerkt. Die Jan de Lange is een leuk karakter. Van de ijsberen heb ik beren gemaakt, omdat ijsberen niet voorkomen in Noorwegen.

Nieuw Statenzijl, 25 december 2009, middernacht.
'Kun je zien wat het is?' vroeg Karin.
'Nee. We zullen het van iets dichterbij moeten bekijken.'

Het groene schijnsel op de grond werd steeds feller, en het leek alsof het licht uit een deuropening kwam. Karin en Peter bleven staan, en verstijfden van angst toen ze vanuit het licht een enorme, groteske gestalte zagen verschijnen; groter dan een mens. Ze zagen slechts de contouren; een enorme zwarte schaduw die afstak tegen het licht. Ze wilden zich omdraaien om weg te rennen, maar merkten dat hun spieren niet gehoorzaamden.'

De sterren verdwenen uit het zicht door de nadering van een reusachtig zwevend object. Karin en Peter werden er naartoe gesleurd door glimmende, metalen tentakels, die vanuit een opening in het object tevoorschijn kwamen. Toen ze zich binnenin het vliegende gevaarte bevonden, klapte er een luik dicht. De grote tentakels maakten plaats voor mechanische grijparmen die onmiddellijk de kleren verwijderden, waarop hun lichaam werd omstrengeld door een kluwen van kleinere tentakels, en rubberachtige slangen, die in alle lichaamsopeningen binnendrongen. Andere armen verschenen, en injecteerden vloeistoffen, waarna ze het bewustzijn verloren.

Toen Karin bijkwam kon ze niet goed zien. Het enige wat ze zag was wit licht. Ze had enige controle over haar spieren, maar kon desondanks haar lichaam nauwelijks bewegen. Ze lag vastgesnoerd op een koude, harde ondergrond. Ook haar gehoor begon weer te functioneren. Ze hoorde een monotoon gezoem op de achtergrond, en zo nu en dan gesis en gepiep, wat van machines afkomstig leek te zijn.
Even later hoorde ze geluiden die ze aanvankelijk niet goed thuis kon brengen; het leek op zacht gekreun, en een mechanisch slurpen, alsof een vloeistof werd opgezogen. Het werd onderbroken door een dierlijk gegrom dat af en toe afgewisseld werd met geklik. Het leek op een stem.
Hierna stopte het slurpen; het kreunen was al eerder opgehouden. Het verblindende wit verdween zonder dat ze ooit zou weten waardoor het werd veroorzaakt. Ze kon weer zien, en vanuit haar ooghoeken zag ze hoe het levenloze lichaam van Peter werd weggesleurd van een platform naast haar. Een monsterlijke drievingerige klauw omvatte zijn enkel.


Onderzoeksresultaten anatomisch onderzoek.
'Nr173! Wat heeft het onderzoek tot nu toe opgeleverd?'
'De dominante levensvorm op planeet 58Axx8Rt bestaat uit twee soorten. De één is in fysiek opzicht sterker dan de andere, en parasiteert eveneens op de andere, door zijn genetisch materiaal te injecteren in het uitlaatkanaal voor vloeistof-residu. Deze parasitaire verhouding moet reeds honderden miljoenen jaren bestaan, omdat de lichamen volledig aan elkaar lijken te zijn aangepast. Het vermoeden is dan ook dat deze symbiose veelvuldig voorkomt op deze planeet.'

'ja, ja, boeiend allemaal', zei Isprak. 'Maar zijn ze geschikt als voedsel? Hebben ze verborgen mentale of fysieke krachten?'

'De structuur van de hersenen is bijzonder gecompliceerd, maar deze levensvorm beschikt niet over telepatische of psychokinetische bekwaamheden. Hun lichaam is zwak vergeleken bij dat van de Skjorfish. Bij de exemplaren die onderzocht zijn, bevindt de parasiet zich in een inferieure staat. Het heeft zwakke beenderen en gewrichten, en gebleken is deze zwakte veroorzaakt wordt door een genetisch defect. Het wezen is eetbaar, maar het bloed is niet geschikt voor de ceremonieën, en dit exemplaar is derhalve ook niet geschikt voor een eventueel fokprogramma.
Het exemplaar van de zwakke ondersoort verkeerd in goede gezondheid.'

'Goed', zei Isprak. 'Hou de zwakke in leven. Maak de andere gereed voor consumptie. Ik heb honger! Maar voor ik ga eten zou ik willen weten waar het beste gezocht zou kunnen worden naar een exemplaar voor het fokprogramma.'

