Mijn ervaring met Jehovah getuigen
Geplaatst: 27 jun 2007 19:41
Mijn ervaring...
Hoe het begon.
Toen ik werd geboren waren mijn ouders al Jehovah getuige. Zoals hun werd geleerd werd ik 'van kindsbeen af' onderwezen in de leer van de wachttorenorganisatie. Als baby ging ik al mee naar de vergaderingen. En als kind werd ik onderwezen uit het 'mijn boek met bijbel verhalen'. Daar stonden bijbelse verhalen in en het boek was mooi geïllustreerd. De bijbelse verhalen vond ik prachtig. Ik ken ze nu nog.
Toen ik een jaar of vier was kreeg mijn broertje leukemie. In die tijd sliep ik vaak bij mijn oom en tante. Mijn ouders zaten toen vaak bij mijn broertje in het ziekenhuis te Nijmegen. Er werd een bloedtransfusie aangeraden. In overeenstemming met de leer van het wachttorengenootschap weigerden mijn ouders dit. Hun was geleerd dat je je moest onthouden van bloed en dat bloed heilig was in de ogen van hun god. Mijn ouders werden door een rechter uit hun ouderlijke macht ontheven en mijn broertje kreeg alsnog een bloedtransfusie. Mijn ouders werd niets verweten door de ouderlingen. En mijn broertje leeft nu nog gezond en wel.
Een paar jeugd problemen.
Mijn vader was niet opgegroeid als een Jehovah's Getuigen. Zijn jeugd was moeilijk. En mijn vader maakte mijn jeugd ook niet makkelijk. Hij las in de bijbel dat 'je de roede niet moet sparen'. En dat je je kind 'streng moet onderrichten'. Mijn vader voedde me dus op met harde hand. En de ouderlingen? Zij onderwezen mijn vader niet dat hij verkeerd bezig was. Ze deden of hun neus bloedde. Het was iets tussen mijn vader en mij.
We gingen als gezin altijd braaf naar de 'vergaderingen' toe. In de 'wachttoren' werd wel geleerd hoe een goede gezinssituatie hoorde te zijn. Maar de ouderlingen besproken dit nooit openlijk met mijn vader. Als kind dacht ik toen al dat zo een religie niet de ware kon zijn. Als 'de herders' toelaten dat een vader zijn kind zo behandeld kan het niet van God uitgaan! Mijn eerste twijfels over de Jehovah's Getuigen waren dus al zeer vroeg in mijn hart geworteld...
Als kind hoorde ik niet bij de groep jongeren van die religie. Ik weet nog steeds niet waar dat aan lag. En op school was het niet veel beter. Als een Jehovah's Getuigen wordt je vaak gepest op school. Niet raar want als een getuige doe je niet aan verjaardagen, kerst, Sinterklaas en andere feestdagen. Thuis werd ons ook geleerd om weinig omgang te hebben met personen buiten de religie.
Thuis voelde ik me niet geborgen. Ik keerde me in mezelf. Vertrouwen personen had ik niet. Mijn emoties hield ik voor me zelf. Niets van wat ik meemaakte deelde ik met mijn ouders. Zelfs niet met mijn moeder.
Ik kan me nog wel herinneren dat ik eens per week naar mijn nichtje toe mocht. Daar voelde ik me thuis. Dat was mijn veilige haven. Eens per week kon ik me een paar uur volledig veilig voelen. Ik kreeg ook 'bijbelstudie' van haar. Met haar vond ik het fijn. Maar later zou ze als zendeling worden weggezonden naar een ver land. Bij het afscheid had ik een treurige blik in mijn ogen. Mijn ogen schreeuwden 'laat me niet alleen!’ Maar haar vertelde ik ook nooit iets over de hel die ik als kind onderging. Toen zei werd uitgezonden was ik mijn veilige haven kwijt...
1914.
