L.D. schreef:maar enkele weken geleden stelde ik nog de vraag, is godsdienst enzo, religie, de aanbidding van het ongekende, wel een pure mensenzaak? Misschien liggen de roots bij dieren zoals wolven die naar de volle maan huilen?
Ik denk dat de behoefte om de zaken om je heen te beheersen (en zó de eigen positie zo veilig mogelijk te stellen) de drijfveer is geweest om het onbeheersbare, beheersbaar te maken.
Regen afdwingen, onweer beteugelen, enz. enz. waren onbeheersbare zaken waarachter 'macht' verondersteld werd die superieur was aan de macht die de mens inmiddels over de andere zaken had verkregen.
De verbinding (in denken) leggen tussen beheersbare zaken voor de mens (die door waarneming, onthouden van, en koppelen daardoor aan nieuwe waarnemingen- - -het interpreteren van dat geheel, de empirie, het creatief omgaan ermee, enz.) had al geleid naar methodes om daar macht over te krijgen.
Het is logisch om te veronderstellen dat er óók een macht schuilde achter die onbeheersbare zaken (de goden achter de gaten)- - -met als volgende stap, het offeren, en de suggestie dat het hielp om de (onbekende) heerser gunstig te stemmen. (dat sommige handigerds misbruik (voor eigen gewin) gingen maken door de suggestie levendig te houden hoeft geen betoog (want heden óók nog te aanschouwen!)
Het offeren aan de goden nam grootsere vormen aan omdat het aantal (klaplopende)priesters die de offers verzorgden, toenam (mede omdat het de suggestie [in kwantiteit] ) versterkte, vermoed ik.
Wat wolven beweegt om samen een potje te gaan huilen? (is het wel huilen in de betekenis die mensen aan het ww. 'huilen' hechten of is het een soort samenzang ter herkenning??)
In dat verband kan ik zeggen dat ik mijn hond op ieder uur in een etmaal aan het huilen kon krijgen met muziek zónder maan {en andere honden gaarne bereid bleken om daaraan mee te doen}maar het wáárom' daarvan mij tot op heden ontgaan is, omdat ik mij onvoldoende in het 'hond-zijn' in kan leven.
Wat taal betreft; Je kunt er iets mee aanduiden voor een ander zónder het 'ding' dat het woord dekt, aanwezig is op dat moment, terwijl de ander desondanks precies hetzelfde beeld krijgt van dat ding dat geschilderd werd door jou.
Het spaart moeite en energie die voor iets anders gebruikt kan worden, om niet te hoeven gaan met die ander naar waar dat 'ding' staat.
Ook brengt 'taal' de mogelijkheid voor communicatie dat het inschakelen van andere hersens aan het werk kan zetten.
Couw stelde dat met andere woorden, en ik geef hem gelijk daarin!