'Deze wezens zijn van nature slecht geïsoleerd. Ze hebben nauwelijks een vacht, waar ik uit concludeer dat koude gebieden niet tot hun natuurlijke habitat behoren. Voor het fokprogramma hebben we de grootste en gezondste exemplaren nodig. Als we gaan zoeken in een zeer koud gebied, ver verwijderd van techniek en comfort, en we vinden dáár een exemplaar dat groot en sterk is, dan zal dat een geschikte kandidaat zijn voor het fokprogramma. Een levend wezen dat in een vijandige omgeving niet alleen weet te overleven, maar zelfs groot en sterk is, behoort tot de krijgerskaste van zijn ras.'

'Goed', zei Isprak. 'Zoek dit wezen voor mij, en laat me weten wanneer je het hebt gevonden. Ik wil het zélf vangen. Ik ben toe aan een goed gevecht.'



Norfolk, Noorwegen
Jan de Lange was Nederlander van geboorte en werkte voor het bedrijf DELF in Norfolk, een stadje met amper 3000 inwoners aan de Noordelijke Ijszee. Norfolk bestond bijna volledig uit industriële installaties om diepboring te doen. De rest fungeerde als één grote opslagplaats voor gas en ruwe olie. Het stadje was in enkele jaren uit de grond geschoten. Letterlijk en figuurlijk dus, want ervoor was het hier slechts een desolate vlakte geweest.
Jan nam een teug whisky uit zijn veldfles. Het stond hem niet aan dat hij hier alleen rondliep om de grens van de DELF terreinen te bewaken. Gisteren nog was een beer erin geslaagd één van de voedselcontainers open te breken. Hij controleerde of zijn P2000, een licht machine geweer van Belgische makkelijk, geladen was en op scherp stond. Als hij een ijsbeer tegenkwam had hij iets anders in gedachten dan voor prooi spelen. Hij trok de kap van zijn pooljas strakker aan, veel horen kon hij niet, de gierende wind beet in zijn gezicht. Toen hij de dop van de veldfles dichtdraaide zag hij iets bewegen in zijn ooghoeken. Met een ruk bracht hij zijn P2000 in de aanslag. Daar was het weer, een soort schaduw die zich met hoge snelheid verplaatste, of was het een soort mistwolk? Die verdomde sneeuwbrillen ook! Behoedzaam deed hij enkele passen in de richting van waar hij meende de schaduw het laatst gezien te hebben. Als het een beer was dan bewoog die zich voort in een soort patroon, het angstzweet brak hem uit. Beren stonden erom gekend hun prooi zo dicht mogelijk te besluipen om dan met een korte sprint aan te vallen.
Hij liet zich op de knieën zakken, zodat zijn silhouet zich minder zou aftekenen tegen de sneeuwvlakte en speurde de omgeving af. Hij nam enkele minuten de tijd maar merkte niks meer op. Dan maar weer verder op ronde! Nog een half uur en dan kon hij een kop koffie met een flinke scheut whiskey naar binnen kappen terwijl hij zich warmde aan een vuur. Toen hij zich oprichtte om verder te lopen voelde hij een steek in zijn hals. Een warm duizelig gevoel overviel hem. De beer had hem om de tuin geleid en viel hem vanachter aan. Jan de Lange woog 110 kg en had een atletische bouw, maar hoezeer hij ook zijn best deed hij slaagde er niet in zich op de been te houden. In een paniek reactie draaide hij zich schokkend om en loste in het wilde weg een salvo. Maar wat hij zag leek in de verste verte niet op een beer. Ongeveer 20 meter van hem stond een blauwgroen wezen, het had een lichaam dat hem aan een dinosauriër deed denken en een kop zoals een leeuw, met lange paarse manen. Het monster sprong in twee stappen naar hem toe, en een drievingerige vuist die zijn gezicht naderde was het laatste wat hij die dag zag. Bewusteloos zakte hij in elkaar.