Rond mijn twaalfde, schat ik, kreeg ik 'bijbelstudie' van een ouderling. Die ouderling was wat ziekelijk dus gaf mijn vader hem de taak om mij te onderwijzen. Zo kon die ouderling toch nog een 'studie' leiden. Die ouderling was een fijn mens. Ik keek naar hem op als een vader figuur. Hij was een oprecht persoon en gaf om de mensen in de kerk. Veel taken werden dan ook op hem afgeschoven. En hij vond het best, hij kon er zijn hart en ziel in kwijt. Het was een prachtmens! Hij besprak de 'doop' ook geregeld met mij. Veel jongeren van mijn leeftijd lieten zich toen ook dopen. Toen ik besloot me te laten dopen was ik veertien jaar. Er heerste een groepsdruk in de 'gemeente'. En ik hoopte zo meer bij de groep te horen.
Die ouderling onderwees me ook over 'het geslacht'. In 1914 zou Jezus in de hemel de troon hebben bestegen en satan uit de hemel hebben gegooid. De mensen die in 1914 leefden zouden armageddon meemaken. 'zo heel lang kan het dus niet meer duren' zei hij. De arme man heeft niet meegemaakt dat het onderwijs daar over kort geleden is veranderd.
'Het geslacht' bleek geen letterlijk geslacht te zijn, had het WTG ontdekt. En dat precies rond de tijd dat het letterlijke geslacht aan het uitsterven is! Kwam ze wel verdomd goed uit, dacht ik. Mijn geloof was toen langzaam aan het doodbloeden.
Persoonlijke problemen.
Later zag mijn vader in dat zijn harde hand toch niet helemaal oké was. En hij stopte met de lijfstraffen. Maar het leed was al geschied. Op latere leeftijd kreeg ik er weer problemen mee. Een paar jaar geleden kwam alles naar boven. Al mijn opgekropte gevoelens vlogen er toen in een keer uit.
Mijn toenmalige vriendin kon het niet meer aan. Had me in die periode al een keer opengesneden. Van vrienden kreeg ik de raad om met mijn vader te praten. Uiteindelijk heb ik dat gedaan. Het inwendige kind in mij wilde 'sorry' horen. Mijn vader gaf uiteindelijk toe dat 'hij wel eens losse handen had'. Uit de mond van mijn vader betekent dat heel veel. Heb mijn vader nu dan ook vergeven.
Van mijn vrienden moest ik beloven om hulp in te roepen als het weer slecht met me zou gaan. Ondertussen ging het langzaam weer beter met me. Ongeveer twee jaar later kreeg ik een nieuwe vriendin. In die tijd rookte ik ook wel eens. Mijn geloof in de organisatie was totaal verdwenen. En daarom hield ik me niet langer aan de regels van het WTG. Maar vreemd genoeg bleef ik wel bij de organisatie.
Mijn vriendin in die tijd was ook een Jehovah's Getuigen. Ondanks dat hadden we wel seks met elkaar. Zij kon het naar haar zelf toe goed praten. Ondertussen bezocht ik nog wel de vergaderingen. En ging ik nog van deur tot deur.
Totdat ik later weer depressief werd. Ondertussen was die relatie al weer voorbij. We pasten totaal niet bij elkaar.
Uit die depressie kon ik niet op eigen kracht komen. Ik automutileerde geregeld. Van deur tot deur gaan lukte me totaal niet meer. De ouderlingen gaven me juist de raad om veel te studeren uit 'bijbels lectuur', veel te bidden, van huis tot huis gaan & elke vergadering bezoeken. Dan zou het wel goed komen. Heb toen maar net gedaan of ik dat niet had gehoord.
Ik hield me aan de beloften en zocht hulp. Ik kwam bij een deeltijd behandeling terecht en kreeg medicijnen.
De ommekeer.
Bij de behandeling zeiden ze nooit dat ik met mijn religie moest stoppen. Maar voor mezelf maakte ik de beslissing om knopen door te hakken. Ik zou eindelijk voor mijzelf kiezen. Toen ik bewust met die innerlijke strijd bezig was ontmoete ik ook een vrouw met wie ik vaat chatte. Op de chat hadden we een hechte band. En in het echte leven klikte het ook. Die vrouw is nu nog steeds mijn vriendin.
