Het morele instinct
Geplaatst: 16 jul 2022 21:00
Het morele instinct
Het boek met de titel “het morele instinct” van Jan Verplaetse gaat (ondermeer) in op hoe Verplaetse de invulling van moraal ziet en hoe Kant dit ziet.
De bezwaren van Verplaetse op de ethiek van Kant is dat deze absoluut is, en geen bezwaren toestaan. Op zich geeft Verplaetse wel aan dat het voordeel van de ethiek van Kant is dat je dan ethische regels goed kunt toetsen. (Blz 262)
Verplaetse opteert meer voor een praktische benadering, ethische regels die aangepast kunnen worden aan de omstandigheden, de klassieke rechtvaardigheidstoets uitgebreid naar de ethiek. (Blz 262)
“Niemand gaat voor morele beginselen de straat op omdat ze beantwoorden aan de categorische imperatief, maar omwille van de strijd tegen het onrecht en de hoop op een gelukkiger bestaan”. (Blz. 285)
Maar dan moet je dus voor lief nemen dat jouw ethische regels niet helemaal of niet goed toetsbaar zijn.
Een punt van Kant is dat je doelen, als je niet de morele wet als doel hebt, overgeleverd zijn aan de empirische wereld van natuurnoodzakelijkheid. De doelen zijn willekeurig, en relatief, en je bent gedetermineerd om op acties te reageren, en als reactie weer acties te beginnen zonder vrijheid, zonder iets anders dan tijdelijke voldoening of frustratie. Volgens Verplaetse garandeert de samenleving dat doelen niet volkomen willekeurig zijn (Blz 276) maar ik zie niet in hoe de doelen van een samenleving anders dan willekeurig zijn, alleen iets meer gestructureerd naar algemeen geldende behoeften, maar nog steeds lokaal en cultureel.
Ik begrijp wel dat een ethiek, of morele regels waarvoor geen consensus is het niet gaat redden. Bij Kant gaat het om regels die uit principe altijd gelden. Ook al beantwoordt een cultuur of samenleving niet aan die principes, of doe je dat als individu niet.
Volgens Verplaetse hebben we wel diverse mogelijkheden om ethiek, of morele regels (ethische regels) te toetsen. Dat zijn de morele beginselen.(Blz 264/265)
1) Vrijheidsbeginsel
2) Schadebeginsel
3) Gelijkheidsbeginsel
4) Rechtvaardigheidsbeginsel
5) Legaliteitsbeginsel
6) Multiculturaliteitsbeginsel
7) Duurzaamheid
8) Openbaarheid van bestuur
9) Fair play
5-9 zijn specifiek, 1-4 algemeen.
Dus ben je met uitzonderingen op regels wel toetsbaar? De beginselen zijn principes, en die zouden altijd moeten gelden. Dus voor uitzonderingen is geen ruimte. Men kan hoogstens niet goed kunnen bepalen of voldaan wordt aan het beginsel, en het beginsel van voordeel van de twijfel laten gelden. Dat is dan ook het enigste.
Voor de absolute morele wet van Kant geldt ook dat het soms niet te bepalen is of voldaan is of niet aan de morele wet. Dit gaat ook op basis van intentie, die niet erg makkelijk te bepalen is door externen.
Ik concludeer dat Verplaetse zich meer richt op de mogelijkheden van een ethiek in de praktijk van de samenleving, terwijl voor Kant ethiek een zaak is van het individu, individuele intenties gericht op principes. Persoonlijk denk ik dat als de intenties niet goed zijn, de samenleving niet goed kan zijn.
De morele wet bij Kant is zodanig dat schending van de morele beginselen nooit gerechtvaardigd kan worden. Dat lijkt ook haar kracht, want dan is ze een uitstekend ijkpunt of een goede toetssteen.
Ik denk echter dat er een beginsel is dat volgt uit de onmogelijkheid van absoluut weten van de toedracht, het voordeel van de twijfel dus, dat rechtvaardigt dat de morele beginselen geschonden lijken te worden. We weten het niet zeker. Het zou kunnen, of het zou niet kunnen. De exacte intentie van iemand is onbekend of onbepaald. Die onwetendheid rechtvaardigt een mogelijke schending van de morele beginselen.
Nog steeds is een echte schending niet te rechtvaardigen, maar het kan een schending lijken, en dat we het gewoon niet weten.
Je moet dus soms dingen door de vingers zien, vanuit het beginsel van voordeel van de twijfel.
Dat is alle plasticiteit die de morele wet heeft. Vandaar uit kan je uitzonderingen soms door de vingers zien. Zoals het neerhalen van een vliegtuig van zelfmoordterroristen met onschuldige passagiers aan boord (voorbeeld Verplaetse). Je kunt hier geen wet van maken, maar als het gebeurt is misschien niet te bepalen of de intentie er was om de morele beginselen te schenden van de morele wet.
