Mullog schreef: ↑01 jan 2025 14:50
ChaimNimsky schreef: ↑31 dec 2024 21:40
...
De Joden assimileren meer dan gemiddeld goed met de bevolking, maar vanwege hun succes worden ze vervolgens vaak de dupe.
...
Dat van afgunst op succes zou kunnen.
Ja, afgunst vanwege het algemene Joodse succes en de daaruit voortvloeiende beperkingen en vaak ook vervolgingen. Historische voorbeelden zijn er ten overvloede (waarvan er - zoals je hebt gelezen - enkelen
hier zijn opgesomd).
Wat ik van mijn reizen door islamitisch midden oosten herinner is dat er veel historische joodse wijken zijn. Dat geldt ook voor Europa. Assimilatie die zich uit in joodse religieuze en culturele enclaves in steden?
De Joodse wijken dienden juist om de Joden vanwege hun succes te beschermen tegen het heersende antisemitisme, zoals hier in Andalucia, bijv. in Sevilla (Santa Cruz), die werd ommuurd om de sucesvolle gemeenschap te beschermen tijdens onrust en pogroms in christelijke en islamitische periodes, of in Cordoba, waar tijdens de islamitische heerschappij de ommuurde Joodse wijk veiligheid bood voor de welvarende Joodse gemeenschap, of in Granada, waar de Moren de economisch bloeiende Joodse gemeenschappen beschermden tegen vijandige groepen. Hetzelfde geldt voor Marokko, hier aan de andere kant van de Straat van Gibraltar, waar bijv. in Fez de Mellah - de Joodse wijk - was ommuurd om de prosperende Joodse gemeenschap te beschermen. Maar eveneens werd in Amsterdam de Joodse wijk vanaf de 17e eeuw beschouwd als een veilige haven voor Joden, waar deze een belangrijk centrum van Joodse handel, wetenschap, cultuur, bankwezen en maritieme industrie werd, en de Joden aanzienlijke economische, wetenschappelijke en filosofische successen behaalden met gemeenschappen Joodse intellectuelen, zoals de filosoof Baroech Spinoza. Ook in amsterdan stonden de Joodse gemeenschappen bekend om hun welvaart en invloed, wat hen kwetsbaar maakte voor antisemitisme, zoals wel blijkt uit de latere geschiedenis van de stad, waar de Joden werden uitgesloten van machtsposities, ambtenarenposten, geen lid meer mochten worden van gildes, beperkingen kregen opgelegd bij het bezit van grond en werden geconfronteerd met sociale uitsluiting door anti-Joodse sentimenten, maar waar ze ondanks deze sociale en politieke obstakels succesvol bleven in de handel, wetenschappen, kunst, en vervolgens - juist vanwege de uitsluiting - een cruciale rol in de bloei van de diamantindustrie speelden, waar Joodse handelaren en vaklieden de diamantbewerking naar grote hoogtes brachten.
In de meeste christelijke delen van Europa werden Joodse wijken - zoals de ghettos in steden als Venetië en Rome, waar in 1555 paus Paulus IV het Romeinse ghetto stichtte - daarentegen vaak opgezet om de Joodse bevolking te beperken en te controleren, vooral omdat ze economisch vaak succesvol waren en zich goed hadden geïntegreerd. Deze wijken werden gebruikt om de Joden vervolgens fysiek van de rest van de samenleving te scheiden en tegelijkertijd hun invloed en welvaart te reguleren, zoals in Italië, waar Joden werden gedwongen binnen te blijven en onder strenge beperkingen te leven, of in Duitsland, waar in de bekende Judengasse - een overbevolkte, afgesloten Joodse wijk - de muren de Joden beperkten en ze eenvoudiger konden worden vervolgd met pogroms, of in Bohemen en Moravië, waar de Joden florerende en geassimileerde Joden in wijken moesten leven die werden afgesloten om ze te controleren en te marginaliseren. Dat was ook het geval in het toendertijd christelijke Barcelona, waar de Joden die in steden zoals Barcelona woonden, goed geïntegreerd waren en floreerden in verschillende sectoren zoals handel, wetenschap en financiën en aanzienlijke invloed hadden verworven en welvaart hadden bereikt, maar vervolgens sociale beperkingen kregen opgelegd om uiteindelijk te worden geconfronteerd met ghettos zoals de "Call" - de Joodse wijk in middeleeuws Spanje - waar ommuurde wijken werden gebruikt om de Joden binnen te sluiten, zodat ze konden worden aangevallen, zoals tijdens de pogroms in 1391. In Polen gebeurde precies hetzelfde, toen de florerende Joodse gemeenschap in de 15e eeuw werd gedwongen te verhuizen naar Kazimierz, waar de muren hen gescheiden hielden van de christelijke bevolking. Etc., etc., etc.
