De aard van de werkelijkheid
Geplaatst: 27 mei 2022 06:26
Naar aanleiding van een video in het topic youtube lezingen en debatten, die ik de moeite waard vond om twee keer te bekijken, en een reactie daarop in het onderwerp "tijden van toenemende entropie, heb ik getracht zoveel mogelijk mijn visie op "de werkelijkheid" uiteen te zetten.
De Zintuigelijke werkelijkheid.
De meeste mensen nemen aan dat de werkelijkheid datgene is dat ze kunnen zien, maar dat blijkt niet zo te zijn. Onze zintuigen construeren een staat in onze hersenen die correspondeert met wat we zien, maar dat is iets totaal anders dan bijvoorbeeld wat een camera vastlegt. Zelfs wetenschappers vergissen zich daarin en denken dat een camera enigszins hetzelfde doet als onze ogen. Dat doet zij geenszins. Een foto bevat wellicht meer pixels dan onze retina, maar interpreteert het beeld geenszins. Onze hersen doen dat wel. Zo stellen onze hersenen vast, wat boven en wat beneden is in het beeld, hebben een idee van afstand (door de verschillen tussen beide ogen) en controleren (met snelle oogbewegingen) interessante richtingen in het beeld, waar meer pixels voor nodig zijn dan de periferie van het oog kan waarnemen. Ook interpreteren ze het beeld als weergave van een 3-dimensionele werkelijkheid. Een deel daarvan moet aangeleerd worden, en wie blind geboren is en wiens zichtvermogen op latere leeftijd wordt hersteld (door een oogoperatie) leert dat nooit meer (zo goed als een kind).
Veel optische illusies zijn er dan ook het gevolg van dat we naar 2-dimensionale afbeeldingen kijken en visuele cortex dit interpreteert als een projectie van iets 3-dimensionaals. Maar ze interpreteert nog véél meer. Dat wij dit vaak goed klopt met de werkelijkheid, komt omdat we gewend zijn die interpretaties te gebruiken om dingen beet te pakken of om ergens naar toe te lopen. Dat hebben we als kind flink geoefend. Kleuren worden geïnterpreteerd en wel verschillend naar gelang de veronderstelde schaduwen. Als die schaduw er niet echt is, dan ontstaan weer andere illusies.
Andere zintuigen hebben weer andere eigenschappen, als wij er slechts één hadden, dan zouden we nauwelijks kunnen functioneren, (want geen vergelijkingsmateriaal hebben om het betreffende zintuig te toetsen), maar zo lang als wij er slechts één missen, kunnen we soms uitstekend uit de voeten en in sommige opzichten zelfs méér dan anderen. (Denk aan blinde musici of dove schilders)
Dat wat betreft de zintuigelijke werkelijkheid. Dat neemt niet weg dat het een zware handicap kan zijn.
De wetenschappelijke werkelijkheid
Deze is in veel opzichten anders. Daar komen allerlei zaken in voor die wij helemaal niet zintuigelijk waarnemen, zoals atomen en moleculen die zich niet in onze neus of mond bevinden. Die kunnen we wel ruiken soms in uiterst kleine hoeveelheden) of proeven. Daarin komen ook de bewegingen van hemellichamen voor, die wij slechts zeer beperkt of soms helemaal niet kunnen zien) Deze werkelijkheid is een aanname. Maar wel een uiterst nuttige. Ze dient zoveel mogelijk gebaseerd te zijn op waarnemingen die onafhankelijk te zijn van de persoon die waarneemt, en dient dus voor allen die over de dezelfde middelen beschikken hetzelfde te zijn. En zelfs als ze verschillende middelen hanteren, dienen deze – alhoewel ze niet even exact hoeven te zijn – niet tegenstrijdig te zijn (tenzij men een theorie heeft die voorspelt dat ze juist tegenstrijdig móeten lijken).