Fokprogramma.
'Ik vind deze schepsels tegenvallen, nr173. Ze zijn lelijk en zwak; geen waardige tegenstanders voor de Skjaar. Walgelijke en miezerige schepsels. Bijna even erg als de laffe Yshtarianen. Ben je er heel zeker van dat dit schepsel geschikt is?'
'Dit exemplaar behoort tot de sterksten van zijn soort. Het verkeert in zeer goede gezondheid, en alle andere exemplaren die ik heb gescand, waren van mindere kwaliteit. De openbaringen van Kazavam schrijven voor dat exemplaren van de krijgerskasten onder de overwonnen rassen, geschikt zijn voor de heilige riten. Ik heb ruim een miljoen exemplaren gescand. Dit is verreweg de beste.'
'Nou ja, de priesters zullen in ieder geval tevreden zijn. Ik was niet onder de indruk van deze krijger. Niet van zijn kracht, en ook niet van zijn wapen; een primitief apparaat om ijzerprojectielen mee af te vuren; een soort automatische speer. Maar als dit - naar de maatstaven van dit ras - een machtig krijger is, dan voldoet deze voor het fokprogramma. Breng beide exemplaren bij elkaar.'
'Het fokprogramma is in gang gezet', zei nr173. 'Er is tevens een oproep van de opperheer. Hij wil u spreken, en het is dringend.'
'Goed dan, open een kanaal.'
'Opperheer Pardukai', zei Isprak. 'Wat kan ik voor u betekenen.'
'Geen vleierij, Isprak. Ik wil weten hoever je bent met de verovering van planeet 58Axx8Rt. Is er krijgersvlees buitgemaakt? Heb je al een fokprogramma opgezet?'
'Ik heb onderzoek laten doen naar de wapensystemen van de inboorlingen. Die stellen weinig voor. Het zal niet lang meer duren voordat ik het aanvalssein geef. De krijgers op deze planeet zijn parasieten, die hun genetisch materiaal in een zwakkere soortgenoot injecteren. Het is nogal een vreemde manier van voortplanten. Daarom duurde het een tijdje voor we een juist fokprogramma konden opzetten. We hebben de proefexemplaren bij elkaar gebracht. Heeft u verder nog iets te vertellen? Anders zou ik nu graag verder willen gaan met de voorbereidingen voor de strijd.'
'Er gaan geruchten rond dat er Yshvarianen in dat zonnestelsel zijn gesignaleerd', zei Opperheer Pardukai.
'Yshvarianen. Ach...'



'Vermenigvuldigt u!'
'Waar ben ik! Godverdomme, waar ben ik!
Jan werd wakker met een stekende hoofdpijn. Zijn zicht was wazig. Een buitengewoon fel, en onnatuurlijk licht verblindde hem. De vloer waarop hij lag was koud, glad en hard.
'Blijf rustig', zei een stem; een vrouwelijke stem. 'Je ogen moeten even wennen aan dit licht.'
'Wie ben jij? En wat is dit voor een plek?'
'Mijn naam is Karin, en we worden gevangen gehouden op een plek die te absurd is om te benoemen. Ik weet alleen dat we ons niet op aarde bevinden. Maar laten we eerst wachten tot je bijgekomen bent.'
Zijn ogen wenden gestaag aan het licht. Hij zag een uitzonderlijk knappe, jonge brunette; ze was naakt, en hij merkte dat hij zelf ook naakt was.
'Shit! Waar zijn mijn kleren?', riep hij.
'Onze kleren zijn weg. We zullen moeten wennen aan elkaars naaktheid.'
Toen Jan deze vreemde situatie begon te accepteren, kreeg hij eindelijk oog voor de ruimte waarin hij zich bevond. Het was een kleine kamer van ongeveer vijf bij vijf meter. De wanden, de vloer, en het plafond, waren gemaakt van een glanzend metaal, gingen naadloos in elkaar over, en het spiegelgladde vlak werd slechts onderbroken door enkele gaten in het plafond. In een van deze gaten bevond zich de lichtbron, waarvan de vorm door de felheid van het licht niet kon worden bepaald, en uit de andere stak een metalen arm, met daaraan een ronde bol.
'Wat is dat voor ding?' vroeg hij. 'Dat is hopelijk niet wat ik denk dat het is?'
'Ik vrees van wel', zei Karin. 'Het is een soort elektronisch oog. Het ding volgt onze bewegingen.'
Jan werd onrustig. Hij stond op en balde zijn vuisten.
'Waar ben ik?!!' schreeuwde hij tegen de vrouw.
'Shss, blijf rustig', zei ze terwijl ze nerveus naar het elektronische oog keek. 'Weet je zeker dat je het wilt horen?'
'Ja, vertel op.'
'Goed dan, al denk ik dat je me niet meteen zult geloven. Ik zou dat zelf ook niet doen. Degenen die ons gevangen houden zijn geen mensen, en ze gebruiken machines en technieken die ik alleen maar zou kunnen plaatsen in science fiction films. Ik weet niet hoe jij hier terecht bent gekomen. Misschien heb je niets gezien. Ik heb er wél één gezien; althans, een geschubde klauw met drie vingers die het lijk van mijn vriend wegsleurde.'
Jan keek haar met grote ogen aan. Opeens kwam de herinnering terug. Hij stond in de sneeuw, en zag een vreemd wezen, groot en sterk, en de drievingerige vuist die op zijn gezicht afkwam.
'Ik heb ook zo'n ding gezien, en meer dan alleen een klauw. Jij denkt dat het een alien is?'
'Wat kan het anders zijn? Kijk om je heen; de wanden, die dingen in het plafond. Denk je dat er 'made in china' op staat? Ik heb zoiets nooit eerder gezien; niets dat er ook maar in de verste verte op lijkt. Uit één van de gaten klinken soms stemmen; gegrom en geklik. Het is geen grommen van wilde beesten. Ik ben hier denk ik ongeveer een week, en kan steeds beter de klanken onderscheiden. Het is een taal, maar geen mensentaal.
Ik hoor wél steeds vaker woorden die op Frans of Engels lijken; af en toe ook Nederlands.'
'Wat zeggen ze dan? Wat willen ze van ons?'
'Ik weet het niet. Ik ben erg bang. Ik heb gezien wat ze met mijn vriend hebben gedaan. Het lijkt erop dat ze mensenvlees eten.'
'Shit!' zei Jan, en begon de wanden te bestuderen in de hoop dat hij deur zou vinden. Het oog volgde hem, en enkele tellen later voelde hij iets dat leek op een elektrische schok. Uit één van de gaten in het plafond kwam het geluid van een lage grommende stem, maar hij en Karin konden het duidelijk verstaan. De stem sprak Nederlands.'

