The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Hier kan gedebateerd worden over de nieuwste ontwikkelingen in de wetenschap.

Moderator: Moderators

siger

The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door siger » 18 dec 2009 18:10

Tot kortgeleden waren de theorieën over het menselijk bestaan - missschien het meest complexe wat het universum heeft voortgebracht - verrassend simplistisch. Het sociobiologische credo dat mensen worden gedreven door zelfzucht en geweld, ging samen met het kapitalistische credo dat financieel voordeel de motor van alle economisch leven is.

De laatste jaren zijn op dit gebied talrijke nieuwe denkbeelden geopperd en uitgetest. Het uittesten van theorieën over menselijk gedrag werd voordien maar zelden gedaan. Misschien is de tijd aangebroken waarin ook voor de menswetenschappen breedgeschilderde verhalen het afleggen tegen de zorgvuldige waarneming van wat zich werkelijk voordoet, en worden ook daar mythen teruggedrongen door de wetenschappelijke methode.

Het boek "Experiments in Economics: playing fair with money" van Ananish Chaudhuri beschrijft deze nieuwe evolutie in het economisch denken, die volgens mij ook invloed zal hebben op de biologie en de antropologie. Economen hebben het verschijnen van dit boek toegejuicht als de ontsluiting voor een groter publiek van een terrein waar al twintig jaar in gewerkt wordt door specialisten. Teruggetrokken in rustiger en warmere streken is het mij gelukt het eerste deel door te worstelen, en ik vraag me af of iemand mijn opwinding deelt.


Oude dogma's zoals de wet van vraag en aanbod, economisch rationalisme en winst als primaire drijfveer worden niet langer zonder slag of stoot aangenomen, maar worden uitgetest in soms knap opgezette experimentele situaties. Hierdoor is men zich gaan realiseren dat sociale normen een veel grotere rol spelen dan tot nu gedacht.

Het boek behandelt vier thema's: billijkheid in overeenkomsten; vertrouwen en betrouwbaarheid; samenwerking in sociale dilemma's; en samenwerking in organisaties. In deze post heb ik het enkel over het eerste thema: billijkheid.

Heel wat economische theorieën veronderstellen dat mensen rationeel handelen, of anders gezegd dat ze altijd datgene doen wat henzelf het meeste oplevert. Maar soms wordt een overeenkomst die winst zou opleveren niet gesloten omdat één van de partijen vindt dat ze onbillijk is. Zo blijkt dat heel wat klanten weigeren een sneeuwschop te kopen als de handelaar de prijs snel verdubbeld heeft bij onverwachte sneeuwval, ook al hebben ze die nodig. Als er meer werkzoekenden zijn worden lonen niet verlaagd, omdat de werknemer een goede verstandhouding met het personeel verkiest. (Beide voorbeelden zijn Amerikaans.) Nader onderzoek (p62) heeft aangewezen dat niet alle culturen hetzelfde denken over wat billijk is. Dát algemene normen van billijkheid overal een grote rol spelen is wel duidelijk.

De speltheorie is een wetenschappelijke manier om situaties met zo'n beslissingen te beschrijven. In een spel waarin de spelers gaan voor het grootste voordeel, neemt elke speler een beslissing die tracht rekening te houden met wat de andere zal doen. Het meest bekende spel is zonder twijfel het "prisoner's dilemma", dat regelmatig opduikt in politieseries: twee daders worden afzonderlijk ondervraagd. Houden ze beiden hun mond, dan komen ze beide weg zonder straf. Als een van beide klikt, krijgt die strafvermindering. Als ze allebei praten, krijgen ze beiden een zware straf. Maar ook het dagelijks leven is doorspekt van zulke dilemma's. Een wandelaar die zwerfvuil achterlaat rekent er op dat de anderen de vuilnisbak gebruiken om het park ook voor hem leefbaar te houden.

Het ultimatum game.

“Dit voorstel is te nemen of te laten”, hoort men regelmatig bij onderhandelingen, of het nu om lonen of om een prijs gaat. Mensen blijken bereid te zijn geld mis te lopen wanneer de overeenkomst niet meer klopt met hun gevoel van billijkheid. Om dit vermoeden uit te testen werd een experiment bedacht, dat tot vandaag steeds verder aangepast en verfijnd zou worden.