Uiteindelijk handelde ik naar mijn beslissing.
Ik leefde al een hele tijd niet meer naar de regels van de religie waarin in was opgevoed. Ging niet meteen naar de ouderlingen toe maar liet me min of meer betrappen bij het roken. Daarop volgde er een gesprek met de ouderlingen.
Ik zij dat mijn geloof was weggevloeid. En dat ik niet langer handelde naar hun regels. Ik vertelde ook dat ik geen berouw kon tonen voor iets waar ik geen spijt van had. En vertelde er ook maar bij dat mijn doop niet oprecht was, ik was 14 toen ik me liet dopen. (Minderjarig!) Wat ik niet vertelde was dat ik al langere tijd zo mijn twijfels had over het WTG. Ik wist dat het toch geen zin zou hebben om daar over te praten. En ze besloten dat ik moest worden uitgesloten...
Uitgesloten.
Als iemand is uitgesloten mogen de Jehovah's Getuigen geen contact meer met je hebben. Mijn ouders besloten om het contact dan ook met mij te beperken tot een zakelijk nivo. Als ik wat nodig had mocht ik het aan hun vragen. Mijn zogenaamde vrienden lieten me één voor één vallen. Inclusief een niet-gedoopte goede vriendin van mij. Gelukkig steunde mijn vriendin die 'tot de wereld' behoorde me wel goed. Op therapie ging ik opeens met grote sprongen vooruit.(Toeval?) En werd er even later ontslaan.
Na mijn ontslag van therapie ging het steeds beter met me. Van mijn besluit om het WTG te verlaten heb ik geen seconde spijt gehad. Mijn ouders hebben me heel erg duidelijk te kennen gegeven dat ik niet langer welkom ben.
Ontdekkingen.
Na mijn uitsluiting ben ik meer dingen op gaan zoeken over het geloof.
Als Jehovah getuige word je er op gehamerd om 'verre van afvallig lectuur te blijven'. Want afvallige getuigen zijn een instrument van Satan om twijfel te zaaien onder 'Gods volk', leert het WTG. Maar is dat wel de werkelijke reden?
Als het WTG er overtuigd van is dat het Gods volk is, zou het dan niet op Gods zegen kunnen rekenen? Zou God zijn licht dan niet in de harten van de mensen laten schijnen zodat ze alle valse beschuldigingen kunnen doorzien? Mag je als Gods instrument niet aannemen dat geloof sterker zal zijn dan twijfel gezaaid door Gods tegenstander?
Of heeft het WTG wat te verbergen... Is het WTG in werkelijkheid niet wie ze is...
En is om die reden de doopvraagstelling in 1985 veranderd?
Onderzoek wijst uit dat het WTG inderdaad wat te verbergen heeft. En door de 2e doopvraag: "Begrijp je dat je opdracht en doop je identificeren als een van Jehovah's Getuigen, verbonden met Gods door de geest geleide organisatie?" Lijkt het er sterk op dat de Jehovah's Getuigen tot een sekte behoren, door de sluwe manipulatie van het WTG hebben haar leden het zelf niet eens door.
De 2e doopvraag bezorgt het WTG veel extra macht. Door die regeling kunnen ze iedereen die twijfel wil zaaien de mond snoeien. En door die angstleer voorkomt het WTG dat de Getuigen van Jehovah de dingen oprecht gaan onderzoeken. Het WTG is Gods instrument geleid door het besturend lichaam, leert het WTG. (Het WTG wordt volgens haar eigen leer gebruikt door God om de mensen dichter tot God te brengen en de bijbel beter te begrijpen. Wie gered wilt worden doet er verstandig aan om zich op te dragen aan Jehovah en zich zo aan te sluiten bij het WTG. Het WTG eigent zich zo dus een bemiddelingsrol toe.)
Wanneer een Getuige onderzoek wil verrichten in De Schrift kan dat toch het beste in de lectuur van het WTG, leert het Genootschap, heel sluw...
