Tegenvaller
Geplaatst: 16 mei 2017 18:51
Pasen 2017 was niet zo vrolijk als ik me had voorgesteld. Die zondagochtend werd ik wakker met wat aanvoelde als een slapende rechterarm. Nu gaat dat gewoonlijk na een paar minuten weer over, maar dat bleek niet het geval. Mijn wederopstanding uit bed was een zwalkende aangelegenheid: ook mijn rechterbeen deed het niet naar behoren. Deze klachten gingen niet in de eropvolgende uren over. Ervaringen met familie en vrienden deden mij het ergste vrezen: er is iets stuk in mjin linkerhersenhelft, naar ik vermoedde een beroerte.
Dat vermoeden bleek juist: een door mjin huisarts ingeschakelde neuroloog heeft na uitgebreid hamertje-tik met me spelen en CT- en MRI-scans een licht herseninfarct als diagnose gesteld. Licht in de zin dat de gevolgen veel ernstiger hadden kunnen zijn: slechts de besturing van spieren in mijn rechter ledematen is gedeeltelijk aangetast - zintuigen en gezichtsspieren werken als vanouds en praten doe ik nog moeiteloos. Mijn verstand lijkt niet aangetast, waarbij ik mezelf wel bedenk: "precies welk onderdeel vertelt me dat?"
Er is geen eenduidige oorzaak gevonden, maar al snel bleek dat ik een te hoge bloeddruk heb, een beruchte risicofactor. Huisarts en neuroloog zijn druk aan het dokteren met verschillende medicijnen (ik heb in de laatste weken meer pillen geslikt dan in de rest van de 21e eeuw) en ik ben mijn manier van leven aan het veranderen; ik rook niet meer, gebruik een stuk minder zout en probeer door meer lichaamsbeweging en minder eten gewicht te verliezen. Eveneens oefen ik dagelijks met dingen die ik niet meer goed kan: lopen, schrijven, typen en huishoudelijk werk. Schrijven oefen ik zowel links als rechts, allebei met meer moeite dan resultaat. Vrijdag a.s. spreek ik voor 't eerst een revalidatiearts, met wie ik een meer planmatige aanpak van mijn herstel hoop te vinden.
Inmiddels is het gebruik van mijn rechterledematen gedeeltelijk hersteld: ik kan weer redelijk lopen -zij het minder lang en veel vermoeiender dan voorheen- en taken die ik met twee handen doe (bijvoorbeeld koken, afwassen en -gelukkig- typen) gaan stukken beter, zij het onwennig. Taken die ik gewoon ben met mijn rechterhand te doen (zoals handschrift en scheren, gooien en vangen) staan er een stuk slechter bij: mijn rechterhand werkt slecht en links kan ik het niet, naar ik hoop nog niet. Ik verwacht geen volledig herstel - al is dat niet onmogelijk - maar voldoende om weer aan het werk te kunnen. Mocht mijn rechterarm niet meer goedkomen dan heb ik links een reservearm, die wel veel training nodig heeft.
Aan de emotionele en morele gevolgen van het infarct is niets lichts. De ondergansgsstemming die me de eerste week na het infarct vervulde is geweken, maar emotioneel ben ik nog wat wiebelig. Slechts langzaam keert mijn evenwicht terug. De door het infarct gestolen vaardigheden zijn een groot verlies. Nog steeds vervult de frustratie over niet-lukkende taken me met grote woede. Slechts af en toe voel ik enige berusting in het inzicht dat ik waarschijnlijk nooit meer de oude zal zijn; op andere tijden is dat reden voor groot verdriet. De wisselende stemmingen die ik doorga herinneren me aan rouw na de dood van dierbaren.
Het is niet alleen narigheid: mijn verwanten en vrienden leven met me mee en helpen waar ze kunnen. Ik heb goede hoop op aanzienlijk herstel. Ik werk inmiddels weer aan Wikipedia en vond het tijd ook hier weer eens wat van me te laten horen. Het spijt me dat het niks vrolijkers is.
Dat vermoeden bleek juist: een door mjin huisarts ingeschakelde neuroloog heeft na uitgebreid hamertje-tik met me spelen en CT- en MRI-scans een licht herseninfarct als diagnose gesteld. Licht in de zin dat de gevolgen veel ernstiger hadden kunnen zijn: slechts de besturing van spieren in mijn rechter ledematen is gedeeltelijk aangetast - zintuigen en gezichtsspieren werken als vanouds en praten doe ik nog moeiteloos. Mijn verstand lijkt niet aangetast, waarbij ik mezelf wel bedenk: "precies welk onderdeel vertelt me dat?"
Er is geen eenduidige oorzaak gevonden, maar al snel bleek dat ik een te hoge bloeddruk heb, een beruchte risicofactor. Huisarts en neuroloog zijn druk aan het dokteren met verschillende medicijnen (ik heb in de laatste weken meer pillen geslikt dan in de rest van de 21e eeuw) en ik ben mijn manier van leven aan het veranderen; ik rook niet meer, gebruik een stuk minder zout en probeer door meer lichaamsbeweging en minder eten gewicht te verliezen. Eveneens oefen ik dagelijks met dingen die ik niet meer goed kan: lopen, schrijven, typen en huishoudelijk werk. Schrijven oefen ik zowel links als rechts, allebei met meer moeite dan resultaat. Vrijdag a.s. spreek ik voor 't eerst een revalidatiearts, met wie ik een meer planmatige aanpak van mijn herstel hoop te vinden.
Inmiddels is het gebruik van mijn rechterledematen gedeeltelijk hersteld: ik kan weer redelijk lopen -zij het minder lang en veel vermoeiender dan voorheen- en taken die ik met twee handen doe (bijvoorbeeld koken, afwassen en -gelukkig- typen) gaan stukken beter, zij het onwennig. Taken die ik gewoon ben met mijn rechterhand te doen (zoals handschrift en scheren, gooien en vangen) staan er een stuk slechter bij: mijn rechterhand werkt slecht en links kan ik het niet, naar ik hoop nog niet. Ik verwacht geen volledig herstel - al is dat niet onmogelijk - maar voldoende om weer aan het werk te kunnen. Mocht mijn rechterarm niet meer goedkomen dan heb ik links een reservearm, die wel veel training nodig heeft.
Aan de emotionele en morele gevolgen van het infarct is niets lichts. De ondergansgsstemming die me de eerste week na het infarct vervulde is geweken, maar emotioneel ben ik nog wat wiebelig. Slechts langzaam keert mijn evenwicht terug. De door het infarct gestolen vaardigheden zijn een groot verlies. Nog steeds vervult de frustratie over niet-lukkende taken me met grote woede. Slechts af en toe voel ik enige berusting in het inzicht dat ik waarschijnlijk nooit meer de oude zal zijn; op andere tijden is dat reden voor groot verdriet. De wisselende stemmingen die ik doorga herinneren me aan rouw na de dood van dierbaren.
Het is niet alleen narigheid: mijn verwanten en vrienden leven met me mee en helpen waar ze kunnen. Ik heb goede hoop op aanzienlijk herstel. Ik werk inmiddels weer aan Wikipedia en vond het tijd ook hier weer eens wat van me te laten horen. Het spijt me dat het niks vrolijkers is.