Atheïst tussen moslims
Geplaatst: 31 dec 2007 17:17
Onder het mom ‘doen waar ik zin in heb’ bij dezen mijn verhaal. Ik ben vandaag jarig, maar dit wordt door niemand gevierd. Ik weet niet zeker of mijn ouders überhaupt weten dat ik jarig ben vandaag. In de Islam zijn er twee feestdagen, namelijk het suikerfeest en het offerfeest, de rest is westers en wordt simpelweg niet erkend. Hoe dan ook. Dit wordt geen verhaal dat is doordrenkt in zelfmedelijden of gejank om een “culturenschizofrene” identiteit. Ik ben tevreden met mijn streng islamitische opvoeding, hoe vreemd dat ook klinkt, en ik ben tevreden met mijn huidige kijk op de wereld.
Ik heb 15 jaar islamitisch onderwijs gehad, mijn vader is een imam, mijn moeder en zussen dragen allen een gezichtssluier. Zelf heb ik mij maar 1 dag aan een gezichtssluier gewaagd, om even te voelen hoe het is om niet gezien te kunnen worden. Ik bleef tot mijn 18de een lange zwarte hoofddoek dragen, hoewel ik al enige jaren niet meer zo gelovig was, het voelde vertrouwd aan. Omdat het geloof zo vertrouwd was, een deel van mijn identiteit, wat mij met mijn familie verbond, was het zo verdomd moeilijk om zelf te durven denken. Ik wilde niet meer geloven in een straffende God, iemand voor wie ik doodsbang was wanneer ik met mijn linkerhand i.p.v. mijn rechterhand at. Hoe meer ik twijfelde, des te vaker ging ik naar de moskee, leerde steeds meer koranteksten uit mijn hoofd en hield mij krampachtig vast aan een geloof dat niet meer de mijne was. Oprecht overtuigd zijn voelde voor mij heerlijk aan. Ik weet niet wat het precies was, ik begrijp nog altijd niet wat precies die ommezwaai heeft veroorzaakt. Maar opeens was het over. Opeens durfde ik 'Misschien is er helemaal geen Allah' te denken, hardop te zeggen tegen mijzelf. Ik kon met niemand hierover praten, zonder in huilen uit te barsten. Ik wilde helemaal niet gered worden: ik ben toch geen drenkeling, het huis staat ook niet in brand, I'm perfectly fine! Het laatste wat ik wil worden is een Islam-basher. Mijn naasten voelen zich compleet dankzij de Islam, dat vind ik geweldig, ik gun ze ook hun overtuiging en wens dat er voor hen werkelijk een paradijs bestaat. Voor mij bestaat er geen paradijs, ik hoef er ook geen. Dát is wat velen niet begrijpen. Ik hóéf geen bewijs dat God bestaat. Ik hóéf niet te geloven. Ik hóéf niet gered te worden.
Thuis weten ze nog altijd niet wat er tussen mijn oren afspeelt. En dat vind ik ook prima zo. Het zijn mijn gedachten, mijn gevoel, mijn mijn mijn, het gaat hen dus niets aan. Ik weet dat ze me nooit zullen accepteren, dat doet mij vreselijk pijn, van een paar keer inca’Allah zeggen ga ik vast niet dood. Waarschijnlijk zal dit “dubbeldenken” me ooit breken, maar tot dan blijven we lachen.
Ik heb 15 jaar islamitisch onderwijs gehad, mijn vader is een imam, mijn moeder en zussen dragen allen een gezichtssluier. Zelf heb ik mij maar 1 dag aan een gezichtssluier gewaagd, om even te voelen hoe het is om niet gezien te kunnen worden. Ik bleef tot mijn 18de een lange zwarte hoofddoek dragen, hoewel ik al enige jaren niet meer zo gelovig was, het voelde vertrouwd aan. Omdat het geloof zo vertrouwd was, een deel van mijn identiteit, wat mij met mijn familie verbond, was het zo verdomd moeilijk om zelf te durven denken. Ik wilde niet meer geloven in een straffende God, iemand voor wie ik doodsbang was wanneer ik met mijn linkerhand i.p.v. mijn rechterhand at. Hoe meer ik twijfelde, des te vaker ging ik naar de moskee, leerde steeds meer koranteksten uit mijn hoofd en hield mij krampachtig vast aan een geloof dat niet meer de mijne was. Oprecht overtuigd zijn voelde voor mij heerlijk aan. Ik weet niet wat het precies was, ik begrijp nog altijd niet wat precies die ommezwaai heeft veroorzaakt. Maar opeens was het over. Opeens durfde ik 'Misschien is er helemaal geen Allah' te denken, hardop te zeggen tegen mijzelf. Ik kon met niemand hierover praten, zonder in huilen uit te barsten. Ik wilde helemaal niet gered worden: ik ben toch geen drenkeling, het huis staat ook niet in brand, I'm perfectly fine! Het laatste wat ik wil worden is een Islam-basher. Mijn naasten voelen zich compleet dankzij de Islam, dat vind ik geweldig, ik gun ze ook hun overtuiging en wens dat er voor hen werkelijk een paradijs bestaat. Voor mij bestaat er geen paradijs, ik hoef er ook geen. Dát is wat velen niet begrijpen. Ik hóéf geen bewijs dat God bestaat. Ik hóéf niet te geloven. Ik hóéf niet gered te worden.
Thuis weten ze nog altijd niet wat er tussen mijn oren afspeelt. En dat vind ik ook prima zo. Het zijn mijn gedachten, mijn gevoel, mijn mijn mijn, het gaat hen dus niets aan. Ik weet dat ze me nooit zullen accepteren, dat doet mij vreselijk pijn, van een paar keer inca’Allah zeggen ga ik vast niet dood. Waarschijnlijk zal dit “dubbeldenken” me ooit breken, maar tot dan blijven we lachen.