Van jongs af aan had ik het gevoel dat het WTG geen ware religie kon zijn. Mijn gevoel kon nooit aannemen dat Gods liefde beperkt wordt door 'kerkmuurtjes'. Maar nu ik de echte waarheid van het WTG begin te zien besef ik pas echt hoe ver het WTG van zuivere aanbidding afstaat. Het WTG weet mensen te manipuleren en maakt gebruik van psychologische valstrikken. Op een sluwe manier weet het WTG zichzelf te verijken...
Op de Getuigen zelf kijk ik niet neer. Persoonlijk heb ik medelijden met ze. Ik zie hoe ze door het WTG heen en weer worden geslingerd als schapen zonder liefdevolle herder. Veel Getuigen hebben de wil om God te dienen (er zijn genoeg uitzonderingen, maar die laat ik buiten beschouwing) maar beseffen niet dat ze worden gebruikt door een organisatie die "als een wolf in schaapskleren" is. Leuk gegeven is dat het WTG mij waarschijnlijk ook zo al bestempelen.
Verdere ontwikkelingen.
Ondertussen lijkt het bestaan van een god mij, op zijn zachts gezegd, zeer onwaarschijnlijk. Wanneer ik om me heen kijk, het journaal bekijkt of de krant lees zie ik duidelijk de afwezigheid van een liefdevolle god.
Wanneer ik de bijbel goed doorneem zie ik dat ze vol staat met tegenstrijdigheden. Wanneer ik me verdiep ik de wetenschap zie ik dat evolutie veel meer verklaard over het bestaan van het leven op aarde dan het scheppingverslag uit de bijbel. Sterker nog, het scheppingverslag uit de bijbel werpt meer vragen op dan antwoorden.
Van iemand die is opgevoed in een zeer religieus gezin ben ik gegroeid tot een zelfstandige, zelfdenkende atheïst.
En hier is het waar mijn ervaring met de Jehovah getuigen eindigt.
-Jeroen
[ Ervaring is ook op mijn website te lezen ]
Hoe het begon.
Toen ik werd geboren waren mijn ouders al Jehovah getuige. Zoals hun werd geleerd werd ik 'van kindsbeen af' onderwezen in de leer van de wachttorenorganisatie. Als baby ging ik al mee naar de vergaderingen. En als kind werd ik onderwezen uit het 'mijn boek met bijbel verhalen'. Daar stonden bijbelse verhalen in en het boek was mooi geïllustreerd. De bijbelse verhalen vond ik prachtig. Ik ken ze nu nog.
Toen ik een jaar of vier was kreeg mijn broertje leukemie. In die tijd sliep ik vaak bij mijn oom en tante. Mijn ouders zaten toen vaak bij mijn broertje in het ziekenhuis te Nijmegen. Er werd een bloedtransfusie aangeraden. In overeenstemming met de leer van het wachttorengenootschap weigerden mijn ouders dit. Hun was geleerd dat je je moest onthouden van bloed en dat bloed heilig was in de ogen van hun god. Mijn ouders werden door een rechter uit hun ouderlijke macht ontheven en mijn broertje kreeg alsnog een bloedtransfusie. Mijn ouders werd niets verweten door de ouderlingen. En mijn broertje leeft nu nog gezond en wel.
Een paar jeugd problemen.
Mijn vader was niet opgegroeid als een Jehovah's Getuigen. Zijn jeugd was moeilijk. En mijn vader maakte mijn jeugd ook niet makkelijk. Hij las in de bijbel dat 'je de roede niet moet sparen'. En dat je je kind 'streng moet onderrichten'. Mijn vader voedde me dus op met harde hand. En de ouderlingen? Zij onderwezen mijn vader niet dat hij verkeerd bezig was. Ze deden of hun neus bloedde. Het was iets tussen mijn vader en mij.