In 1982 vroeg Werner Guth (Keulen) 42 studenten mee te werken aan volgende “ultimatum game” (p. 39):
De studenten werden verdeeld in 21 gevers en 21 nemers. Daarmee werden 21 duo's samengesteld uit 1 gever en 1 nemer. De gevers wisten niet met welke nemer ze een paar vormden. De gevers ontvingen elk een startbedrag van 3 tot 10 mark. De nemers waren hiervan op de hoogte.

Elke gever werd nu gevraagd een deel van het startbedrag aan een nemer te geven en de rest voor zichzelf te houden. Als de nemer deze verdeling aanvaardde, werd het bedrag verdeeld zoals voorgesteld. Maar als de nemer de verdeling weigerde ontving hij niets, maar moest ook de gever het startbedrag inleveren. Daar eindigde het spel.

Men zou redelijkerwijs verwachten dat de gever slechts een minimaal bedrag zou bieden, omdat de nemer er geen baat bij had een klein bedrag te weigeren. Maar er werd veel hoger geboden dan uit economisch oogpunt nodig was: 17 gevers van de 21 boden meer dan 20% van het startbedrag, terwijl 7 gevers de helft boden. Er werden slechts 2 voorstellen verworpen: een aanbod van 0 mark, en een aanbod van 20% van het startbedrag.

(Een evenwicht, waarbij alle partijen tevreden zijn, wordt een Nash equilibrium genoemd, naar de Nobelprijswinnaar John Nash, bekend van de film “A Beautiful Mind”.)


Guth en zijn collega's besloten de proef te herhalen met dezelfde studeten, waarbij andere paren gevormd werden en de gevers andere startbedragen ontvingen. (p.43)

Dit keer boden 18 gevers meer dan 20%. Slechts 3 gevers boden de helft van het startbedrag. 4 gevers boden een kwart.

Er werden nu 6 voorstellen verworpen door de nemers: bij 3 daarvan had de nemer 20% of minder aangeboden, bij 2 ervan 25% en bij één zelfs 45%.

Het was duidelijk dat de resultaten sterk afweken van de optimale verdeling die men op economische gronden zou verwachten. Na bijkomende tests die bevestigden dat de spelers de spelregels goed begrepen hadden, kwam Guth tot het besluit dat: "de hoofdreden is dat de rationele oplossing niet ervaren wordt als sociaal aanvaardbaar of billijk."

Nemers bleken bereid een opbrengst van 2 mark te laten schieten, liever dan de gever zonder goede reden met 8 mark te laten vertrekken. Dit resultaat veroorzaakte opschudding onder economen. Billijkheid kwam tot dat ogenblik niet in hun woordenschat voor. Zij hadden mensen steeds als rationele wezens beschouwd, maw. wezens die zich altijd richten op het grootste voordeel. Nu bleek dat er ook een rol was weggelegd voor normen, billijkheid en relatieve opbrengst.


Dit trok de aandacht van Sally Blount (Chicago) die een ultimatum game opzette om te onderzoeken of de spelers de verdeling zelf onbillijk vonden, of de manier waarop de verdeling tot stand kwam. (p.46)

Uit studenten werden 17 gevers, 17 nemers en 17 arbiters (“third party”) geronseld. Trio's werden samengesteld met één speler uit elke categorie, en de gevers ontvingen een startbedrag van $10. Zoals met elk ultimatum game ging het startbedrag verloren als de nemer de verdeling weigerde.

Sally Blount liet het spel driemaal uitvoeren: de eerste maal werd de verdeling beslist door de gever (zoals met vorige ultimatum games); de tweede maal werd de verdeling beslist door de arbiter; en de derde maal werd de verdeling beslist met een roulette.

De eerste maal aanvaardden de nemers gemiddelde $2.91 van de $10. Met een onpartijdig arbiter aanvaardden ze gemiddeld $2.08. Met de roulette werd gemiddeld $1.20 aanvaard. Verschillen worden blijkbaar beter aanvaard als ze niet het gevolg zijn van menselijke beslissingen. Onbillijke behandeling is belangrijker dan opbrengst.