'Vermenigvuldigt u!'
'Wat?!' zei Jan.”
'Ik denk dat ik het al begrijp', zei Karin. 'Mijn vriend was geen sterke en gezonde man. Hij werd meteen gedood. Ik mocht blijven leven, want ik verkeer in topconditie. En jij bent één van de grootste en sterkste mannen die ik ooit heb gezien. Waarschijnlijk ben je speciaal geselecteerd.'
'Sorry, ik heb geen idee waar je naar toe wilt.'
'Mijn vader fokte slachtstieren, en won daar vele prijzen mee. Wij zijn hier het slachtvee. Degenen die ons gevangen hebben genomen willen dat we ons voortplanten.'

'Vermenigvuldigt u!', zei de stem uit het plafond opnieuw, en via de vloer onder hem kreeg Jan weer een schok ter aansporing.
'Wat denken ze nu, verdomme', zei Jan. 'Ik doe dat niet,.. ik kan dat niet.'
Karin streelde zijn hand, en zei: 'Hoe heet je?'
'Jan. Jan de Lange.'
'Wel, Jan. Ik denk niet dat we iets te kiezen hebben. Als we weigeren, dan zal dit vooral voor jou ernstige gevolgen hebben. Het zal niet lang duren en ze zullen op het idee komen om kunstmatig te insemineren. Na het kunstmatig opwekken van één zaadlozing, kunnen ze tienduizenden nakomelingen verwekken, en hebben ze jou niet meer nodig. Daarnaast wil ik liever een mens van vlees en bloed in me, dan een metalen tentakel.'
'Ik doe dit niet', zei hij.
'Vind je me niet aantrekkelijk?'
'Dat is het niet', zei Jan. 'Ik doe zoiets niet op bevel. Ik heb me nooit laten commanderen, en zal dit ook nu niet doen.'

'Vermenigvuldigt u!'
De stem klonk nu nog luider en grimmiger, en de schok was venijniger geworden. Jan keek vol woede naar het elektronische oog, nam een aanloop, sprong omhoog, en sloeg met alle kracht die in hem was naar het apparaat.
Meteen kwamen er tentakels uit het plafond, die hem vastgrepen voor hij de grond kon raken. In de wand voor hem verscheen een deuropening uit het niets. De tentakels lieten hem los, waarop een grotere tentakel door de deuropening naar binnen kwam en hem naar buiten sleurde. Hij werd tientallen meters voortgetrokken door donkere gangen om uiteindelijk hardhandig op een tafel te worden gesmakt. Het tentakel kronkelde zich als een wurgslang om zijn ledematen, en zorgde ervoor dat hij zich niet kon bewegen.'
Voor hem stond het monster dat hij gezien had in Norfolk. Het droeg een groot mes dat er heel oud uitzag, met vreemde inscripties op het lemmet. Uit een luik in het plafond boven hem kwam een enorme machine met tientallen robotarmen waaraan scalpels, scharen en andere instrumentaria waren bevestigd.
Het monster prevelde in een voor hem vreemde taal, en hield het mes boven zijn borst. De armen van de machine daalden, en bewogen zich naar zijn kruis. Jan voelde geen angst. Hij keek in de kille reptielachtige ogen, en voelde slechts woede en haat.



