Wanneer het brein faalt, komt het Licht door: over het scintillerend scotoom
Geplaatst: 31 mar 2026 15:21
Ik wil het hebben over iets dat mij persoonlijk is overkomen en dat ik pas achteraf op waarde ben gaan schatten. Een paar maanden geleden had ik een oogmigraine, een migraine waarbij je geen hoofdpijn krijgt maar wél visuele verschijnselen ziet die normaal aan een migraine-aanval voorafgaan. Artsen noemen die visuele verschijnselen een "aura": tijdelijke lichtpatronen, zigzaglijnen of fonkelingen in je gezichtsveld, veroorzaakt door een verstoring in de hersenschors. Wat ik zag was fonkelend wit licht met regenboogachtige kleuraspecten. Het schitterde, het bewoog, het was prachtig. Mijn eerste reactie was niet paniek maar verwondering. Het was simpelweg mooi. Het gaf een goed gevoel.
Pas later besefte ik dat wat ik ervoer klinisch goed gedocumenteerd is, en dat het een verrassend sterk argument bevat tegen het idee dat ons brein bewustzijn produceert.
De Berlijnse casus: drie weken schitterend licht bij een stervende cortex
In 2008 publiceerden Klingebiel, Friedman, Shelef en Dreier, vanuit de Charité in Berlijn, een opmerkelijke casus in het *Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry*. Een patiënt had een ernstige vernauwing van de halsslagader (de arteria carotis interna, een van de twee grote slagaders in de hals die bloed naar de hersenen pompen). Door die vernauwing, door artsen "stenose" genoemd, kreeg de visuele hersenschors (het deel van het brein dat beelden verwerkt, achterin je hoofd) structureel te weinig bloed. Die toestand van bloedtekort heet "ischemie": het weefsel leeft nog, maar krijgt onvoldoende zuurstof en brandstof om normaal te functioneren.
Het gevolg: drie weken lang, dagelijks, terugkerende scintillerende aura's. Schitterende lichtpatronen in het gezichtsveld, continu, zonder ophouden. "Scintillerend scotoom" is de medische term. "Scotoom" betekent een vlek in het gezichtsveld. "Scintillerend" betekent dat die vlek niet donker is maar fonkelt, schittert, flikkert.
De MRI-scan, een gedetailleerde hersenscan, toonde aan dat er daadwerkelijk hersenweefsel aan het afsterven was: wijdverspreide "laminaire corticale infarcten." Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent simpelweg dat de meest kwetsbare laag van de hersenschors het begaf door het bloedtekort. Dit waren geen denkbeeldige klachten. Er was meetbare, zichtbare weefselschade.
En toen werd de patiënt geopereerd. De chirurg opende de halsslagader en verwijderde de vettige plaque die de vernauwing veroorzaakte, een procedure die "endarteriëctomie" heet. De bloedtoevoer naar het brein werd hersteld. Op dat moment, abrupt, niet geleidelijk, stopten alle schitterende aura's.
Minder bloed naar het brein betekende meer licht in de ervaring. Bloed hersteld betekende dat het licht stopte. De senior auteur, Jens Dreier, is een van de wereldexperts op het gebied van wat neurowetenschappers "spreading depolarization" noemen, een langzaam kruipende golf van elektrische uitval die over de hersenschors rolt en die aan de migraine-aura ten grondslag ligt.
De Deense studie: bloedtekort veroorzaakt de aura, niet andersom.
Nog sterker is een eerdere studie van Olesen en collega's, gepubliceerd in 1993 in "Brain" , een van de meest prestigieuze neurologische tijdschriften ter wereld. Ze onderzochten vijftien patiënten bij wie het onduidelijk was of de ischemie (het bloedtekort) de migraine-aura veroorzaakte, of dat het omgekeerd was, dat de migraine het bloedtekort veroorzaakte.
Drie van die patiënten hadden een maand lang dagelijkse aura-aanvallen. Elke dag opnieuw fonkelende lichtpatronen. Bij hen werd een ernstige vernauwing of volledige afsluiting van de halsslagader vastgesteld, mét objectief verminderde hersendoorbloeding, gemeten met functionele beeldvorming. Het brein kreeg aantoonbaar te weinig bloed. En in die toestand produceerde het dagelijks schitterend licht.
Vier andere patiënten hadden nooit eerder migraine gehad. Geen voorgeschiedenis, geen familiegeschiedenis, helemaal niets. En toch ervoeren zij voor het eerst in hun leven een schitterende aura, precies op het moment van een ischemisch event, het moment waarop een bloedstolsel of embolie de bloedtoevoer naar hun brein verder beperkte.
