appelfflap schreef:Fenomeen schreef:Ik kan het mis hebben maar volgens mij doelt Lanier met 'tussen de oren' op de neurofysiologische kant van het verhaal.
nope, de psychische verslaving staat los vd lichamelijke. ik ben al jaren gestopt en ik denk nog altijd af en toe aan sigaretten of dat ene trekje. dat krijg je d'er nooit meer uit vrees ik.
Dan meen ik oprecht, niet om lullig te doen, dat je nog steeds gevoelig bent voor de verslaving en de terugval.
Toen ik mijn systeem hanteerde, is ook dat aspect weggenomen.
Je hoort heel veel mensen zeggen dat als ze dan een sigaret ruiken of in zo'n sociale druk situatie komen dat 'de verleiding groter wordt'. Ook dat kun je aanpakken. Zolang je die druk nog voelt heb je niet begrepen waarom je rookte.
Een vriend van me had een Duitse vriendin. Die kwam studeren in Nederland, had geen vrienden. Ze voelde zich geisoleerd. De mensen die ze zag, haar mede studenten, rookten praktisch allemaal. Om toegang te krijgen, of zich toegant te verlenen tot deze mensen om daarmee vriendschappen en relaties te kunnen aangaan, is ze gaan roken.
Ik stel me voor dat als er een groep naar buiten gaat of in een rokerskantine een opsteekt, het makkelijk is om mee te lopen, letterlijk en figuurlijk, met een paffertje als excuus.
Hoe dat ook in de praktijk gaat, je deelt een ritueel met anderen en daarmee maak je een verbinding. Zo werkt dat bij mensen.
Ook ik heb een blauwe maandag gerookt, als puber op school. Ik voelde me er ook niet bij horen samen met een vriendje waarmee ik van de lagere school kwam. Iedereen in d eklas rookte, zoals stoere jongens en meiden blijkbaar doen.
De druk was groot. Hoe dat besluit zich vormt is moeilijk te zeggen, maar toen wij rookten konden we bij de groepjes op het schoolplein staan en men keek ineens heel anders naar ons. Er was stoere praat van 'ik wel eigenlijk wel stoppen'. Je hoort daarin eigenlijk pa en ma spreken. En men was trots dat de hele klas rookte, niet een uitgezonderd.
Als je stopt met roken, of met elk verslavingsgedrag of gedrag dat je wilt veranderen, dan dien je de oorzaak te kennen, de reden waarom je dat gedrag bent gaan doen, waarom je er zo veel energie in bent gaan stoppen.
Gedrag is een landschap, in dat landschap zitten patronen. Een verslaving is een rivierbed waardoorheen energie stroomt. Hoe meer energie je investeert, hoe dieper de rivier.
Wat mensen doen als ze willen stoppen met roken, is een dam in de rivier zetten. Je snapt wat er gebeurt.
De rivier raakt leeg maar het rivierbed is er nog. De geul is er nog. DAT is waarom mensen de geur ruiken en graag een willen opsteken. Ze hebben het landschap niet veranderd. Ondertussen ontstaat er een meer van energie, en de dam breekt door, dat is het moment waarop men een sigaret opsteekt.
Ze konden het niet volhouden. Je hoort dat mensen gaan eten. De energie wil stromen, er wordt een neiuw gedrag ontwikkelt, er ontstaat een nieuw stroompje. Er ontstaat een nieuw gedrag.
Soms lukt het mensen om de oude rivier geul te laten liggen maar dan gaan ze sporten en daarin kunnen ze dan die energie kwijt.
De enige juiste manier om een verslaving te stoppen en zelfs de neiging, de sociale druk, de verleiding niet te voelen is om die te elimineren.
Ik kan een drankwinkel inlopen en naar al die whiskeys kijken die ik dronk, al die geweldige single malts die ik samen met vrienden proefde en de favorieten die ik had, zonder ook maar enig gevoel van spijt, van verlangen, van zin hebben in, te voelen. Ik weet namelijk waarom ik alcohol nuttigde en ik heb de rivierbedding, mijn gedragslandschap omgewerkt. Ik heb geen oude bedding meer waar zo weer de energie doorheen kan gaan stromen.