Een ultimatum game opgezet door Armin Falk in Zurich (p.48) leverde geen nieuwe conclusies op, maar inspireerde Keith Jensen van het Max Planck institute for Evolutionary Anthropology om het spel met 11 chimpansees te spelen. Het bleek dat chimpansees, in tegenstelling tot mensen, geen enkel bod afsloegen. Meer informatie over dit experiment is te vinden in deze press release. Keith Jensen leidt vandaag nog steeds nieuwe projecten rond ultimatum games met chimpansees en bonobo's.


Het dictator game

Robert Forsythe (Iowa) veranderde het experiment zodat zou blijken of er iets bestaat als een verlangen om te delen. (p. 51)

Het “dictator game”, zoals dit experiment bekend werd, was gelijk aan het ultimatum game met één verschil: de nemer had niets in de pot te brokkelen. Aan het begin werd elke gever gevraagd $5 naar eigen goeddunken te delen. Dat was alles. De gever kon dus eenvoudig het startbedrag op zak steken en buiten wandelen. Toch gaf slechts 42% van hen helemaal niets aan de nemer: 30% gaf $1, de rest minder dan $0.5. Chaudhuri besluit dat de verdeling niet steunt op altruisme, maar op impliciete sociale normen van billijkheid.


Elisabeth Hoffman ontwierp een variant van het dictator game om te onderzoeken in hoeverre de generositeit van de gevers beinvloed was door de vrees een hebzuchtige indruk te maken op de onderzoekers. Eerst werd het gewone dictator game gespeeld; vervolgens werd een korte quiz toegevoegd om te bepalen wie gever werd, zodat de gevers een bepaald “recht” kon laten gelden op het beginbedrag; uiteindelijk werd een “dubbelblind” versie gespeeld, waarbij de spelers genummerd werden en hun beslissingen in een bus gestoken werden.

In het gewone dictator game van Hoffmann gaf de gever gemiddeld 20% weg van het beginbedrag. Wanneer het beginbedrag “verdiend” was in een quiz, gaf 40% niets, en nog eens 40% gaf slechts 10 of 20%.
Wanneer daarboven ook nog het dubbelblind protocol werd ingevoerd, gaf tweederde van de gevers niets, terwijl 84% van de gevers 10% of minder aan de nemers schonken. Hoffman en collega's besloten dat er wel degelijk een groot effect is wanneer de experimenter toekijkt.


Het impunity game

Men kan zich afvragen in hoeverre vrees invloed heeft op de gever. Gary Bolton en Rami Zwick ontwierpen een variant op het ultimatum game die bekend werd als “impunity game” om dit te onderzoeken. In het impunity game is de nemer niet bij machte de gever te benadelen. (p58)

Het spel wordt tien keer gespeeld, telkens met een andere nemer. Als de nemer het niet eens is met het voorstel van de gever, ontvangt de gever zijn deel, maar de nemer krijgt niets. De gever krijgt een beginbedrag van $4, waar het resultaat van elke beurt wordt bijgeteld. Het te verdelen bedrag blijft bij elke beurt $4, waarbij nooit minder dan $0.20 dollar mag aangeboden worden.

Het bleek dat 98% van de gemaakte voorstellen in het voordeel van de gever waren. Geen enkele van deze voorstellen werd afgewezen.

Chaudhuri schrijft (p.61): “wanneer de nemers onbillijke voorstellen niet meer konden bestraffen, hadden de gevers er geen bezwaar meer tegen onbillijke voorstellen te doen. En wanneer de nemers wisten dat hun afwijzing de gever geen nadeel kon berokkenen, namen ze ook de moeite niet meer om het aanbod af te wijzen.“


Chaudhuri besluit zijn hoofdstuk over het ultimatum game met de vaststelling dat een winstgevende overeenkomst kan afgewezen worden omwille van onbillijkheid. Deze onbillijkheid kan zowel liggen in de verdeling zelf, als in de wijze waarop de verdeling tot stand is gekomen. Mensen aanvaarden makkelijk de uitkomst van een loterij, zolang die eerlijk verloopt.

siger

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door siger » 22 dec 2009 12:26

Opmerking:

Deze draad is genoemd naar het eerste deel van Experiments in Economics, maar ik plak hieronder wat ik nog verder kan ontcijferen.

