Falsificatie van ID
Geplaatst: 03 jan 2008 19:37
Beste freethinker,
In de discussie met aanhangers van ID bekruipt me vaak het gevoel dat er sprake is van een afleidingsstrategie. De ID-proponent zoomt vaak in op onderdelen van de evolutietheorie en poogt zo de bewijslast terug te leggen bij de evolutionist. Daarna wordt by default als legitiem en enig alternatief ID naar voren geschoven. Dit kan eindeloos worden herhaald met steeds een nieuw vermeend manco in de evolutietheorie. Vaak culminerend in de onfatsoenlijke eis om een volledige historische replay van de evolutie live weer te geven. Mijns inziens kan ID echter zelf gefalsifieerd worden zonder een beroep te doen op de het feit dat evolutietheorie noodzakelijk waar is. Dat kan bereikt worden door enkele kernstellingen die de proponenten van ID veelvuldig gebruiken als noodzakelijke voorwaarden voor ID te formuleren en deze stuk voor stuk te weerleggen met slechts een logische referentie naar delen van de evolutietheorie. Ik heb dat proberen uit te werken en wil het concept daarvan aan jullie voorleggen. Ik ben benieuwd naar jullie reacties. Misschien vindt je het een heilloze weg of een onmogelijkheid. Misschien heeft iemand anders dat vóór mij allang verder en beter uiitgewerkt. Misschien kunnen we dit verder uitbouwen naar een stevige stellingname, misschien kun je onderdelen gebruiken in het debat. Laat het me weten.
Hier komt ie (sorry maar 't is geen kort verhaal geworden) :
Falsificatie van Intelligentie Design
De voorstanders van Intelligent Design betogen dat het leven op aarde niet langs een natuurlijke weg kan zijn ontstaan omdat het onwaarschijnlijk is dat natuurlijke processen zo’n geraffineerd, complex en verfijnd eindresultaat kunnen opleveren als het aardse leven. Aan de hand van bouw, structuur en functionaliteit van bio-organismen concludeert het dat het resultaat zo uitzonderlijk is dat de herkomst daarvan buiten het natuurlijke domein gezocht moet worden.
De ID-hypothese (verder kortweg met IDH aangeduid) betrokken op aards leven leunt onder andere op de volgende premissen:
1) dat er een noodzakelijk complex plan/ontwerp nodig is om een complex eindresultaat te bereiken
2) dat het plan noodzakelijk van tevoren representeerbaar is
3) dat intelligentie zelf noodzakelijk uit complexe functies moet zijn opgebouwd
4) dat iedere intelligente niet-menselijke agent noodzakelijk buiten het natuurlijke domein ligt
Hieruit concluderen de aanhangers van IDH dat de oorsprong van het leven op aarde dat we vandaag de dag zien noodzakelijk een intelligente bron heeft die buiten het natuurlijke domein moet liggen.
Ik zal betogen dat logisch gezien deze hypothese onhoudbaar is door te laten zien dat (a) er geen sprake is van noodzakelijke vooropgezetheid of complexe oorsprong, (b) dat natuurlijke processen intelligentie kunnen emuleren, (c) dat er een natuurlijke en intelligente agent als herkomst voor aards leven is aan te wijzen. Of anders gezegd ik zal aantonen dat::
(a) Er is geen logische noodzakelijkheid van vooropgezetheid en complexe herkomst om een complex eindresultaat te verkrijgen.
Merk op dat (a) premissen (1) en (2) van IDH weerlegt.
(b) Intelligentie zelf is niet noodzakelijk onreduceerbaar complex.
Merk op dat (b) premisse (3) van IDH weerlegt.
(c) De natuur zelf kan gezien worden als een intelligente agent in het natuurlijke domein.
Merk op dat (c) premisse (4) van IDH weerlegt.
Belangrijk: Om dit te bewijzen ga ik niet uit van evolutie als ware bewering. Ik weerleg de logisch geformuleerde premissen van IDH door aan te tonen dat er geen sprake is van een logische noodzakelijkheid in premissen (1) t/m (3). Dit impliceert dat, indien men onderschrijft dat IDH de premissen 1 t/m 4 omvat, IDH gefalsifieerd kan worden zonder dat de evolutietheorie noodzakelijk waar is. Daarenboven zal ik betogen dat het evolutiemodel een waarschijnlijker kandidaat is voor een verklaring van de complexiteit van aards leven dan een foutloze creatie in één stap door te laten zien dat aards leven functionele imperfecties herbergt die niet te rijmen zijn met een foutloos scheppingsscenario.