Olesen's conclusie, en die staat in de titel van het artikel, is provocatief: "Ischemie-geïnduceerde migraine-aanvallen zijn mogelijk frequenter dan migraine-geïnduceerde ischemische insulten." Vertaald naar gewone taal: het is niet de migraine die het bloedtekort veroorzaakt. Het is het bloedtekort dat het schitterende licht veroorzaakt.
Twee soorten uitval, twee tegengestelde ervaringen
En hier komt het filosofisch interessante punt. Want er bestáát een toestand waarin bloedtekort wél tot donkerte leidt. Die heet "amaurosis fugax", Latijn voor "vluchtige verduistering." Wat daar gebeurt: een embolie (een losgeslagen stukje plaque of bloedstolsel) schiet vanuit de halsslagader in de slagader die het netvlies voedt en blokkeert die. Het netvlies, het lichtgevoelige vlies achterin het oog en de "camera" van je visueel systeem, krijgt geen bloed meer en valt uit. Maar de hersenschors is volkomen intact.
En wat ervaart de patiënt? Donkerte. Een "zwart gordijn dat neerdaalt" over het gezichtsveld. Dimmen, wazig worden, zwart. Zo'n 50.000 gevallen per jaar alleen al in de VS.
Maar let op het verschil:
Bij amaurosis fugax is het oog uitgevallen, maar de hersenschors is intact. Resultaat: donkerte.
Bij het ischemische scintillerend scotoom is de hersenschors uitgevallen, maar het oog werkt nog. Resultaat: schitterend licht.
Twee vormen van bloedtekort. Twee tegengestelde uitkomsten. En de vraag is: als de hersenschors het orgaan is dat visuele ervaring *produceert*, zoals de gangbare neurowetenschappelijke opvatting stelt, waarom produceert een falende cortex dan niet minder visuele ervaring, maar meer? Waarom niet donkerte, maar schittering?
Een fabriek zonder stroom maakt geen producten. Een televisie die uitvalt wordt zwart, niet mooier. Een computer die crasht toont geen schitterender beelden.
Maar een filter die scheurt, een gordijn dat rafelt, een dam die breekt, laat wél meer door. Niet minder, maar meer. En wat er doorkomt is niet ruis of rommel, maar iets dat patiënten door de eeuwen heen beschrijven als "gorgeously coloured" (Airy, 1870), "brilliant luminous yellow" (Mackenzie), en dat de middeleeuwse mystica Hildegard von Bingen interpreteerde als goddelijk visioen, wat neuroloog Charles Singer een eeuw later herkende als migraine-aura.
De filtertheorie
De filter- of transmissietheorie van bewustzijn, geformuleerd door Henri Bergson (1896), William James (1898), Aldous Huxley (1954), en recent verder uitgewerkt door onder meer Bernardo Kastrup, stelt dat het brein bewustzijn niet produceert maar filtert. Het brein is geen fabriek maar een reduceerventiel: het beperkt een breder veld van bewuste ervaring tot wat biologisch nuttig is voor overleven.
Als dat klopt, voorspelt de theorie precies wat we zien. Wanneer het oog uitvalt, sluit de toegangspoort voor fysiek licht. Het resultaat is donkerte, logisch, want het externe licht kan niet meer binnenkomen en de intacte filter houdt al het overige tegen. Wanneer de cortex uitvalt, scheurt de filter zelf. En wat er doorkomt is niet het externe licht van het netvlies, want de scintillaties zijn er ook met gesloten ogen. Het is iets dat de intacte cortex normaal absorbeert, en dat nu doorbreekt.
De donkerte van een falend oog is de donkerte van een gesloten raam.
Het licht van een falende cortex is het licht van een brekende dam.
Ik zag dat licht. Het was schoon. Het was fonkelend wit met regenboogkleuren. Het was niet bedreigend, niet chaotisch, niet "ruis." Het was mooi. En het kwam van binnenuit, niet van buiten.
Referenties:
Klingebiel, R., Friedman, A., Shelef, I., & Dreier, J.P. (2008). Clearance of a status aurae migraenalis in response to thrombendarterectomy in a patient with high grade internal carotid artery stenosis. *JNNP*, 79(1), 89–90.
Olesen, J., Friberg, L., Olsen, T.S., et al. (1993). Ischaemia-induced (symptomatic) migraine attacks may be more frequent than migraine-induced ischaemic insults. *Brain*, 116(1), 187–202.
Biousse, V., Touboul, P.J., et al. (1998). Ophthalmologic manifestations of internal carotid artery dissection. *American Journal of Ophthalmology*, 126(4), 565–577.