We gingen als gezin altijd braaf naar de 'vergaderingen' toe. In de 'wachttoren' werd wel geleerd hoe een goede gezinssituatie hoorde te zijn. Maar de ouderlingen besproken dit nooit openlijk met mijn vader. Als kind dacht ik toen al dat zo een religie niet de ware kon zijn. Als 'de herders' toelaten dat een vader zijn kind zo behandeld kan het niet van God uitgaan! Mijn eerste twijfels over de Jehovah's Getuigen waren dus al zeer vroeg in mijn hart geworteld...
Als kind hoorde ik niet bij de groep jongeren van die religie. Ik weet nog steeds niet waar dat aan lag. En op school was het niet veel beter. Als een Jehovah's Getuigen wordt je vaak gepest op school. Niet raar want als een getuige doe je niet aan verjaardagen, kerst, Sinterklaas en andere feestdagen. Thuis werd ons ook geleerd om weinig omgang te hebben met personen buiten de religie.
Thuis voelde ik me niet geborgen. Ik keerde me in mezelf. Vertrouwen personen had ik niet. Mijn emoties hield ik voor me zelf. Niets van wat ik meemaakte deelde ik met mijn ouders. Zelfs niet met mijn moeder.
Ik kan me nog wel herinneren dat ik eens per week naar mijn nichtje toe mocht. Daar voelde ik me thuis. Dat was mijn veilige haven. Eens per week kon ik me een paar uur volledig veilig voelen. Ik kreeg ook 'bijbelstudie' van haar. Met haar vond ik het fijn. Maar later zou ze als zendeling worden weggezonden naar een ver land. Bij het afscheid had ik een treurige blik in mijn ogen. Mijn ogen schreeuwden 'laat me niet alleen!’ Maar haar vertelde ik ook nooit iets over de hel die ik als kind onderging. Toen zei werd uitgezonden was ik mijn veilige haven kwijt...
1914.
Rond mijn twaalfde, schat ik, kreeg ik 'bijbelstudie' van een ouderling. Die ouderling was wat ziekelijk dus gaf mijn vader hem de taak om mij te onderwijzen. Zo kon die ouderling toch nog een 'studie' leiden. Die ouderling was een fijn mens. Ik keek naar hem op als een vader figuur. Hij was een oprecht persoon en gaf om de mensen in de kerk. Veel taken werden dan ook op hem afgeschoven. En hij vond het best, hij kon er zijn hart en ziel in kwijt. Het was een prachtmens! Hij besprak de 'doop' ook geregeld met mij. Veel jongeren van mijn leeftijd lieten zich toen ook dopen. Toen ik besloot me te laten dopen was ik veertien jaar. Er heerste een groepsdruk in de 'gemeente'. En ik hoopte zo meer bij de groep te horen.
Die ouderling onderwees me ook over 'het geslacht'. In 1914 zou Jezus in de hemel de troon hebben bestegen en satan uit de hemel hebben gegooid. De mensen die in 1914 leefden zouden armageddon meemaken. 'zo heel lang kan het dus niet meer duren' zei hij. De arme man heeft niet meegemaakt dat het onderwijs daar over kort geleden is veranderd.
'Het geslacht' bleek geen letterlijk geslacht te zijn, had het WTG ontdekt. En dat precies rond de tijd dat het letterlijke geslacht aan het uitsterven is! Kwam ze wel verdomd goed uit, dacht ik. Mijn geloof was toen langzaam aan het doodbloeden.
Persoonlijke problemen.
Later zag mijn vader in dat zijn harde hand toch niet helemaal oké was. En hij stopte met de lijfstraffen. Maar het leed was al geschied. Op latere leeftijd kreeg ik er weer problemen mee. Een paar jaar geleden kwam alles naar boven. Al mijn opgekropte gevoelens vlogen er toen in een keer uit.
Mijn toenmalige vriendin kon het niet meer aan. Had me in die periode al een keer opengesneden. Van vrienden kreeg ik de raad om met mijn vader te praten. Uiteindelijk heb ik dat gedaan. Het inwendige kind in mij wilde 'sorry' horen. Mijn vader gaf uiteindelijk toe dat 'hij wel eens losse handen had'. Uit de mond van mijn vader betekent dat heel veel. Heb mijn vader nu dan ook vergeven.