Logische noodzaak van vooropgezetheid en complexiteit van de bron
Wanneer je achteraf kijkt naar een eindresultaat van een lange reeks eenvoudige bewerkingen kan je makkelijk verkeerde conclusies trekken. Fractals zijn daar een mooi voorbeeld van. Het recept daarvoor is veel herhaling van een eenvoudige bewerking. Er zijn analogieën met vele processen in de natuur zoals kristalvorming, kustvorming, het weer, en stochastische processen. Het is dus niet op voorhand duidelijk dat een complex eindresultaat noodzakelijk een complexe bewerking vereist. Het volstaat om te laten zien dat het in principe mogelijk dat veel kleine stapjes per generatie tezamen kunnen accumuleren tot grotere stappen over veel generaties. Daarvoor zijn twee elementen nodig: een mechanisme om informatie van generatie op generatie over te dragen en een mechanisme dat kleine variaties in die overdracht kan aanbrengen. Beide mechanismen zijn aangetoond in de natuur, het eerste berust op informatie-overdracht via DNA tijdens celdeling en het tweede is mutatie in het genetisch materiaal. Computermodellen op basis van het natuurlijke analogon laten zien dat het in ieder geval in principe mogelijk is om complexiteit op te bouwen uit eenvoudige bewerkingen.
Merk ook op dat deze receptuur eveneens betekent dat een complex resultaat tenminste in principe bereikt kan worden zonder dat er vooraf een voorstelling van het complexe eindresultaat vereist is.
Maar wat bedoelt de IDH nu eigenlijk met ‘design’? Het is duidelijk dat ID daar geen bouwtekening of –beschrijving mee bedoelt of de vormgeving maar het idee dat er vooraf een plan voor een complexe bewerking moet zijn geweest om überhaupt tot een complex resultaat te kunnen komen. Informatie-overdracht via DNA en mutatie van genetisch materiaal maken het in ieder geval in principe mogelijk vanuit simpele structuren tot complexe structuren te komen zonder plan vooraf over het eindresultaat. Hiermee is de logische noodzaak van vooropgezetheid en complexe oorsprong weerlegd.
Intelligentie zelf is niet noodzakelijk onreduceerbaar complex
Om te beginnen, wat bedoelen we eigenlijk met intelligentie? Heeft een mier intelligentie, een dolfijn of alleen een mens? Als we die laatste vraag positief beantwoorden houden we een definitie over van intelligentie die puur antropomorf is, zij is dan uitsluitend van toepassing op de mens. Dat lijkt te beperkt voor het gebruik in IDH dat immers een verklaring zegt te bieden voor de herkomst van het verschijnsel mens zelf. In meer algemene zin zouden we ook kunnen vragen of een computer, robot of aap intelligente kwaliteiten hebben. Het is dus in overeenstemming met IDH om te veronderstellen dat het begrip intelligentie in ieder geval er vanuit gaat dat er sprake is van een beoordelende en handelende entiteit niet-zijnde een mens. Het begrip is in algemene zin dus van toepassing op wat men in de cognitiewetenschap een niet-menselijke agent zou noemen.
Het woord intelligentie is afgeleid van 'legere' (kiezen) en 'inter' (tussen). Intelligentie verwijst dus naar het vermogen om te kiezen. Wanneer we de mate van intelligentie willen bepalen gaat het om de vermogens van de agent om:
• Alternatieve mogelijkheden te genereren
• Te kiezen tussen alternatieven en te beoordelen of het gekozen alternatief resultaat oplevert
• De strategie van het genereren van alternatieven te kunnen aanpassen aan de situatie
Dit komt heel dicht bij de veelgebruikte definitie van praktische intelligentie van Robert Sternberg:
“Practical intelligence is what most people call common sense. It is the ability to adapt to, shape, and select everyday environments".
(Sternberg, Practical Intelligence In Everyday Life).
Het interessante aan deze benadering is dat ze intelligentie observeerbaar definieert. Je kan twee agenten een zelfde probleem geven en vaststellen of er een keuze wordt gemaakt en hoe ze kiezen. Merk ook op dat de definitie geen beperking oplegt aan de snelheid waarmee wordt gekozen. Het resultaat is wat telt. De vraag is nu of er een principiële noodzaak kan worden aangetoond dat praktische intelligentie alleen te bewerkstelligen is middels complexe processen.
