Maarten schreef:Ik breek mijn hoofd over het 'ik' momenteel.
Volgens hersenwetenschappers is het 'ik' een constructie van de hersenen. Ons zenuwstelsel, onze hersenen, dat zijn wij.
Ik dacht, laten we daar eens logisch op doorgaan, beste vrienden.
Stel, ik ben lid van een ééneiïge tweeling, pasgeboren. Biologisch identiek. Leerprocessen, quasi identitiek...
Bijgevolg creeërt het zenuwstelsel van mijn tweelingsbroer 'ik', volgens de neuroloog, want die specifieke hersenen en dat specifieke zenuwstelsel (dat biologisch materiaal, die genetica en die leerprocessen) ben 'ik'...
Neen, mijn tweelingsbroer is IEMAND ANDERS!!!!!
Zoals ik het begrijp is een pasgeboren ééneiïge tweeling helemaal niet biologisch identiek. Je vertrekt imho van een populaire maar foute voorstelling van genetica.
Ik vond
"Biology as Ideology: The Doctrine of DNA" van de befaamde bioloog Lewontin zeer verhelderend. Lewontin schrijft ergens dat genen overschat worden als bepalende factor. Vanaf de eerste celdeling begint onze genetische "make-up" een wisselwerking met twee factoren:
toeval en
omgeving.
Chromosomen worden nooit exact gecopieerd. Elke celdeling voegt toevalligheid aan het individu in wording.
Daarbij komt de omgeving, die verschillend is voor elke cel (want elke cel bevindt zich op een andere plaats). Afhankelijk van de plaats van een cel in het embrio zal die zich "toeleggen op" een ruggewervel, ledemaat, zenuwcel...
Het "ik" is de eenheid die voortkomt uit heel deze ontwikkeling. Je "ik" is je geschiedenis, en in de geschiedenis van de tweeling zal, na de eerste zaadcel en de eerste eicel, dus vanaf de eerste celdeling tot hun honderste verjaardagsfeestje, niets volledig identiek zijn. In de moederschoot en aan de feesttafel hebben beide tweelingen verschillende plaatsen, ervaring, kijk op de omgeving etc....
Zo bekeken is het niet verwonderlijk dat eeneiige tweelingen verschillen, het is eerder verwonderlijk dat ze nog op elkaar lijken.