Streifler, J.Y., et al. (2001). Prognosis after transient monocular blindness associated with carotid-artery stenosis. *NEJM*, 345(15), 1084–1090.
Kondziella, D., Olsen, M.H., Lemale, C.L., & Dreier, J.P. (2019). Migraine aura, a predictor of near-death experiences in a crowdsourced study. *PeerJ*, 7, e8202.
Pas later besefte ik dat wat ik ervoer klinisch goed gedocumenteerd is, en dat het een verrassend sterk argument bevat tegen het idee dat ons brein bewustzijn produceert.
De Berlijnse casus: drie weken schitterend licht bij een stervende cortex
In 2008 publiceerden Klingebiel, Friedman, Shelef en Dreier, vanuit de Charité in Berlijn, een opmerkelijke casus in het *Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry*. Een patiënt had een ernstige vernauwing van de halsslagader (de arteria carotis interna, een van de twee grote slagaders in de hals die bloed naar de hersenen pompen). Door die vernauwing, door artsen "stenose" genoemd, kreeg de visuele hersenschors (het deel van het brein dat beelden verwerkt, achterin je hoofd) structureel te weinig bloed. Die toestand van bloedtekort heet "ischemie": het weefsel leeft nog, maar krijgt onvoldoende zuurstof en brandstof om normaal te functioneren.
Het gevolg: drie weken lang, dagelijks, terugkerende scintillerende aura's. Schitterende lichtpatronen in het gezichtsveld, continu, zonder ophouden. "Scintillerend scotoom" is de medische term. "Scotoom" betekent een vlek in het gezichtsveld. "Scintillerend" betekent dat die vlek niet donker is maar fonkelt, schittert, flikkert.
De MRI-scan, een gedetailleerde hersenscan, toonde aan dat er daadwerkelijk hersenweefsel aan het afsterven was: wijdverspreide "laminaire corticale infarcten." Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent simpelweg dat de meest kwetsbare laag van de hersenschors het begaf door het bloedtekort. Dit waren geen denkbeeldige klachten. Er was meetbare, zichtbare weefselschade.
En toen werd de patiënt geopereerd. De chirurg opende de halsslagader en verwijderde de vettige plaque die de vernauwing veroorzaakte, een procedure die "endarteriëctomie" heet. De bloedtoevoer naar het brein werd hersteld. Op dat moment, abrupt, niet geleidelijk, stopten alle schitterende aura's.
Minder bloed naar het brein betekende meer licht in de ervaring. Bloed hersteld betekende dat het licht stopte. De senior auteur, Jens Dreier, is een van de wereldexperts op het gebied van wat neurowetenschappers "spreading depolarization" noemen, een langzaam kruipende golf van elektrische uitval die over de hersenschors rolt en die aan de migraine-aura ten grondslag ligt.
De Deense studie: bloedtekort veroorzaakt de aura, niet andersom.
Nog sterker is een eerdere studie van Olesen en collega's, gepubliceerd in 1993 in "Brain" , een van de meest prestigieuze neurologische tijdschriften ter wereld. Ze onderzochten vijftien patiënten bij wie het onduidelijk was of de ischemie (het bloedtekort) de migraine-aura veroorzaakte, of dat het omgekeerd was, dat de migraine het bloedtekort veroorzaakte.
Drie van die patiënten hadden een maand lang dagelijkse aura-aanvallen. Elke dag opnieuw fonkelende lichtpatronen. Bij hen werd een ernstige vernauwing of volledige afsluiting van de halsslagader vastgesteld, mét objectief verminderde hersendoorbloeding, gemeten met functionele beeldvorming. Het brein kreeg aantoonbaar te weinig bloed. En in die toestand produceerde het dagelijks schitterend licht.
Vier andere patiënten hadden nooit eerder migraine gehad. Geen voorgeschiedenis, geen familiegeschiedenis, helemaal niets. En toch ervoeren zij voor het eerst in hun leven een schitterende aura, precies op het moment van een ischemisch event, het moment waarop een bloedstolsel of embolie de bloedtoevoer naar hun brein verder beperkte.
Olesen's conclusie, en die staat in de titel van het artikel, is provocatief: "Ischemie-geïnduceerde migraine-aanvallen zijn mogelijk frequenter dan migraine-geïnduceerde ischemische insulten." Vertaald naar gewone taal: het is niet de migraine die het bloedtekort veroorzaakt. Het is het bloedtekort dat het schitterende licht veroorzaakt.