Het blijkt dat we bij elke bovengenoemde kwaliteit natuurlijk processen kunnen vinden die in principe als intelligent vermogen van de natuur als geheel kunnen worden aangemerkt:
Alternatieven genereren: We stellen dan de vraag ‘Is er een natuurlijk proces dat in staat is alternatieve mogelijkheden (variaties) te genereren van eigenschappen van organismen?’ Antwoord: Ja, zo’n proces is er. Genetische mutatie zorgt voor variaties in een populatie. Wanneer we de uitingen (fenotypen) van die verschillende variëteiten opvatten als alternatieven (en waarom zouden we dat niet mogen doen?) hebben we precies een aantal alternatieve mogelijkheden.
Keuze tussen alternatieven: We stellen de vraag ‘Is er een natuurlijk proces dat in staat is te kiezen tussen verschillende fenotypen?’. Ja zo’n natuurlijk proces is er. Het heet natuurlijke selectie. De keuze wordt daarbij in statistische zin op een populatie van organismen bepaald door de mate van aangepastheid van variëteiten in die populatie op de omstandigheden.
Aanpasbaarheid aan de situatie: We stellen de vraag ‘Is er een natuurlijk proces dat in staat is ook te kiezen wanneer de omstandigheden wijzigen. Het antwoord is wederom natuurlijke selectie. Meer en meer komt ook bewijs op tafel dat de snelheid waarmee alternatieven worden gecreëerd afhankelijk is van de omstandigheden maar ook zonder dat is een populatie in staat zich tot op zekere hoogte aan te passen aan veranderende omstandigheden.
Hiermee is aangetoond dat het voor aards leven in ieder geval in principe mogelijk is alle praktisch intelligente vermogens te emuleren met natuurlijke pocessen, mits er voldoende tijd is en mits de omstandigheden niet te extreem variëren.
De natuur zelf als intelligente agent in het natuurlijke domein
Dit is simpelweg de vaststelling dat de optelsom van de natuurlijke processen die we tot nu toe hebben benoemd samen als een agent gezien kan worden. Immers er is sprake van een handeliende en beoordelende instantie.
Nog verder uit te werken maar bij u allen bekend verondersteld: imperfecties in de natuur die niet te rijmen zijn met ID
In de discussie met aanhangers van ID bekruipt me vaak het gevoel dat er sprake is van een afleidingsstrategie. De ID-proponent zoomt vaak in op onderdelen van de evolutietheorie en poogt zo de bewijslast terug te leggen bij de evolutionist. Daarna wordt by default als legitiem en enig alternatief ID naar voren geschoven. Dit kan eindeloos worden herhaald met steeds een nieuw vermeend manco in de evolutietheorie. Vaak culminerend in de onfatsoenlijke eis om een volledige historische replay van de evolutie live weer te geven. Mijns inziens kan ID echter zelf gefalsifieerd worden zonder een beroep te doen op de het feit dat evolutietheorie noodzakelijk waar is. Dat kan bereikt worden door enkele kernstellingen die de proponenten van ID veelvuldig gebruiken als noodzakelijke voorwaarden voor ID te formuleren en deze stuk voor stuk te weerleggen met slechts een logische referentie naar delen van de evolutietheorie. Ik heb dat proberen uit te werken en wil het concept daarvan aan jullie voorleggen. Ik ben benieuwd naar jullie reacties. Misschien vindt je het een heilloze weg of een onmogelijkheid. Misschien heeft iemand anders dat vóór mij allang verder en beter uiitgewerkt. Misschien kunnen we dit verder uitbouwen naar een stevige stellingname, misschien kun je onderdelen gebruiken in het debat. Laat het me weten.
Hier komt ie (sorry maar 't is geen kort verhaal geworden) :
Falsificatie van Intelligentie Design
De voorstanders van Intelligent Design betogen dat het leven op aarde niet langs een natuurlijke weg kan zijn ontstaan omdat het onwaarschijnlijk is dat natuurlijke processen zo’n geraffineerd, complex en verfijnd eindresultaat kunnen opleveren als het aardse leven. Aan de hand van bouw, structuur en functionaliteit van bio-organismen concludeert het dat het resultaat zo uitzonderlijk is dat de herkomst daarvan buiten het natuurlijke domein gezocht moet worden.