Ik heb me ingespannen soms verwarrende beschrijvingen zoveel mogelijk om te vormen naar eenvoudig en helder Nederlands. Zo heb ik effectloze testcomplicaties en zinloze decimalen bewust weggelaten. Wie alle details wil weten verwijs ik naar het boek.

Alle spellen tot nu omvatten (overwegend) aktieve en (overwegend) passieve spelers, en ik vond één algemene klare benaming voor beide in het oernederlandse gezegde “je moet kunnen geven en nemen”. Welke Engelse benamingen ook allemaal gebruikt worden door opeenvolgende onderzoekers, hier noem ik de aktieve spelers stelselmatig “gevers”, en de passieve spelers stelselmatig “nemers”. In één spel dook een “third party” op, waar ik “arbiter” verkoos omdat het woord de lading beter dekt.

Bij elk experiment dat ter sprake komt heb ik de naam van de eerstgenoemde onderzoeker vermeld. Meestal weren er veel meer wetenschappersd bij betrokken. Men kan er ofwel overheen lezen, ofwel Google erbij halen.

siger

Het investment game: experimenten met vertrouwen.

Bericht door siger » 22 dec 2009 12:29

Het tweede deel van “Experiments in Economics: playing fair with money” van economist Ananish Chaudhuri handelt over vertrouwen en betrouwbaarheid in het gewone leven.

Chaudhuri opent dit deel met een persoonlijke noot: onlangs nam hij een taxi naar een congres, maar moest rechtsomkeer maken omdat hij zijn nota's vergeten was. De taxi wachtte geduldig tot hij weer opdook terwijl, schrijft Chaudhuri, hij makkelijk in een andere taxi had kunnen springen en zich zo $15 besparen. Ons dagelijks leven is vol van zulke situaties: het gebruik van credit cards of aankopen langs e-bay zouden onmogelijk zijn zonder het vertrouwen van vreemden. Uitwisselingen van geld, dingen en diensten gebeuren zelden gelijktijdig, en een zekere mate van vertrouwen is dus bijna altijd een essentieel onderdeel van de transactie.

Het investment game.

Joyce Bergs en anderen ontwierpen het investment game om de rol van vertrouwen en betrouwbaarheid bij transacties te onderzoeken.

In een dubbelblinde test werden 32 gevers en 32 nemers geplaatst in verschillende kamers. Niemand wist met wie men een duo vormde. Elke speler ontving een startbedrag van $10. Omdat men wou vermijden dat de gever gedreven zou worden door een gevoel van verplichting, kreeg de nemer bij aanvang hetzelfde bedrag als de gever.

Nu kreeg de gever de keuze het spel te verlaten met het volledige startbedrag, ofwel een deel of alles over te maken aan de nemer. Elk bedrag dat de gever overmaakte aan de nemer werd verdrievoudigd door de experimentator. De nemer ontving dus steeds het drievoudige van wat de gever afstond. Daarop kon de nemer ofwel niets, ofwel een deel terugzenden aan de gever. Het teruggezonden bedrag wordt niet verdrievoudigd. Hier eindigt het spel.

Meer dan de helft van de startbedragen werden toevertrouwd aan vreemden:
5 gevers zonden hun hele startbedrag ($10) aan de nemer.
9 gevers zonden gemiddeld $7.
12 gevers zonden gemiddeld $4.
4 gevers zonden $2 of $1.
1 gever stak het startbedrag op zak en vertrok.

Heel wat nemers zonden een bedrag terug waardoor zowel gever als nemer beter af waren. Van de 5 nemers die de volle $30 ontvingen:
zond er 1 een bedrag van $20 terug, zodat gever en nemer beide met $20 eindigden.
zonden er 2 een bedrag van $15 terug. Dit leidde tot gelijke verdeling van het startbedrag van de gever (waarbij nemer nog steeds $10 van zichzelf had.)
de 2 overigen zonden $1 of niets terug van de $30 die ze hadden ontvangen, en verlieten het spel dus met bijna $40 op zak.

Later (p 92) werd dit spel herhaald met nieuwe gevers en nieuwe nemers, aan wie eerst verteld was hoe het investment game was verlopen.