Twee soorten uitval, twee tegengestelde ervaringen
En hier komt het filosofisch interessante punt. Want er bestáát een toestand waarin bloedtekort wél tot donkerte leidt. Die heet "amaurosis fugax", Latijn voor "vluchtige verduistering." Wat daar gebeurt: een embolie (een losgeslagen stukje plaque of bloedstolsel) schiet vanuit de halsslagader in de slagader die het netvlies voedt en blokkeert die. Het netvlies, het lichtgevoelige vlies achterin het oog en de "camera" van je visueel systeem, krijgt geen bloed meer en valt uit. Maar de hersenschors is volkomen intact.
En wat ervaart de patiënt? Donkerte. Een "zwart gordijn dat neerdaalt" over het gezichtsveld. Dimmen, wazig worden, zwart. Zo'n 50.000 gevallen per jaar alleen al in de VS.
Maar let op het verschil:
Bij amaurosis fugax is het oog uitgevallen, maar de hersenschors is intact. Resultaat: donkerte.
Bij het ischemische scintillerend scotoom is de hersenschors uitgevallen, maar het oog werkt nog. Resultaat: schitterend licht.
Twee vormen van bloedtekort. Twee tegengestelde uitkomsten. En de vraag is: als de hersenschors het orgaan is dat visuele ervaring *produceert*, zoals de gangbare neurowetenschappelijke opvatting stelt, waarom produceert een falende cortex dan niet minder visuele ervaring, maar meer? Waarom niet donkerte, maar schittering?
Een fabriek zonder stroom maakt geen producten. Een televisie die uitvalt wordt zwart, niet mooier. Een computer die crasht toont geen schitterender beelden.
Maar een filter die scheurt, een gordijn dat rafelt, een dam die breekt, laat wél meer door. Niet minder, maar meer. En wat er doorkomt is niet ruis of rommel, maar iets dat patiënten door de eeuwen heen beschrijven als "gorgeously coloured" (Airy, 1870), "brilliant luminous yellow" (Mackenzie), en dat de middeleeuwse mystica Hildegard von Bingen interpreteerde als goddelijk visioen, wat neuroloog Charles Singer een eeuw later herkende als migraine-aura.
De filtertheorie
De filter- of transmissietheorie van bewustzijn, geformuleerd door Henri Bergson (1896), William James (1898), Aldous Huxley (1954), en recent verder uitgewerkt door onder meer Bernardo Kastrup, stelt dat het brein bewustzijn niet produceert maar filtert. Het brein is geen fabriek maar een reduceerventiel: het beperkt een breder veld van bewuste ervaring tot wat biologisch nuttig is voor overleven.
Als dat klopt, voorspelt de theorie precies wat we zien. Wanneer het oog uitvalt, sluit de toegangspoort voor fysiek licht. Het resultaat is donkerte, logisch, want het externe licht kan niet meer binnenkomen en de intacte filter houdt al het overige tegen. Wanneer de cortex uitvalt, scheurt de filter zelf. En wat er doorkomt is niet het externe licht van het netvlies, want de scintillaties zijn er ook met gesloten ogen. Het is iets dat de intacte cortex normaal absorbeert, en dat nu doorbreekt.
De donkerte van een falend oog is de donkerte van een gesloten raam.
Het licht van een falende cortex is het licht van een brekende dam.
Ik zag dat licht. Het was schoon. Het was fonkelend wit met regenboogkleuren. Het was niet bedreigend, niet chaotisch, niet "ruis." Het was mooi. En het kwam van binnenuit, niet van buiten.
Referenties:
Klingebiel, R., Friedman, A., Shelef, I., & Dreier, J.P. (2008). Clearance of a status aurae migraenalis in response to thrombendarterectomy in a patient with high grade internal carotid artery stenosis. *JNNP*, 79(1), 89–90.
Olesen, J., Friberg, L., Olsen, T.S., et al. (1993). Ischaemia-induced (symptomatic) migraine attacks may be more frequent than migraine-induced ischaemic insults. *Brain*, 116(1), 187–202.
Biousse, V., Touboul, P.J., et al. (1998). Ophthalmologic manifestations of internal carotid artery dissection. *American Journal of Ophthalmology*, 126(4), 565–577.
Streifler, J.Y., et al. (2001). Prognosis after transient monocular blindness associated with carotid-artery stenosis. *NEJM*, 345(15), 1084–1090.
Kondziella, D., Olsen, M.H., Lemale, C.L., & Dreier, J.P. (2019). Migraine aura, a predictor of near-death experiences in a crowdsourced study. *PeerJ*, 7, e8202.