De ID-hypothese (verder kortweg met IDH aangeduid) betrokken op aards leven leunt onder andere op de volgende premissen:
1) dat er een noodzakelijk complex plan/ontwerp nodig is om een complex eindresultaat te bereiken
2) dat het plan noodzakelijk van tevoren representeerbaar is
3) dat intelligentie zelf noodzakelijk uit complexe functies moet zijn opgebouwd
4) dat iedere intelligente niet-menselijke agent noodzakelijk buiten het natuurlijke domein ligt
Hieruit concluderen de aanhangers van IDH dat de oorsprong van het leven op aarde dat we vandaag de dag zien noodzakelijk een intelligente bron heeft die buiten het natuurlijke domein moet liggen.
Ik zal betogen dat logisch gezien deze hypothese onhoudbaar is door te laten zien dat (a) er geen sprake is van noodzakelijke vooropgezetheid of complexe oorsprong, (b) dat natuurlijke processen intelligentie kunnen emuleren, (c) dat er een natuurlijke en intelligente agent als herkomst voor aards leven is aan te wijzen. Of anders gezegd ik zal aantonen dat::
(a) Er is geen logische noodzakelijkheid van vooropgezetheid en complexe herkomst om een complex eindresultaat te verkrijgen.
Merk op dat (a) premissen (1) en (2) van IDH weerlegt.
(b) Intelligentie zelf is niet noodzakelijk onreduceerbaar complex.
Merk op dat (b) premisse (3) van IDH weerlegt.
(c) De natuur zelf kan gezien worden als een intelligente agent in het natuurlijke domein.
Merk op dat (c) premisse (4) van IDH weerlegt.
Belangrijk: Om dit te bewijzen ga ik niet uit van evolutie als ware bewering. Ik weerleg de logisch geformuleerde premissen van IDH door aan te tonen dat er geen sprake is van een logische noodzakelijkheid in premissen (1) t/m (3). Dit impliceert dat, indien men onderschrijft dat IDH de premissen 1 t/m 4 omvat, IDH gefalsifieerd kan worden zonder dat de evolutietheorie noodzakelijk waar is. Daarenboven zal ik betogen dat het evolutiemodel een waarschijnlijker kandidaat is voor een verklaring van de complexiteit van aards leven dan een foutloze creatie in één stap door te laten zien dat aards leven functionele imperfecties herbergt die niet te rijmen zijn met een foutloos scheppingsscenario.
Logische noodzaak van vooropgezetheid en complexiteit van de bron
Wanneer je achteraf kijkt naar een eindresultaat van een lange reeks eenvoudige bewerkingen kan je makkelijk verkeerde conclusies trekken. Fractals zijn daar een mooi voorbeeld van. Het recept daarvoor is veel herhaling van een eenvoudige bewerking. Er zijn analogieën met vele processen in de natuur zoals kristalvorming, kustvorming, het weer, en stochastische processen. Het is dus niet op voorhand duidelijk dat een complex eindresultaat noodzakelijk een complexe bewerking vereist. Het volstaat om te laten zien dat het in principe mogelijk dat veel kleine stapjes per generatie tezamen kunnen accumuleren tot grotere stappen over veel generaties. Daarvoor zijn twee elementen nodig: een mechanisme om informatie van generatie op generatie over te dragen en een mechanisme dat kleine variaties in die overdracht kan aanbrengen. Beide mechanismen zijn aangetoond in de natuur, het eerste berust op informatie-overdracht via DNA tijdens celdeling en het tweede is mutatie in het genetisch materiaal. Computermodellen op basis van het natuurlijke analogon laten zien dat het in ieder geval in principe mogelijk is om complexiteit op te bouwen uit eenvoudige bewerkingen.
Merk ook op dat deze receptuur eveneens betekent dat een complex resultaat tenminste in principe bereikt kan worden zonder dat er vooraf een voorstelling van het complexe eindresultaat vereist is.
Maar wat bedoelt de IDH nu eigenlijk met ‘design’? Het is duidelijk dat ID daar geen bouwtekening of –beschrijving mee bedoelt of de vormgeving maar het idee dat er vooraf een plan voor een complexe bewerking moet zijn geweest om überhaupt tot een complex resultaat te kunnen komen. Informatie-overdracht via DNA en mutatie van genetisch materiaal maken het in ieder geval in principe mogelijk vanuit simpele structuren tot complexe structuren te komen zonder plan vooraf over het eindresultaat. Hiermee is de logische noodzaak van vooropgezetheid en complexe oorsprong weerlegd.