In het eerste experiment werd van de $10 gemiddeld $5.20 verzonden. Wanneer de speler echter het verloop van de vorige sessie kenden (de “social history” variant) werd gemiddeld $5.40 verzonden.

Chaudhuri (p93) besluit: de deelnemers aan het “social history” experiment leken wat meer vertrouwen en wederkerigheid te tonen. Zodoende lijkt geschiedenis vertrouwen en betrouwbaarheid beide te versterken, eerder dan te leren dat ze onzinnig zijn. Het leek erop dat een aantal gevers de mening van Ralph Waldo Emerson delen: “vertrouw mensen en ze zullen je eerlijkheid betonen; behandel hen met grootheid, en ze zullen zich groot tonen”.

De resultaten van Berg zijn herhaaldelijk bevestigd door latere, meer uitgewerkte experimenten, onder andere door Andreas Ortmann in Maine (p. 97) en Ananish Chaudhuri in Auckland. Deze onderzoekers besluiten “dat vertrouwen een oerinstinkt zou kunnen zijn dat deelnemers gebruiken om hun gedrag te bepalen in onbekende omstandigheden.” (p. 100)

Het modified dictator game.

James Cox (Arizona) meende dat het originele investment game onvoldoende onderscheid maakte tussen de wens vertrouwen te belonen en andere mogelijke motieven (p. 93.)

Hij ontwierp een experiment dat bestond uit drie games: een investment game zoals hier beschreven, een dictator game zoals in vorige post beschreven, en een combinatie van beide, dat modified dictator game gedoopt werd.

Het modified dictator game werd in de aanvang gespeeld als een investment game: de gever zond een deel van het startkapitaal aan de nemer, die het drievoudige ontving. Op dat moment werd het spel stilgelegd, en werden de proefpersonen vervangen door nieuwe spelers. Deze spelers namen de bedragen over zoals ze op dat ogenblik verdeeld waren. De nieuwe gevers en nemers kregen dus een voor een het bedrag dat de oude gevers en nemers op dat ogenblik in handen hadden. De nieuwe nemers waren nu aan zet, maar mét het besef dat de tegenspeler geen enkele verantwoordelijkheid droeg voor de (gunstige of minder gunstige) financiele situatie die ze hadden geërfd. De nieuwe spelers bevonden zich dus in een klassiek dictator game, want de speler die aan bod was, kon een deel of van het bedrag, of helemaal niets, aan de tegenspeler zenden, of zelfs alles voor zichzelf houden en het spel verlaten. Zoals in een dictator game had de tegenpartij geen zeggenschap.

Het bedrag dat nu werd gezonden kon volgens Cox niet verklaard worden door de wens vertrouwen wederkerig te belonen. Aangezien in het klassieke investment game de gevers gemiddeld $6 van de $10 verzonden, en in het klassieke dictator game slechts $3.6, besloot Cox dat vertrouwen in wederkerigheid de belangrijkste motivatie is bij transacties. In het klassieke investment game werd gemiddeld $5 teruggezonden door de nemers, in het modified dictator game was dit slechts $2. Cox besloot dat zowel altruisme als vertrouwen en wederkerigheid een rol speelden bij de transacties.Werkerigheid en de wens het vertrouwen van de zender te belonen speelde een belangrijker rol dan altruisme.


Het triple dictator game.

Nava Ashraf en anderen (Harvard) hebben daarop een ambitieus project opgezet om de bevindingen van Cox uit te testen in verschillenden landen (Zuid-Afrika, Rusland en de USA.- p. 95)

Het triple dictator game dat ze uitdachten is een combinatie van het investment game (verdriedubbeling van het bedrag dat door de gever wordt aangeboden aan de nemer) en het dictator game (waarin de nemer niet mag reageren, en de gever er niet op kan hopen iets van zijn of haar centen terug te zien.) Ter vergelijking werd ook een klassiek investment game gespeeld. De experimenten van Ashraf bevestigden, voor verschillende nationaliteiten, de conclusie van Cox: wederkerigheid en vertrouwen zijn de belangrijkste motieven bij transacties, terwijl ook andere voorkeuren een rol blijven spelen.

