In elk geval heb ik die essentie niet begrepen zoals jij, dus ik kan ernaast zitten maar ik vroeg me eerder af of het niet zo was dat je godsdienstleraar fout zat - net als MNb - en verantwoordelijk was voor de kink in de communicatie-kabel met jou toen.Je hebt de essentie van mijn antwoord op de godsdienstleraar geloof ik niet begrepen.
Er was meestal wel sympathie voor die aanleiding en het gevolg maar (zo trachtte ik duidelijk te maken) bij die sympathisanten die geen persoonlijke ervaringskennis met ernstige depressie hadden was het (ondanks het eerste en door dat laatste gegeven) problematisch om empathie te hebben met mijn depressieve toestand zelf, met mijn psychische pijn in die toestand. (Bedankt voor die hoop! Ik ben er alweer een behoorlijke tijd bovenop maar zoek nog steeds naar wegen om mijn ervaringsdeskundigheid inzake ernstige depressie te kunnen benutten ten dienste van anderen, zoals door erover te schrijven.)Ook begrijp ik niet dat men voor jou niet meer sympathie toonde. Ik vindt het volstrekt begrijpelijk dat je na zo'n moeilijke periode enigzins instort. Tenslotte was datgene waar je drie jaar hard aan had gewerkt, toch mislukt. Ik hoop alleen maar dat je er weer helemaal bovenop bent. (ik wou overheen schrijven, maar dat geeft niet precies weer wat ik bedoelde. Ik vindt niet dat we gebeurtenissen uit ons leven moeten vergeten of zo.)
(Ik noteer uit F.De Waal's «De Aap en de Filosoof» (oorspr. 2006, NLs 2007):)
Empathie omvat emotionele aanstekelijkheid - dwz de emotionele toestand van een individu leidt tot een overeenkomstige of nauw verwante toestand bij een ander individu - maar gaat verder doordat het cognitieve filters aanbrengt tussen de eigen toestand (waar emoties en motieven spelen) en de toestand van de ander; empathie is het natuurlijke vermogen om in de verbeelding van plaats te ruilen met het slachtoffer.
In verband met empathie staan de twee mechanismen 'sympathie' en 'persoonlijk leed' die elkaars tegenpolen zijn qua sociale gevolgen. Sympathie is een affectieve reactie die bestaat uit gevoelens van verdriet of ongerustheid over een ander die van streek of behoeftig is (niet dezelfde emotie als die ander) en het motief van die op de ander gerichte reactie is daarom onzelfzuchtig. Bij persoonlijk leed of medelijden is sprake van dezelfde emotie als die is waargenomen bij de ander en kenmerkt zich door het zelfzuchtige motief om het eigen leed te verlichten (waarbij geen aandacht is voor de ander die empathie opwekte).
Empathie in basale vorm (in de kernlaag van De Waal's matroesjkamodel) is een door het Perceptie-Actie-Mechanisme opgewekte emotionele toestand in het subject die overeenkomt met het object (de ander). Cognitieve empathie (in de tweede laag die is gebouwd op de kernlaag) veronderstelt inschatting en erkenning van de (hachelijke) situatie van de ander en inschatting van de oorzaken van diens emotie, waardoor het mogelijk wordt om voor doelgerichte hulp te zorgen waarin rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van de ander. (2007, 47; 51; 59-60)
Toen ik nog in de situatie van ernstig depressieve mensen verkeerde en nog aan het worstelen was om inzichten in die situatie bij elkaar te sprokkelen, was mijn eigen onkunde om de woorden te vinden waarmee ik mijn depressieve toestand kon beschrijven hoogstwaarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van het mislukken (naar mijn eigen oordeel) van begripsvolle empathie bij bereidwillige naaste anderen voor de emotionele toestand van het depressieve subject, dat zijzelf nooit waren en dat ikzelf toen ervoer maar nog amper begreep. Toch, naar mate er moeizaam toename was in mijn inzicht in en ervarings-kennis van de situatie van het depressieve subject, waardoor ik die situatie steeds iets beter kon schetsen, bleek er toch meer mee te spelen dan enkel het probleem van mijn eigen descriptieve onkunde en mijn wellicht perfectionistische maatstaven (waarmee depressieven zichzelf plegen neer te sabelen) voor mijn eigen depressie-beschrijvingen waarmee ik in interactie trad met nooit-depressieven.