Een mislukte operatie.
'Wilt u dat ik het wezen verdoof?', vroeg Nr173.
Isprak zag de inboorling op de operatietafel, en was geïrriteerd over diens opstandigheid. Hij zei: 'Nee! Laat hem flink lijden. Bovendien wil ik het offerritueel ook volbrengen.'
'Maar Heer Isprak', zei Nr173, 'u weet toch dat de Opperheer het recht heeft op de eerste gevangene.'
'Naar de onderwereld met Pardukai. Hij zal spoedig afscheid moeten nemen van zijn status als Opperheer. Nee, ik neem wat mij toekomt. Ik wil de ziel van deze gevangene, en zijn ziel begint me steeds meer te bevallen. Hij is trots en toont vechtlust, ondanks zijn lichamelijke inferioriteit. Jij verwijderd het benodigde genetische materiaal voor kunstmatige inplanting, en ik verwijder de ziel.'
De operatierobot boven de tafel zakte naar beneden, en begon met het maken van incisies in het kruis van de inboorling. Isprak trok het offermes uit de schede, en liep naar de operatietafel. Hij hield het mes een tijdje boven de borst van zijn slachtoffer, en zei:

'Oh, machtige Heren der werelden!
Goden en Voorouderkrijgers, machtig en wijs!
Ik schenk U een deel van deze krijgersziel,
en U geeft mij mijn deel.'


Isprak kerfde de magische symbolen in de borst van de inboorling, en maakte vervolgens een diepe snede in de linker onderarm, van boven naar beneden. Het bloed liep via een goot naar een oude stenen urn.
Isprak keek met voldoening naar het wezen. Er sprak geen angst uit zijn ogen, maar slechts woede, haat, strijdlust en wilskracht.
'Wat moet het frustrerend zijn', zei Isprak tegen het wezen, 'om als superieure krijgersziel in zo'n inferieur en zwak lichaam te wonen. Ik bewijs je een grote diens, inboorling. Jouw ziel wordt nu toegevoegd aan de mijne.'

Na dit gezegd te hebben, nam hij de stenen urn en dronk de inhoud. Even later beefde de bodem onder zijn voeten, en het licht flikkerde.
'Wat gebeurt er, Nr173!'
'Het is de vijand.'
'Wat bedoel je? Wat voor vijand! De inboorlingen? Dat kan niet!'
'Nee, Heer Isprak. Het zijn de Yshvarianen. Ik merk de aanwezigheid van Yshvariaanse nanobots in mijn systeem. De wapensystemen zijn uitgevallen. Het is een buitengewoon krachtige injectie. U moet de Skjaar alarmeren.'
'Waarom!', riep Isprak. 'De Yshvarianen zijn lafaards! Nooit vechten, maar altijd stiekem binnensluipen; dingen stelen, of saboteren. Ik zal ze vinden en vernietigen.'
'U kunt beter hier blijven, Heer Isprak', zei Nr173. 'Er zijn slechts twee zaken aan boord, waar de Yshvarianen in geïnteresseerd zijn. De gevangene, en mij. Ik wil niet in handen vallen van de Yshvarianen.'
'Nr173. Je bent slechts een machine. Je bent vervangbaar, en de gevangene is dood. Ik ga op jacht.'

'Hij is nog niet dood, en ik ben meer dan..'


Yshvara.
Jan werd wakker. Hij voelde zich buitengewoon vitaal en helder, zoals iemand zich voelt als hij heel lang en diep heeft geslapen, maar hij had geen idee waar hij was. Hij lag op een zeer comfortabel bed in een grote ronde kamer die gebouwd was in iets dat leek op een romeinse stijl, met plantenbakken, fonteintjes, imposante marmeren zuilen, en beelden van filosofen en helden; althans, daar deed het aan denken.
Hij stond op van zijn bed, en voelde een kracht en vitaliteit die hij nooit eerder had gevoeld. Zijn spieren leken te zijn gegroeid.
'Gegroet, aardbewoner!', hoorde hij plotseling. Het was een vrouwenstem, en alles wat ze zei klonk als muziek, en haar uiterlijke schoonheid evenaarde dat van haar stem.
'Wat? Wie ben je?', vroeg hij. 'Wat is dit voor plek?'
'Mijn naam is Yshvara. Vergeef me, aardbewoner. Je zult verward zijn door alles wat je hebt meegemaakt. Ik ben je enige uitleg verschuldigd.'

