Geloof schreef:Een mens heeft honger, er is zoiets als eten.
Een mens heeft dorst, er is zoiets als drinken
Een mens heeft lust, er is zoiets als seks
Een mens heeft behoefte aan een God, er is zoiets als God.
Wat voor andere logische verklaring zou ervoor kunnen zijn?
Honger, ja, kun je zonder eten, nee
Dorst, ja, kun je zonder drinken, nee
Lust, ja, kun je zonder bevrediging van die lust? nee
Behoefte aan God, nee, kun je zonder God? ja
Het laatste kun je dus niet generaliseren, want niet ieder mens heeft behoefte aan God, en er zijn heel wat mensen die heel goed zonder kunnen. Dus God is geen levensbehoefte.
Wat God dan wel is. God is de invulling van de zaken die niet gekend zijn. Vroeger was dat de donder en de bliksem, de aardbevingen en de overstromingen, de stormen en de ziektes.
Nu hebben we veel van die 'zaken van God' kunnen verklaren, maar lang nog niet alles. Nog steeds zijn er openingen in ons weten, die nog niet ingevuld zijn met feiten en verklaringen. Daarom leeft God nog. Hoewel hij voor velen al gestorven is. Die nemen die gaten op de koop toe, en hoeven daar geen verklaring voor. Als die verklaring ooit komt, is dat prima meegenomen. Komt die niet, dan gaan we er gewoon van uit dat de mens nu eenmaal niet alles kan weten. Hier heb je geen God voor nodig.
God zijn CV is ook niet zo geweldig, dus veel mensen kunnen niet (meer) in hem geloven omdat hun verstand hen vertelt dat het een zeer onzinnige veronderstelling is. De waarschijnlijkheid dat er een God bestaat is zo miniem, dat God geen grond meer heeft om te bestaan. Hiervoor hoef je alleen maar de bijbel te lezen, en vooral ook de onstaansgeschiedenissen van de religies en de bijbel te onderzoeken, dan zie je dat er helemaal geen sprake is van een woord van god, maar een verzameling van myhtes en plagiaat uit oudere volksgeloven.
Als je God als een waarheid ziet, zijn Zeus, Donar, Wodan, Thor, Ra, Marduk, Frya, Shiva, enz. enz. ook waar. Anders ben je als christen ook atheïst behalve bij nog één overgebleven mythische God.
Alle gebondenheid kan vrijheid heten, zolang de mens de banden niet voelt knellen. (naar Erasmus)
Il n’y a que les imbéciles qui ne changent jamais d’avis ... (Jacques Brel)
En de mens schiep God en dacht dat dat goed was.