Maar ik heb een joodse schrijver een keer horen vertellen dat de joodse religie vooral een discussie met God is. En dat lees je in het oude testament terug (gemakshalve ga ik er even vanuit dat het OT en de Tora praktisch gezien gelijk zijn).
Allereerst is het Christelijke Oude Testament niet slechts de Torah, maar de T'NaCH, wat de
Torah (de wet, de richtlijn),
Nevi'iem (de profeten) en de
K'toeviem (de Geschriften) omvat (de
K in כתובים heeft zonder een dagesj de uitspraak "
Ch", vandaar:
T'
Na
CH).
Mijn beeld van de geschiedenis is dat men niet alleen met God in discussie gaat maar met alles en iedereen. En dat daar de nodige irritaties door ontstaan...
Het christelijke Nieuwe testament is gebaseerd op bijeengeraapte citaten uit de T'NaCH die niets met de messias van doen hebben en vervolgens kunstmatig op Jezus werden toegepast, waarna ze door de christenen als "messiaans" werden omgedoopt (
hier ga ik daar zeer uitgebreid op in). Iedere Jood die de T'NaCH in het Hebreeuws en Aramees leest, weet dat. Vandaar dat bekering onder de Joden nooit succesvol is geweest en er een beroep werd gedaan op geweld of emoties om Joden te bekeren. Maar de Kruistochten, de Inquisitie, de vervolgingen in de Middeleeuwen, de Pogroms in Oost-Europa, de verbanning van Joden uit christelijke landen zoals in Engeland, Frankrijk en Spanje, waar de katholieke monarchen hen het land uitzetten tijdens de Reconquista en de vele andere maatregelen tegen de Joden, laten zien dat het voor Joden riskant was om zich in debatten te mengen betreffende de T'NaCH, en het contact met christenen beter kon worden vermeden. Deze oude richtlijn is sterk verbonden met de historische context van geweld en vervolging die Joden hebben ervaren. Vandaar dat Benjamin Disraeli zei: "
De Joden zijn een zenuwachtig volk. Negentien eeuwen van christelijke liefde hebben hun tol geëist."
In de religieus joodse traditie staan het debat en de discussie inderdaad centraal, maar dit gebeurt niet met "alles en iedereen", maar eerder in de context van een diepe betrokkenheid bij ethische kwesties binnen de religieuze gemeenschap. Het idee van "discussie met God" komt uit de joodse traditie van "midrasj" en "chavroet'a" (gezamenlijke studie; letterlijk "vriendschap" of "gezelschap"), waarbij het vragen stellen en discussiëren een manier van leren en groei is. Dit betreft een intellectuele benadering, waarbij men voortdurend zoekt naar betekenis en begrip. Het heeft niets te maken met een houding van conflict met "alles en iedereen", maar met het streven naar verdieping. Voor Maimonides moest men wetenschap telkens voorop stellen; zelfs waar het religieuze zaken betrof. Vandaar dat Joden als Spinoza, Moses Mendelssohn - invloedrijk in de westerse filosofie en een van de grondleggers van de Verlichting - vaak verworpen werden vanwege hun religieuze bijdragen.
... die gevoed door het eerder genoemde succes tot antisemitisme leidt.
Antisemitisme heeft zijn wortels in lange, historische onverdraagzaamheid en vooroordelen, vaak geworteld in religieuze, economische of culturele vijandigheid, inderdaad vaak als reactie op de successen hiermee van de kleine Joodse minderheid.