In deze werkelijkheid zien we helemaal geen driedimensionale objecten, maar is onze kijk volledig gebaseerd op gebeurtenissen in onze retina! Het gevolg – zo nemen we aan – van de overdracht van energie van fotonen die haar treffen. Die werkelijkheid én onze aanname dat ze bestaat uit een aantal verhoudingsgewijs goed geteste theorema’s die wij vaak theorieën noemen, maar als wij over DE werkelijkheid spreken, nemen we doorgaans aan dat ze ook zonder ons zou bestaan. Iets wat niet helemaal klopt, maar voor een groot deel wel. Ook als een boom omvalt terwijl niemand dat hoort, veroorzaakt dat trillingen in de atmosfeer. Sommige zouden we kunnen horen als we dichtbij genoeg waren, sommige echter ook dan niet, en we zouden DIE trillingen doorgaans geen “geluid” noemen. Als een boom valt in het vacuüm, dan zijn er geen atmosferische trillingen, maar vrijwel altijd wel trillingen die een seismograaf zou kunnen opvangen.
Omdat slechts in theorie bestaat (en soms uit meerdere theorieën) wordt wel beweert dat DE werkelijkheid niet bestaat. In zekere zin is dat waar, de theorieën die overal en altijd kloppen met onze waarnemingen, zijn (nog) niet bekend, en de aangenomen werkelijkheid zou best eens een verkeerde aanname kunnen zijn. Misschien dat we dat (deels) ooit ontdekken, misschien ook niet.
Zo is het bestaan van een foton slechts een theoretische aanname gebaseerd op het feit dat we alles dat we in het dagelijks leven tegenkomen tot een kleinst mogelijke hoeveelheid kunnen terugbrengen. Elektromagnetische golven zijn een andere aanname gebaseerd op het feit dat we golven waarnemen in een hoeveelheid water die groot genoeg is, en die veel lijken op wat wij van elektromagnetisme waarnemen.
Wetenschappelijke theorieën zijn constructies die we gebruiken om gebeurtenissen te voorspellen. Als er meerdere zijn die tot dezelfde controleerbare voorspellingen leiden. Dan weten we niet welke we “De werkelijkheid” moeten noemen, maar kiezen doorgaans de simpelste.
Dit voor wat mijn beperkte visie op de aard van de werkelijkheid is
PS
Ook onze zintuigelijke werkelijkheid is een theorie. Alleen geen bewuste theorie. We leren haar onbewust zonder dat we er dus over hoeven – en zelfs maar kunnen - praten. Dat is het wellicht het enige verschil. En ja, ze is minder objectief, want ”ik zie ik zie wat jij niet ziet”.
De Zintuigelijke werkelijkheid.
De meeste mensen nemen aan dat de werkelijkheid datgene is dat ze kunnen zien, maar dat blijkt niet zo te zijn. Onze zintuigen construeren een staat in onze hersenen die correspondeert met wat we zien, maar dat is iets totaal anders dan bijvoorbeeld wat een camera vastlegt. Zelfs wetenschappers vergissen zich daarin en denken dat een camera enigszins hetzelfde doet als onze ogen. Dat doet zij geenszins. Een foto bevat wellicht meer pixels dan onze retina, maar interpreteert het beeld geenszins. Onze hersen doen dat wel. Zo stellen onze hersenen vast, wat boven en wat beneden is in het beeld, hebben een idee van afstand (door de verschillen tussen beide ogen) en controleren (met snelle oogbewegingen) interessante richtingen in het beeld, waar meer pixels voor nodig zijn dan de periferie van het oog kan waarnemen. Ook interpreteren ze het beeld als weergave van een 3-dimensionele werkelijkheid. Een deel daarvan moet aangeleerd worden, en wie blind geboren is en wiens zichtvermogen op latere leeftijd wordt hersteld (door een oogoperatie) leert dat nooit meer (zo goed als een kind).
Veel optische illusies zijn er dan ook het gevolg van dat we naar 2-dimensionale afbeeldingen kijken en visuele cortex dit interpreteert als een projectie van iets 3-dimensionaals. Maar ze interpreteert nog véél meer. Dat wij dit vaak goed klopt met de werkelijkheid, komt omdat we gewend zijn die interpretaties te gebruiken om dingen beet te pakken of om ergens naar toe te lopen. Dat hebben we als kind flink geoefend. Kleuren worden geïnterpreteerd en wel verschillend naar gelang de veronderstelde schaduwen. Als die schaduw er niet echt is, dan ontstaan weer andere illusies.