Het boek met de titel “het morele instinct” van Jan Verplaetse gaat (ondermeer) in op hoe Verplaetse de invulling van moraal ziet en hoe Kant dit ziet.
De bezwaren van Verplaetse op de ethiek van Kant is dat deze absoluut is, en geen bezwaren toestaan. Op zich geeft Verplaetse wel aan dat het voordeel van de ethiek van Kant is dat je dan ethische regels goed kunt toetsen. (Blz 262)
Verplaetse opteert meer voor een praktische benadering, ethische regels die aangepast kunnen worden aan de omstandigheden, de klassieke rechtvaardigheidstoets uitgebreid naar de ethiek. (Blz 262)
“Niemand gaat voor morele beginselen de straat op omdat ze beantwoorden aan de categorische imperatief, maar omwille van de strijd tegen het onrecht en de hoop op een gelukkiger bestaan”. (Blz. 285)
Maar dan moet je dus voor lief nemen dat jouw ethische regels niet helemaal of niet goed toetsbaar zijn.
Een punt van Kant is dat je doelen, als je niet de morele wet als doel hebt, overgeleverd zijn aan de empirische wereld van natuurnoodzakelijkheid. De doelen zijn willekeurig, en relatief, en je bent gedetermineerd om op acties te reageren, en als reactie weer acties te beginnen zonder vrijheid, zonder iets anders dan tijdelijke voldoening of frustratie. Volgens Verplaetse garandeert de samenleving dat doelen niet volkomen willekeurig zijn (Blz 276) maar ik zie niet in hoe de doelen van een samenleving anders dan willekeurig zijn, alleen iets meer gestructureerd naar algemeen geldende behoeften, maar nog steeds lokaal en cultureel.
Ik begrijp wel dat een ethiek, of morele regels waarvoor geen consensus is het niet gaat redden. Bij Kant gaat het om regels die uit principe altijd gelden. Ook al beantwoordt een cultuur of samenleving niet aan die principes, of doe je dat als individu niet.
Volgens Verplaetse hebben we wel diverse mogelijkheden om ethiek, of morele regels (ethische regels) te toetsen. Dat zijn de morele beginselen.(Blz 264/265)
1) Vrijheidsbeginsel
2) Schadebeginsel
3) Gelijkheidsbeginsel
4) Rechtvaardigheidsbeginsel
5) Legaliteitsbeginsel
6) Multiculturaliteitsbeginsel
7) Duurzaamheid
8) Openbaarheid van bestuur
9) Fair play
5-9 zijn specifiek, 1-4 algemeen.
Dus ben je met uitzonderingen op regels wel toetsbaar? De beginselen zijn principes, en die zouden altijd moeten gelden. Dus voor uitzonderingen is geen ruimte. Men kan hoogstens niet goed kunnen bepalen of voldaan wordt aan het beginsel, en het beginsel van voordeel van de twijfel laten gelden. Dat is dan ook het enigste.
Voor de absolute morele wet van Kant geldt ook dat het soms niet te bepalen is of voldaan is of niet aan de morele wet. Dit gaat ook op basis van intentie, die niet erg makkelijk te bepalen is door externen.
Ik concludeer dat Verplaetse zich meer richt op de mogelijkheden van een ethiek in de praktijk van de samenleving, terwijl voor Kant ethiek een zaak is van het individu, individuele intenties gericht op principes. Persoonlijk denk ik dat als de intenties niet goed zijn, de samenleving niet goed kan zijn.
De morele wet bij Kant is zodanig dat schending van de morele beginselen nooit gerechtvaardigd kan worden. Dat lijkt ook haar kracht, want dan is ze een uitstekend ijkpunt of een goede toetssteen.
Ik denk echter dat er een beginsel is dat volgt uit de onmogelijkheid van absoluut weten van de toedracht, het voordeel van de twijfel dus, dat rechtvaardigt dat de morele beginselen geschonden lijken te worden. We weten het niet zeker. Het zou kunnen, of het zou niet kunnen. De exacte intentie van iemand is onbekend of onbepaald. Die onwetendheid rechtvaardigt een mogelijke schending van de morele beginselen.
Nog steeds is een echte schending niet te rechtvaardigen, maar het kan een schending lijken, en dat we het gewoon niet weten.
Je moet dus soms dingen door de vingers zien, vanuit het beginsel van voordeel van de twijfel.
Dat is alle plasticiteit die de morele wet heeft. Vandaar uit kan je uitzonderingen soms door de vingers zien. Zoals het neerhalen van een vliegtuig van zelfmoordterroristen met onschuldige passagiers aan boord (voorbeeld Verplaetse). Je kunt hier geen wet van maken, maar als het gebeurt is misschien niet te bepalen of de intentie er was om de morele beginselen te schenden van de morele wet.