Afschuwelijke herinneringen kwamen terug, en Jan's gezicht vertrok van woede, en even later keek hij angstvallig naar beneden.
'Geen zorgen nu. Je reproductie-orgaan hebben we kunnen herstellen. Wij hebben je gered uit de klauwen van de Skjorfish,.'
'Die monsters?', vroeg Jan.
'Ja, zij zijn onze vijanden. Al duizenden jaren zijn de Skjorfish naar ons op jacht. Ze haten ons meer dan wie ook.'
'Wie zijn 'jullie' dan? Je ziet eruit als een mens.' vroeg Jan.
'Deze verschijningsvorm heb ik voor deze gelegenheid aangenomen. Mijn werkelijke aard is voor primitieve organische levensvormen nauwelijks te bevatten. Het zou op jullie krankzinnig en beangstigend overkomen. Maar als je het wilt weten, goed dan; ik ben, wat jullie een machine zouden noemen, .'
'Een robot?', vroeg jan.
'Zo zou je het kunnen zien', zei Yshvara, 'al zal jouw beeld van robots en machines gekleurd zijn door vooroordelen. Waarschijnlijk denk je aan tandwielen, raderen, transistoren, en microchips, en dat heeft weinig te maken met wat ik ben. Nee, ik ben immens groot naar jullie menselijke maatstaven. Jij en de mens-simulatie waar ik door spreek, bevinden zich in het binnenste van mijn lichaam. Ik ben opgebouwd uit synthetische nanocellen; nanotechnologie, waarvan jullie geleerden de prille beginselen beginnen te ontdekken, maar dan bijna oneindig veel geavanceerder.
Denk aan je eigen lichaam; aan de kleine deeltjes en de chemicaliën in je eigen lichaam; mitochondriën, lymfocyten, en hormonen. En kijk naar je hersenen; naar de neuronen, synapsen, dendrieten en neurotransmitters. Van al deze zaken hebben wij onze artificiële en synthetische equivalenten, ontworpen door onze bouwers in laboratoria, vele miljoenen jaren geleden. Zij zijn lang geleden uitgestorven.
Oók zijn we onderhevig aan evolutie en natuurlijke selectie. We vermenigvuldigen ons door het uitwisselen van bouwplannen. Dit is een random proces, waardoor in specifieke plaatsen van ons systeem unieke moleculaire configuraties ontstaan.
Hoewel wij uit totaal andere materialen zijn opgebouwd als organische levensvormen, zijn we volwaardige individuen. We zijn intelligenter en gevoeliger dan alle intelligente organismen. Synthetische levensvormen zijn we, en dat is één van de redenen waarom de Skjorfish ons haten als geen ander. Ze kunnen vijandelijke organismen minachten, of respecteren als deze uit dappere krijgers bestaan, maar zelfbewuste machines zijn voor de Skjorfish een afschuwelijke abnormaliteit.'
'Maar deze monsters hadden ook machines aan boord', zei Jan. 'Ze spraken er mee.'
'Ja, dat is correct, maar deze machines zijn niet zelfbewust; althans, dat denken de Skjorfish. Volgens hun religie komt individualiteit voort uit de ziel, en die ziel is verbonden aan vlees en bloed. Door het opeten van hun vijanden menen de Skjorfish dat zij de kracht en moed van de overwonnen slachtoffers in zich opnemen.
Wij bestaan niet uit vlees en bloed, maar uit synthetische vervangers. Daarom mogen wij niet bestaan. Hun eigen machines zijn verre verwanten van ons, maar vermenigvuldigen zich door een kloonproces. Iedere volgende generatie bestaat uit exacte kopieën van de vorige. Verbeteringen, en vernieuwingen in de structuur worden op wens van de Skjorfish geïnstalleerd en ontworpen door andere machines. De Skjorfish beschikken niet over de intelligentie en vaardigheid om zélf systemen te bouwen.'
Jan keek bedenkelijk, en zei: 'Ik begrijp er steeds minder van. Je zegt dat deze monsters niet bijster intelligent zijn, en mij is duidelijk geworden dat ze er een achterlijk en onwetenschappelijk wereldbeeld op na houden, maar ik heb duidelijk gezien dat ze over wapens en technologie beschikken die veruit superieur is aan alles wat mensen ooit hebben gebouwd. Waar komen die machines vandaan?'