Intelligentie zelf is niet noodzakelijk onreduceerbaar complex
Om te beginnen, wat bedoelen we eigenlijk met intelligentie? Heeft een mier intelligentie, een dolfijn of alleen een mens? Als we die laatste vraag positief beantwoorden houden we een definitie over van intelligentie die puur antropomorf is, zij is dan uitsluitend van toepassing op de mens. Dat lijkt te beperkt voor het gebruik in IDH dat immers een verklaring zegt te bieden voor de herkomst van het verschijnsel mens zelf. In meer algemene zin zouden we ook kunnen vragen of een computer, robot of aap intelligente kwaliteiten hebben. Het is dus in overeenstemming met IDH om te veronderstellen dat het begrip intelligentie in ieder geval er vanuit gaat dat er sprake is van een beoordelende en handelende entiteit niet-zijnde een mens. Het begrip is in algemene zin dus van toepassing op wat men in de cognitiewetenschap een niet-menselijke agent zou noemen.
Het woord intelligentie is afgeleid van 'legere' (kiezen) en 'inter' (tussen). Intelligentie verwijst dus naar het vermogen om te kiezen. Wanneer we de mate van intelligentie willen bepalen gaat het om de vermogens van de agent om:
• Alternatieve mogelijkheden te genereren
• Te kiezen tussen alternatieven en te beoordelen of het gekozen alternatief resultaat oplevert
• De strategie van het genereren van alternatieven te kunnen aanpassen aan de situatie
Dit komt heel dicht bij de veelgebruikte definitie van praktische intelligentie van Robert Sternberg:
“Practical intelligence is what most people call common sense. It is the ability to adapt to, shape, and select everyday environments".
(Sternberg, Practical Intelligence In Everyday Life).
Het interessante aan deze benadering is dat ze intelligentie observeerbaar definieert. Je kan twee agenten een zelfde probleem geven en vaststellen of er een keuze wordt gemaakt en hoe ze kiezen. Merk ook op dat de definitie geen beperking oplegt aan de snelheid waarmee wordt gekozen. Het resultaat is wat telt. De vraag is nu of er een principiële noodzaak kan worden aangetoond dat praktische intelligentie alleen te bewerkstelligen is middels complexe processen.
Het blijkt dat we bij elke bovengenoemde kwaliteit natuurlijk processen kunnen vinden die in principe als intelligent vermogen van de natuur als geheel kunnen worden aangemerkt:
Alternatieven genereren: We stellen dan de vraag ‘Is er een natuurlijk proces dat in staat is alternatieve mogelijkheden (variaties) te genereren van eigenschappen van organismen?’ Antwoord: Ja, zo’n proces is er. Genetische mutatie zorgt voor variaties in een populatie. Wanneer we de uitingen (fenotypen) van die verschillende variëteiten opvatten als alternatieven (en waarom zouden we dat niet mogen doen?) hebben we precies een aantal alternatieve mogelijkheden.
Keuze tussen alternatieven: We stellen de vraag ‘Is er een natuurlijk proces dat in staat is te kiezen tussen verschillende fenotypen?’. Ja zo’n natuurlijk proces is er. Het heet natuurlijke selectie. De keuze wordt daarbij in statistische zin op een populatie van organismen bepaald door de mate van aangepastheid van variëteiten in die populatie op de omstandigheden.
Aanpasbaarheid aan de situatie: We stellen de vraag ‘Is er een natuurlijk proces dat in staat is ook te kiezen wanneer de omstandigheden wijzigen. Het antwoord is wederom natuurlijke selectie. Meer en meer komt ook bewijs op tafel dat de snelheid waarmee alternatieven worden gecreëerd afhankelijk is van de omstandigheden maar ook zonder dat is een populatie in staat zich tot op zekere hoogte aan te passen aan veranderende omstandigheden.
Hiermee is aangetoond dat het voor aards leven in ieder geval in principe mogelijk is alle praktisch intelligente vermogens te emuleren met natuurlijke pocessen, mits er voldoende tijd is en mits de omstandigheden niet te extreem variëren.
De natuur zelf als intelligente agent in het natuurlijke domein
Dit is simpelweg de vaststelling dat de optelsom van de natuurlijke processen die we tot nu toe hebben benoemd samen als een agent gezien kan worden. Immers er is sprake van een handeliende en beoordelende instantie.
Nog verder uit te werken maar bij u allen bekend verondersteld: imperfecties in de natuur die niet te rijmen zijn met ID