In de terminologie van De Waal kwam er daarnaast ook, ondanks mijn afdoende beschrijvingen van de hachelijke emotionele situatie van het depressieve subject, bij nooit-depressieve maar bezorgde anderen geen of slechts gedeeltelijk cognitieve empathie tot stand, want dat bleek uit de onbeholpen hulp waarvoor zij zorgden - veelal in goedbedoelde woorden of tegelgezegden tijdens gesprekken - waarin weinig rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van de ernstig depressieve ander.
"Na regen komt zonneschijn" is vaak waar maar in de situatie van het depressieve subject is dat gezegde al die tijd emotioneel en cognitief onwaar, en dat kan uitzichtloos lang duren, totdat er heel in de verte aan de geesteshorizon de eerste opklaringen zichtbaar worden en totdat er de eerste dagdelen zijn waar wat zonlicht in je emotionele toestand is waar te nemen, zodat er uitzicht is op vaker en krachtiger zonlicht na de continue regenbui in de emotionele toestand die aanvankelijk een orkaan was. Uiteindelijk, op de lange termijn, is het gezegde voor mij waar gebleken en kon ik de weermetafoor toepassen om mijn herstelproces mee te beschrijven. Maar met name voor de vroegste termijn van de ernstige depressie wordt in de dmv dit gezegde geboden hulp geen rekening gehouden met de specifieke behoeften in de emotionele situatie van het ernstig depressieve subject, dat eerste hulp behoeft bij de psychische pijn gedurende de innerljjke orkaan of storm van dat moment maar 'laatste hulp' krijgt: dwz talige hulp die pas zinvol wordt in een later stadium waar verminderd psychisch lijden gepaard gaat met hoopvol vooruitzicht op zonnig herstel als betere omgang of als genezing. Het gezegde voor eerste hulp aan ernstig depressieven dat getuigt van cognitieve empathie is eerder iets als "De innerlijke orkaan die nu woedt zwakt ooit af tot stormkracht, voordat die bewegende depressie een regenbui kan worden. Voorlopig kan je alleen maar een schuilplaats zoeken en die na vondst onderzoeken en het je daar zo leuk mogelijk maken".
Ik ben van kindsaf eerder geneigd geweest om me juist teveel met de problemen van anderen bezig te houden. Toen ik op een bepaald moment merkte dat ik haast een rondlopende magneet was voor veelal eenzame mensen met grote problemen, heb ik ooit toch een paar tandjes minder geschakeld om mezelf niet te verliezen in het ongelimiteerd geven van hulp. Maar ik die destructieve liefdesrelatie is het me dus niet gelukt om mijn grens te stellen en bewaken, dat is daarin mijn fout geweest.Ik bespeur bij mijzelf wel eens de neiging om me niet teveel met de problemen van anderen te verdiepen. Dat is namelijk nogal moeilijk. Geen twee mensen zijn gelijk, juist emotioneel is het lastig elkander aan te voelen, want niet alles is onder woorden te brengen. Dus komen we vaak niet veel verder dan "Kop op!", terwijl dat nu juist het enige is dat niet wil lukken, Mijn therapeut bewandelde dan ook een andere weg, en deed of hij me buitengewoon zielig vondt, en dat ik terecht depressief was. Logisch nadenkend moest ik hem tegen spreken, en dat hielp wel. Misschien is de beste raadt wel "Hang down your head"
Het lijkt me dat jouw therapeut bij jou de juiste knoppen heeft ingedrukt zodat je de kracht uit jezelf ging halen (empowerment, zoals boven gezegd) en je ging of bleef vertrouwen in je eigen oordeel.
@MNb
Goed, ik ga er vanuit dat je weet wat een taboe is en dat men in het gangbare taalgebruik een taboe kan waarnemen in het aangepaste woordgebruik ivm het eigenlijk algemeen ongepast bevonden taboe-onderwerp - voorbeeldje nog uit de wetenschap dat ik vond bij F.De Waal: “In boeiende literatuur uit de jaren vijftig en zestig zetten experimenteel psychologen de woorden ‘empathie’ en ‘sympathie’ tussen aanhalingstekens. In die tijd was het taboe om over emoties bij dieren te praten” (2007, 49).Dat [het spreken over (je) depressie een taboe is zolang het ongepast blijft erover te praten] is ongetwijfeld waar, maar daarom nog niet iets dat ik begrijp. Ik heb eens moeten samenwerken met iemand die manisch depressief was. Als het mis was belde hij me op en deed ik al het werk. Als dat voorbij was haalde hij de schade dubbel en dwars in, zodat ik maar weinig hoefde te doen. Dat ging prima en ik zag verder geen reden om me er druk over te maken. Maar inderdaad zag niet iedereen dat zo en dat vond ik nou een teken van gebrek aan sociale vaardigheden.