Andere zintuigen hebben weer andere eigenschappen, als wij er slechts één hadden, dan zouden we nauwelijks kunnen functioneren, (want geen vergelijkingsmateriaal hebben om het betreffende zintuig te toetsen), maar zo lang als wij er slechts één missen, kunnen we soms uitstekend uit de voeten en in sommige opzichten zelfs méér dan anderen. (Denk aan blinde musici of dove schilders)
Dat wat betreft de zintuigelijke werkelijkheid. Dat neemt niet weg dat het een zware handicap kan zijn.
De wetenschappelijke werkelijkheid
Deze is in veel opzichten anders. Daar komen allerlei zaken in voor die wij helemaal niet zintuigelijk waarnemen, zoals atomen en moleculen die zich niet in onze neus of mond bevinden. Die kunnen we wel ruiken soms in uiterst kleine hoeveelheden) of proeven. Daarin komen ook de bewegingen van hemellichamen voor, die wij slechts zeer beperkt of soms helemaal niet kunnen zien) Deze werkelijkheid is een aanname. Maar wel een uiterst nuttige. Ze dient zoveel mogelijk gebaseerd te zijn op waarnemingen die onafhankelijk te zijn van de persoon die waarneemt, en dient dus voor allen die over de dezelfde middelen beschikken hetzelfde te zijn. En zelfs als ze verschillende middelen hanteren, dienen deze – alhoewel ze niet even exact hoeven te zijn – niet tegenstrijdig te zijn (tenzij men een theorie heeft die voorspelt dat ze juist tegenstrijdig móeten lijken).
In deze werkelijkheid zien we helemaal geen driedimensionale objecten, maar is onze kijk volledig gebaseerd op gebeurtenissen in onze retina! Het gevolg – zo nemen we aan – van de overdracht van energie van fotonen die haar treffen. Die werkelijkheid én onze aanname dat ze bestaat uit een aantal verhoudingsgewijs goed geteste theorema’s die wij vaak theorieën noemen, maar als wij over DE werkelijkheid spreken, nemen we doorgaans aan dat ze ook zonder ons zou bestaan. Iets wat niet helemaal klopt, maar voor een groot deel wel. Ook als een boom omvalt terwijl niemand dat hoort, veroorzaakt dat trillingen in de atmosfeer. Sommige zouden we kunnen horen als we dichtbij genoeg waren, sommige echter ook dan niet, en we zouden DIE trillingen doorgaans geen “geluid” noemen. Als een boom valt in het vacuüm, dan zijn er geen atmosferische trillingen, maar vrijwel altijd wel trillingen die een seismograaf zou kunnen opvangen.
Omdat slechts in theorie bestaat (en soms uit meerdere theorieën) wordt wel beweert dat DE werkelijkheid niet bestaat. In zekere zin is dat waar, de theorieën die overal en altijd kloppen met onze waarnemingen, zijn (nog) niet bekend, en de aangenomen werkelijkheid zou best eens een verkeerde aanname kunnen zijn. Misschien dat we dat (deels) ooit ontdekken, misschien ook niet.
Zo is het bestaan van een foton slechts een theoretische aanname gebaseerd op het feit dat we alles dat we in het dagelijks leven tegenkomen tot een kleinst mogelijke hoeveelheid kunnen terugbrengen. Elektromagnetische golven zijn een andere aanname gebaseerd op het feit dat we golven waarnemen in een hoeveelheid water die groot genoeg is, en die veel lijken op wat wij van elektromagnetisme waarnemen.
Wetenschappelijke theorieën zijn constructies die we gebruiken om gebeurtenissen te voorspellen. Als er meerdere zijn die tot dezelfde controleerbare voorspellingen leiden. Dan weten we niet welke we “De werkelijkheid” moeten noemen, maar kiezen doorgaans de simpelste.
Dit voor wat mijn beperkte visie op de aard van de werkelijkheid is
PS
Ook onze zintuigelijke werkelijkheid is een theorie. Alleen geen bewuste theorie. We leren haar onbewust zonder dat we er dus over hoeven – en zelfs maar kunnen - praten. Dat is het wellicht het enige verschil. En ja, ze is minder objectief, want ”ik zie ik zie wat jij niet ziet”.