Niets is tegelijkertijd ook een abstracte term (zoals grenzeloos en eeuwig) wat verder reikt dan ons redenerend vermogen. De grondbeginselen van de moderne theosofie geeft hiervoor een mooie uitdrukking: "Grenzeloze Ruimte waar binnen een eeuwige Duur heelallen zich periodiek manifesteren als een gevolg van een daarvoorliggende oorzaak". Ruimte-tijd (zoals ons eigen heelal) is beperkt tot de duur van diens eigen manifestatie, want het wordt aannemelijk geacht dat dit universum ooit uitdooft en vervalt tot non-bestaan.
De gedachte aan 'niets' vind ikzelf zeer rustgevend. De Veda verwijst ook naar DAT (in het Sanskriet Sat) wat zich bevindt buiten het zijn als het niet-zijn. Het zijn van die heerlijke diepgaande metaforen.