Uri Gneezy en anderen hebben getracht het onderscheid tussen wederkerigheid aan de ene kant en 'het verlangen te delen' aan de andere kant verder te onderzoeken (p. 97). Ze vertrokken van de gedachte dat iemand die handelt op basis van wederkerigheid, een bedrag zal terugzenden dat in verhouding staat tot het ontvangen bedrag, terwijl het ontvangen bedrag van minder belang zou zijn indien ' het verlangen te delen' een grote rol zou spelen. Het investment game werd hiertoe aangepast op zo'n wijze dat het gegeven bedrag verdubbeld werd, terwijl een beperking werd opgelegd aan het bedrag dat de nemer kon terugzenden.

Het bleek dat gevers niet meer dan $2 aan de nemer zonden wanneer ze wisten dat die niet meer dan $2 mocht terugzenden. Dit liep op tot gemiddeld $6 wanneer de nemer $10 mocht terugzenden. Opnieuw bleek het geinvesteerde bedrag vooral af te hangen van de verwachting van wederkerigheid.


Het risky dictator game

Elk vertrouwen dat geschonken wordt houdt het risico in, bedrogen te worden. Een reeks van experimenten werd opgezet om na te gaan wat de samenhang is tussen het nemen van risico's en het schenken van vertrouwen. (p. 101 ev)

Snijders en Keren wijzigden het investment game om na te gaan of er minder geinvesteerd wordt wanneer het risico toeneemt. Ook bij hun variant kregen gevers en nemers een startbedrag van $10. De gever had dan de keuze tussen ofwel niets, ofwel alles over te maken aan de nemer. In het laatste geval intving de nemer het drievoud, dus $30.

Wanneer de gever niets overgemaakte verlieten beide spelers het spel met elk hun startbedrag ($10) op zak. Wanneer de gever zijn $10 overmaakte ontving de nemer het drievoud, dus $30. In dat laatste kon de nemer ofwel het bedrag bij zijn startbedrag voegen en het spel verlaten met $40 op zak, ofwel kon de nemer gelijk delen met de gever, zodat beiden endigden met $20. Wanneer het spel herspeeld werd met andere bedragen, konden veranderingen in het risicogedrag onderzocht worden.

Iris Bohnet en anderen (Harvard) vonden de resultaten van Snijders en Keren niet overtuigend. Zij meenden dat de investering zelf geen onafhankelijke maatstaf is voor genomen risico's.

Bohnet zette een experiment op dat samengevat hierop neer komt. Eertst werd was het investment game van Snijders en Keren gespeeld. Daarop werd een loterijspel gespeeld waarin de gevers gevraagd werd met hun startbedrag van $10 te gokken. Om wederkerigheid volledig uit te sluiten, ontvingen de nemers, die niets hoefden te doen, dezelfde winst als de gevers die het loterijspel werkelijk speelden. Dit laatste werd bekend als het risky dictator game. Immers, net als in het klassieke dictator game hadden de nemers niets in de pot te brokkelen, maar ze deelden wel het risico.

De conclusie van Bohnet en haar collega's was dat meer risico's werden genomen in de loterijspellen dan in het investment game. Vertrouwen schenken aan vreemden is dus niet enkel een kwestie van gokken.

Dit werd bevestigd in andere experimenten.

Catherine Eckel liet een groots opgezet investment game spelen door gevers in Virginia en nemers in Houston. Daarop lieten ze alle deelnemers een uitvoerige vragenlijst invullen die bij psychologen bekend staat als de “Zuckerman Sensation Seeking Scale”. Zoals de titel zegt, maakt deze vragenlijst toe gokkers te identificeren. Het bleek dat het schenken van vertrouwen niet ervaren wordt als een vorm van gokken.

Michael Kosfeld en anderen ontwierpen een experiment dat eveneens een soort investment game en een soort loterijspel omvatte. Als nieuwigheid werd de helft van de spelers behandeld met oxytocine, en de andere helft met een placebo. Oxytocine (een neuro-peptide) heeft invloed op dingen als emotionele relaties, op moederzorg, op sexueel gedrag en op sociale bindingen.

Het bleek dat oxytocine het geschonken vertrouwen deed toenemen, maar geen invloed had op het gokgedrag.