Van mijn vrienden moest ik beloven om hulp in te roepen als het weer slecht met me zou gaan. Ondertussen ging het langzaam weer beter met me. Ongeveer twee jaar later kreeg ik een nieuwe vriendin. In die tijd rookte ik ook wel eens. Mijn geloof in de organisatie was totaal verdwenen. En daarom hield ik me niet langer aan de regels van het WTG. Maar vreemd genoeg bleef ik wel bij de organisatie.
Mijn vriendin in die tijd was ook een Jehovah's Getuigen. Ondanks dat hadden we wel seks met elkaar. Zij kon het naar haar zelf toe goed praten. Ondertussen bezocht ik nog wel de vergaderingen. En ging ik nog van deur tot deur.
Totdat ik later weer depressief werd. Ondertussen was die relatie al weer voorbij. We pasten totaal niet bij elkaar.
Uit die depressie kon ik niet op eigen kracht komen. Ik automutileerde geregeld. Van deur tot deur gaan lukte me totaal niet meer. De ouderlingen gaven me juist de raad om veel te studeren uit 'bijbels lectuur', veel te bidden, van huis tot huis gaan & elke vergadering bezoeken. Dan zou het wel goed komen. Heb toen maar net gedaan of ik dat niet had gehoord.
Ik hield me aan de beloften en zocht hulp. Ik kwam bij een deeltijd behandeling terecht en kreeg medicijnen.
De ommekeer.
Bij de behandeling zeiden ze nooit dat ik met mijn religie moest stoppen. Maar voor mezelf maakte ik de beslissing om knopen door te hakken. Ik zou eindelijk voor mijzelf kiezen. Toen ik bewust met die innerlijke strijd bezig was ontmoete ik ook een vrouw met wie ik vaat chatte. Op de chat hadden we een hechte band. En in het echte leven klikte het ook. Die vrouw is nu nog steeds mijn vriendin.
Uiteindelijk handelde ik naar mijn beslissing.
Ik leefde al een hele tijd niet meer naar de regels van de religie waarin in was opgevoed. Ging niet meteen naar de ouderlingen toe maar liet me min of meer betrappen bij het roken. Daarop volgde er een gesprek met de ouderlingen.
Ik zij dat mijn geloof was weggevloeid. En dat ik niet langer handelde naar hun regels. Ik vertelde ook dat ik geen berouw kon tonen voor iets waar ik geen spijt van had. En vertelde er ook maar bij dat mijn doop niet oprecht was, ik was 14 toen ik me liet dopen. (Minderjarig!) Wat ik niet vertelde was dat ik al langere tijd zo mijn twijfels had over het WTG. Ik wist dat het toch geen zin zou hebben om daar over te praten. En ze besloten dat ik moest worden uitgesloten...
Uitgesloten.
Als iemand is uitgesloten mogen de Jehovah's Getuigen geen contact meer met je hebben. Mijn ouders besloten om het contact dan ook met mij te beperken tot een zakelijk nivo. Als ik wat nodig had mocht ik het aan hun vragen. Mijn zogenaamde vrienden lieten me één voor één vallen. Inclusief een niet-gedoopte goede vriendin van mij. Gelukkig steunde mijn vriendin die 'tot de wereld' behoorde me wel goed. Op therapie ging ik opeens met grote sprongen vooruit.(Toeval?) En werd er even later ontslaan.
Na mijn ontslag van therapie ging het steeds beter met me. Van mijn besluit om het WTG te verlaten heb ik geen seconde spijt gehad. Mijn ouders hebben me heel erg duidelijk te kennen gegeven dat ik niet langer welkom ben.
Ontdekkingen.
Na mijn uitsluiting ben ik meer dingen op gaan zoeken over het geloof.