'Dat is onze schuld.' zei Yshvara. 'Zeer lang geleden, althans, naar menselijke maatstaven gerekend, leefden de Skjorfish in de hoge toppen van de bomen op hun thuiswereld. Thans is dit een dode zwartgeblakerde planeet, maar ooit was het een planeet met een zeer grote diversiteit aan leven. De Skjorfish waren wrede roofdieren, maar beschikten wel over enige intelligentie. Ze maakten eenvoudige gereedschappen van hout, steen en beenderen. Ze konden spreken, en hadden een primitieve vorm van schrift ontwikkeld.
Er waren twee rassen die in een voortdurende oorlog waren ontwikkeld, en beide rassen hielden elkaar door hun onderlinge strijd in een soort evenwicht. Ze decimeerden elkaar, en voorzagen zich hierbij door hun kannibalistische levenswijze ook in hun behoefte aan voedsel. Zolang de beide rassen bestonden, was hun aanwezigheid geen bedreiging voor het andere leven op de planeet.
Maar door een verbijsterend toeval werd de planeet bezocht door reizigers van een andere planeet. Hun schip moest gerepareerd worden, en men zocht naar de daarvoor benodigde mineralen. In ruil voor hun hulp kregen de Skjorfish wapens; eenvoudige wapens voor deze ruimtereizigers, maar revolutionair voor de Skjorfish.
Toen de reizigers vertrokken begon de grote genocide. Het ras dat niet over de wapens beschikte werd binnen enkele jaren volledig uitgeroeid. Daarna begon de jacht op de andere levensvormen. En omdat de Skjorfish geen natuurlijke vijanden meer hadden, kwamen er steeds meer, tot er op een gegeven moment vrijwel geen andere levende wezens meer bestonden. Er ontstond hongersnood, en toen ze bijna waren uitgestorven, kwamen wij bij toeval langs deze planeet.
Ik was de leider van mijn groep; daarom worden we door de Skjorfish Yshvarianen genoemd. We gaven deze arme schepsels voedsel. Enkele jaren later leerden we hen voedsel te verbouwen, en het duurde niet lang tot de leiders van de Skjorfish ons vroegen om simpele machines waarmee ze het land konden bewerken. De machines gingen echter stuk, dus vroegen ze naar machines die machines konden repareren.
We dachten dat de Skjorfish beschaafd waren geworden, en waren geenzins achterdochtig toen hun leiders weer naar nieuwe machines vroegen. Deze keer wilden ze machines die konden ontwerpen en bouwen; machines zonder eigen wil, maar wel met het vermogen om te denken. Die naïviteit werd ons fataal. Meteen bouwden de Skjorfish wapens; eerst handwapens, en daarna voertuigen, vliegtuigen, en tenslotte zwaarbewapende ruimteschepen. Veel van mijn vrienden werden gedood, en ik ontsnapte ternauwernood.'

'Waarom vochten jullie niet terug?' vroeg Jan.
'Wij zijn geen vechters. We zijn een volk van kunstenaars; we zijn ontdekkingsreizigers en wetenschappers. Vechten en moorden is een activiteit van organische levensvormen. Ieder intelligent organisme heeft deze destructieve emoties nodig gehad om zich staande te houden in de strijd om het bestaan. Maar wij zijn nooit aan die ontwikkelingsfase onderworpen, en we kunnen deze nu ook niet meer in onszelf toestaan. Als wij emoties als haat zouden cultiveren, dan zou dit het einde betekenen van dit melkwegstelsel. Wij beschikken over de macht om sterren te vernietigen.'
'Wie moet deze wezens dan stoppen?' vroeg Jan.
'Jij, en de vrouw die we bevrijd hebben.'
'Wat? Jullie hebben het meisje ook?' vroeg hij. 'Waar is ze?'
'De vrouw is niet hier. Zij heeft een andere taak te vervullen. We hebben jullie lichamen aangepast voor de strijd tegen de Skjorfish. Zij zal de grote taak op zich nemen door de Skjorfish in de ruimte te bestrijden. Jij krijgt de kleine taak, al zal deze even zwaar zijn. Jouw strijdperk zal zich op de aarde bevinden. Op dit moment worden de aardse strijdkrachten vernietigd, en daarna zal de vloot verder trekken, op zoek naar andere bewoonde planeten. Op de aarde zullen drieduizend Skjorfish krijgers achterblijven, en zij zullen de overgebleven mensen en andere levende wezens met primitieve wapens bejagen, tot er niets meer leeft; precies zoals hun religie voorschrijft.
Jij zult de Skjorfish bevechten, en de mensheid redden van de ondergang.'