De algemene overweging van Chaudhuri is: “handelen mensen die een vreemdeling moeten vertrouwen als iemand die een lootje koopt? In het algemeen is het antwoord negatief. Het mentale systeem waarmee we beslissen een vreemdeling te vertrouwen verschilt in belangrijke mate van dat wat we gebruiken als we een loterijbiljet kopen.”

Betrouwbaarheid

Hierboven werd uitvoerig over vertrouwen geschreven. Maar als puntje bij paaltje komt hebben we ons vertrouwen in eigen hand, terwijl we naar betrouwbaarheid op zoek moeten. Vertrouwen en betrouwbaarheid zijn twee verschillende dingen. Chaudhuri en anderen hebben het verband tussen beide bestudeerd. Hun besluit is dat een betrouwbaar iemand makkelijk vertrouwen schenkt, maar dat mensen in het algemeen iets makkelijker vertrouwen schenken dan het te belonen. (p.106)

siger

Het public goods game: experimenten met sociale dilemma's.

Bericht door siger » 28 dec 2009 11:27

Het public goods game: experimenten met sociale dilemma's.


(Ik wroet gestaag verder. Het derde deel van “Experiments in Economics: playing fair with money” van economist Ananish Chaudhuri handelt over samenwerking rond publieke goederen.)

Publieke goederen zijn dingen waar - normaal gesproken - iedereen toe bijdraagt en waar ook iedereen van geniet volgens behoefte. Voorbeelden van publieke goederen zijn de brandweer, het stadspark, gezonde lucht en snelwegen. Economen zouden gewoon kunnen vragen wat mensen drijft om al dan niet bij te dragen aan publieke goederen, maar dikwijls zal men niet de waarheid vertellen. Onderzoekers hebben ook hier een geschikt spel bedacht. (p. 125)

Bij een typisch public goods game worden vier spelers samengezet in een kamer. Ieder van hen krijgt een startbedrag van $5, dat ze kunnen verdelen over een eigen rekening en een publieke rekening. Wat ze op hun eigen rekening plaatsen, kunnen ze gewoon houden. Het deel van hun startbedrag dat ze op de publieke rekening plaatsen, wordt verdubbeld door de experimentator en vervolgens gelijk verdeeld over de vier spelers.

Het sociale optimum is natuurlijk dat elke speler zijn of haar volledige startbedrag op de publieke rekening zou plaatsen. Elke speler zou zo eindigen met een veelvoud van zijn of haar startbedrag. Toch voorspelt individualistische rationaliteit een ander verloop. Stel dat alle spelers beslissen niets bij te dragen behalve één, die $1 op de publieke rekening plaatst. Na verdubbeling van deze bijdrage (dus tot $2) en de verdeling van het resultaat over de vier spelers ($0.5 voor elk) blijft de speler die een bijdrage leverde met slechts $4.5 achter, maar wie geen bijdrage leverde met $5.5.

De standaard economische theorie voorspelt dat in zo'n situatie iedereen er voor zou kiezen zo weinig mogelijk bij te dragen, ongeveer zoals in Catch22 van Joseph Heller, een sleutelroman voor Ananish Chaudhuri:

“Het was een prachtig gebouw, en Yossarian was aangedaan door een machtig gevoel van verwezenlijking telkens hij het bewonderde, en besefte dat niets van de arbeid die het gevergd had van hemzelf was gekomen.”

Onderzoekers waaronder Mark Isaac, James Walker, Charles Plott hebben vastgesteld dat als je een groep mensen bij elkaar brengt - of het nu vreemden, vrienden of bekenden zijn - het gemiddelde van hun aanvankelijke bijdragen aan het publieke goed met verrassende regelmaat schommelt tussen 40 en 60% van het startbedrag. Dit is zelfs het geval in verschillende landen en culturen. (p. 127)

Een andere belangrijke algemene regel is dat dit aandeel stelselmatig daalt wanneer meerdere ronden gespeeld worden. Sommige mensen betalen nooit iets, terwijl anderen beginnen met alles te investeren maar hun bijdrage beetje bij beetje verlagen.