Als Jehovah getuige word je er op gehamerd om 'verre van afvallig lectuur te blijven'. Want afvallige getuigen zijn een instrument van Satan om twijfel te zaaien onder 'Gods volk', leert het WTG. Maar is dat wel de werkelijke reden?
Als het WTG er overtuigd van is dat het Gods volk is, zou het dan niet op Gods zegen kunnen rekenen? Zou God zijn licht dan niet in de harten van de mensen laten schijnen zodat ze alle valse beschuldigingen kunnen doorzien? Mag je als Gods instrument niet aannemen dat geloof sterker zal zijn dan twijfel gezaaid door Gods tegenstander?
Of heeft het WTG wat te verbergen... Is het WTG in werkelijkheid niet wie ze is...
En is om die reden de doopvraagstelling in 1985 veranderd?
Onderzoek wijst uit dat het WTG inderdaad wat te verbergen heeft. En door de 2e doopvraag: "Begrijp je dat je opdracht en doop je identificeren als een van Jehovah's Getuigen, verbonden met Gods door de geest geleide organisatie?" Lijkt het er sterk op dat de Jehovah's Getuigen tot een sekte behoren, door de sluwe manipulatie van het WTG hebben haar leden het zelf niet eens door.
De 2e doopvraag bezorgt het WTG veel extra macht. Door die regeling kunnen ze iedereen die twijfel wil zaaien de mond snoeien. En door die angstleer voorkomt het WTG dat de Getuigen van Jehovah de dingen oprecht gaan onderzoeken. Het WTG is Gods instrument geleid door het besturend lichaam, leert het WTG. (Het WTG wordt volgens haar eigen leer gebruikt door God om de mensen dichter tot God te brengen en de bijbel beter te begrijpen. Wie gered wilt worden doet er verstandig aan om zich op te dragen aan Jehovah en zich zo aan te sluiten bij het WTG. Het WTG eigent zich zo dus een bemiddelingsrol toe.)
Wanneer een Getuige onderzoek wil verrichten in De Schrift kan dat toch het beste in de lectuur van het WTG, leert het Genootschap, heel sluw...
Van jongs af aan had ik het gevoel dat het WTG geen ware religie kon zijn. Mijn gevoel kon nooit aannemen dat Gods liefde beperkt wordt door 'kerkmuurtjes'. Maar nu ik de echte waarheid van het WTG begin te zien besef ik pas echt hoe ver het WTG van zuivere aanbidding afstaat. Het WTG weet mensen te manipuleren en maakt gebruik van psychologische valstrikken. Op een sluwe manier weet het WTG zichzelf te verijken...
Op de Getuigen zelf kijk ik niet neer. Persoonlijk heb ik medelijden met ze. Ik zie hoe ze door het WTG heen en weer worden geslingerd als schapen zonder liefdevolle herder. Veel Getuigen hebben de wil om God te dienen (er zijn genoeg uitzonderingen, maar die laat ik buiten beschouwing) maar beseffen niet dat ze worden gebruikt door een organisatie die "als een wolf in schaapskleren" is. Leuk gegeven is dat het WTG mij waarschijnlijk ook zo al bestempelen.
Verdere ontwikkelingen.
Ondertussen lijkt het bestaan van een god mij, op zijn zachts gezegd, zeer onwaarschijnlijk. Wanneer ik om me heen kijk, het journaal bekijkt of de krant lees zie ik duidelijk de afwezigheid van een liefdevolle god.
Wanneer ik de bijbel goed doorneem zie ik dat ze vol staat met tegenstrijdigheden. Wanneer ik me verdiep ik de wetenschap zie ik dat evolutie veel meer verklaard over het bestaan van het leven op aarde dan het scheppingverslag uit de bijbel. Sterker nog, het scheppingverslag uit de bijbel werpt meer vragen op dan antwoorden.
Van iemand die is opgevoed in een zeer religieus gezin ben ik gegroeid tot een zelfstandige, zelfdenkende atheïst.
En hier is het waar mijn ervaring met de Jehovah getuigen eindigt.
-Jeroen
[ Ervaring is ook op mijn website te lezen ]