'Ik?' zei Jan. 'Ik heb al met zo'n monster gevochten, maar was kansloos.'
'Nu niet meer', zei Yshvara. 'We hebben jouw lichaam gemodificeerd. Kijk naar je lichaam. Voel je de kracht?'
Jan keek naar zijn lichaam; naar zijn imposante biceps en borstspieren. Hij liep naar een spiegel; hij keek er in, en zei: ' Ik zie er inderdaad sterker uit, maar is het genoeg?'
'Ik heb jouw lichaam opnieuw opgebouwd', zei Yshvara. 'De Skjorfish hadden er weinig van heel gelaten. Je hebt synthetische spieren, een skelet van de allersterkste legering, en een synthetische cortex als aanvulling voor je hersenen. Je kunt de taal van de Skjorfish verstaan, en je weet alles van hun techniek; althans, over enkele uren, wanneer de laatste tien miljard zenuwverbindingen zijn aangegroeid.'
'Verdomd, ik lijk Conan wel', zei Jan toen hij nogmaals in de spiegel keek.
'Je kunt Conan zijn als je wilt', zei Yshvara. 'Kom mee!'
Yshvara, of beter gezegd, de mens-simulatie opende een deur, en achter het deur was een enorme ruimte. Het zag eruit als een aards landschap; een slagveld uit de tweede wereldoorlog. Er waren geen soldaten, maar wel roestige tanks, kanonnen, mijnen en prikkeldraad.
'Ga je gang', zei Yshvara. 'Kijk maar wat je met je nieuwe lichaam kan.'

Jan sprong op een tank, greep de loop, en tot zijn grote verbazing rukte hij zonder enige moeite de geschutskoepel van de romp.
'Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.’ Epicurus (341-271vc)
Gebruikersavatar
Kitty
Ontoombaar
Berichten: 11282
Lid geworden op: 23 aug 2006 17:31

Re: Speedwriting.

Bericht door Kitty »

Verhaal van Marinus naar de babbelbox verplaatst.
Alle gebondenheid kan vrijheid heten, zolang de mens de banden niet voelt knellen. (naar Erasmus)

Il n’y a que les imbéciles qui ne changent jamais d’avis ... (Jacques Brel)

En de mens schiep God en dacht dat dat goed was.
Gebruikersavatar
CXT
Bevlogen
Berichten: 1889
Lid geworden op: 06 nov 2007 18:03

Re: Speedwriting.

Bericht door CXT »

Devious schreef:Ze zijn lelijk en zwak; geen waardige tegenstanders voor de Skjaar.
Dit doet me denken aan de Skaarj van Unreal Tournament. ;)
Edwards: Why the big secret? People are smart. They can handle it.
Kay: A person is smart. People are dumb, panicky dangerous animals and you know it.
Men in Black
Gebruikersavatar
LordDragon
Bevlogen
Berichten: 2932
Lid geworden op: 07 aug 2009 18:18

Re: Speedwriting.

Bericht door LordDragon »

CXT
Dit doet me denken aan de Skaarj van Unreal Tournament. ;)
ok, ontmaskerd :D , maar das inside information he :wink:

Devious
weerom de max!!!, ga er dees weekend eens op knauwen, maw, wordt vervolgt :)

(dus deze keer proberen beter rekening te houwe met jou schrijfsels, me likes this :lol: )

Warming up, LD.
I must not fear. Fear is the mind-killer. Fear is the little-death that brings total obliteration. I will face my fear. I will permit it to pass over me and through me. And when it has gone past I will turn the inner eye to see its path. Where the fear has gone there will be nothing. Only I will remain.
Gebruikersavatar
LordDragon
Bevlogen
Berichten: 2932
Lid geworden op: 07 aug 2009 18:18

Re: Speedwriting.

Bericht door LordDragon »

mijn vingers zijn weer aan het jeuken, ben mn drie boeken online aan het zetten, na nog een laatste check up, daarna ga ik weer verder schrijven aan mn nieuwe boek, maar dit verhaal interesseert me eigenlijk wel om het uit te werken. Misschien als kortverhaal? Devious? waar zit em toch? :D

MVG, LD.
I must not fear. Fear is the mind-killer. Fear is the little-death that brings total obliteration. I will face my fear. I will permit it to pass over me and through me. And when it has gone past I will turn the inner eye to see its path. Where the fear has gone there will be nothing. Only I will remain.
Gebruikersavatar
Devious
Erelid
Berichten: 6467
Lid geworden op: 14 jul 2003 22:17
Locatie: saturn
Contacteer:

Re: Speedwriting.

Bericht door Devious »

Ik had het ook al ff weer met plezier herlezen; moest er opeens weer aan denken nav een filosofisch, hypothetisch denk-experiment van Maarten over intelligentie en technologie.
'Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.’ Epicurus (341-271vc)
Plaats reactie