Je voorbeeld van dat samenwerken met een manisch-depressief mens doet me erg denken aan de werksituatie op de Antwerpse universiteit die de Belgische biologieprof. Christine van Broeckhoven in haar «Brein en Branie» beschrijft toen ze leed onder een ‘majeure depressie’ (nav een crisis in haar liefdesrelatie):
MNb, kun je nader specificeren wat het precies is dat je ivm het taboe van ernstige depressie niet begrijpt?“Als vrouw en partner vond ik mezelf volstrekt waardeloos. Als wetenschapper hield ik me dan weer rechtop. Ik heb in 1992, tijdens het ‘toppunt’ van mijn majeure depressie, absolute, professionele topresultaten behaald. Maar sociaal en psychologisch was ik een wrak. … Ik ben heel open geweest over mijn depressie, en heb me er nooit voor geschaamd. Op het werk wisten mijn collega’s wat er met me aan de hand was. Ik heb momenten gekend dat ik niet meer kon, en dat ik begon te huilen. Ik heb een heel lange periode gekend waarin ik niet meer in staat was ook maar enige positieve verandering aan te brengen. Maar mijn persoonlijkheid heeft bepaald hoe sterk ik tegenover mijn majeure depressie kon staan. Ik heb veel over depressie en zelfhulp gelezen. Mijn therapie bestond uit lezen en schrijven. … Het vergde veel moed en inspanning om aan mezelf en mijn genezing te werken. Maar ik heb, ondanks dat zwarte gat dat me aan alle kanten omringde, toch vertrouwd op of geloofd in een betere toekomst. Mijn genezing heeft veel geduld gevraagd en veel tijd inbeslaggenomen. Maar na een tweetal jaren voelde ik weer sprankeltjes positieve energie vrijkomen. … Ik heb er altijd openlijk over gesproken, en ik heb mogen vaststellen dat mijn openheid ook andere mensen heeft aangemoedigd om het taboe van de depressie uit hun leven te schrappen” (Brein en Branie, 2006, 117; 119-120).
Ik ben zelf van onder de rivieren, maar ken genoeg NLers van boven de rivieren die het niet ontbreekt aan sociale vaardigheden en ook onderrivierse NLers die wat sociaal onvaardig zijn, dus of die generalisatie opgaat? Ik heb er twijfels over. Het chagrijnige rotweer is wellicht een factor maar ikzelf heb nooit last gehad van bijv een winterdepressie; eerder juist van een hittegolf-humeur als het zo benauwend stikheet is dat het plakzweet je uitbreekt bij de minste inspanning - dat is mijn chagrijnig makende rotweer, altijd al en nog steeds, en trouwens menig NLer met mij. De zomer in andere landen is lang niet zo irritant benauwd als het tijdens een hittegolf in NL is. En net als jou, ben ik nog steeds een nachtmens, en heb ik daarmee in de moeizame ochtenden leren omgaan. Zo ook in de verbeterde omgang met mijn snel geprikkelde hittegolf-humeur.MNb: Om er eens twee generalisaties tegenaan te gooien: in de ogen van Surinamers hebben alle Nederlanders van boven de rivieren een schrijnend gebrek aan sociale vaardigheden. Vanuit hun oogpunt hebben ze gelijk. Daarbij is het chagrijnige rotweer in Nederland een belangrijke factor qua depressies. In zonnig Suriname komen ze veel minder voor. Beslist niet hetzelfde, maar enigszins vergelijkbaar: als nachtmens heb ik een ochtendhumeur. Dat is niet verdwenen, maar wel veel en veel minder geworden.
Kijk, ik besef me dat ernstige depressie geen gezellig onderwerp is eerder iets doodserieus. Vandaar dat het aansnijden van voorbeelden van gezelligheid als de sociale gebeurtenis rond de capoeira-dansers in de Rotterdamse straten een welkome verademing is. Het deed me denken aan de optredens in Bretonse straten van traditionele folkmuzikanten & volksdansers tijdens de zomer - zoals dit
MVG