Er zijn aanvankelijk twee theorieën geopperd om dit laatste fenomeen te verklaren. De eerste theorie zegt dat mensen gaandeweg leren dat anderen misbruik kunnen maken van hun bijdrage, en dat het dus maar beter is dat meteen zelf te doen. De tweede theorie (van David Kreps en anderen) zegt dat sommige spelers bij voorbaat besluiten om te profiteren van de anderen, maar aanvankelijk toch investeren om naïeve spelers over te halen. Wanneer deze naïeve spelers eenmaal regelmatig bijdragen, zo vermoedde Kreps, verlagen de misleiders hun bijdragen om te profiteren van de naïeve spelers.

James Andreoni (Wisconsin) kwam met een knap bedacht experiment om na te gaan welke van deze twee theorieën juist is. (p. 129)

Zijn public goods game werd gespeeld in groepen van 5 spelers. Er werd tienmaal gespeeld. Bij het begin van elke ronde kreeg elke speler 50 fiches, die hij of zij moest verdelen over een eigen rekening en een publieke rekening. De fiches die geplaatst werden in de publieke rekening werden door de experimentator met 2,5 vermenigvuldigd, en gelijk verdeeld over alle 5 spelers. Wanneer na tien ronden de spelers meenden dat de reeks voorbij was, werden nog drie ronden toegevoegd om na te gaan of de stelselmatige daling van de bijdragen zich zou doorzetten.

Nu werden twee reeksen van zulke spellen gespeeld. In de eerste reeks werd de groep spelers telkens opnieuw samengesteld uit vreemden. Dit werd dus de “strangers-variant” genoemd. In deze variant van het spel was het zinloos om bedrieglijke tekens van samenwerking rond te zenden. Wie hier wilde profiteren, kon dit evengoed doen van het begin af. De tweede reeks werd met ongewijzigde groepen gespeeld, en werd dus de “partners-variant” genoemd. In deze variant was het wél mogelijk het vertrouwen van andere spelers te wekken, zoals voorspeld door de tweede theorie (Kreps).

De resultaten van het experiment bevestigden noch de ene, noch de andere hypothese.

De bijdragen waren hoger in de strangers-variant dan in de partners-variant, en in de partners-variant waren opvallend meer “zwartrijders” (free-riders). Deze resultaten kloppen niet met de theorie dat spelers anderen om de tuin willen leiden door aanvankelijk meer bij te dragen.

Na de verlenging met drie extra ronden sprongen de bijdragen in beide varianten van het spel de hoogte in. Dat klopt dan weer niet met de theorie dat spelers met de tijd leren dat het loont niet bij te dragen.

Talrijke andere experimenten, waarvan sommige zich uitstrekten over meerdere landen en culturen, hebben evenmin uitsluitsel gegeven. Het mysterie bleef onopgehelderd tot, in 1993, Matthew Rabin (Berkeley) met een nieuwe hypothese kwam. Deze hypothese zegt dat alle spelers streven naar onderlinge afstemming, met uiteenlopend resultaat. De ene keer slagen ze erin elkaar te overtuigen om een grote bijdrage te leveren. Een andere keer slagen ze er niet in hun akties af te stemmen, en eindigen ze met lagere bijdragen. De spelers beseffen dan wel dat hogere bijdragen voordeliger zijn, maar niemand kan daar op z'n eentje aan beginnen: enkel als alle spelers terzelfdertijd hun bijdrage verhogen kan het schadelijke evenwicht verbroken worden. De spelers die hoge bijdragen inzetten, zegt Rabin, zijn niet zozeer altruistisch maar zijn “voorwaardelijke samenwerkers” (conditional co-operators): de inzet van voorwaardelijke samenwerkers hangt vooral af van wat ze hopen dat andere groepsleden zullen doen. Wie verwachten dat de anderen weinig zullen bijdragen, houden hun bijdragen zelf laag. Mensen zijn, in deze visie, geen zuivere altruisten of zuivere profiteurs: de meesten handelen volgens het gedrag dat ze verwachten van de anderen.

Deze hypothese werd getest door Ursch Fishbacher (Zurich) en anderen. In een public goods game als hierboven kregen vier spelers elk 20 fiches, die ze konden verdelen tussen een eigen rekening en een publieke rekening. Het bedrag uit de publieke rekening werd met 1,6 vermenigvuldigd en gelijk verdeeld over alle spelers. Maar vóór het spel begon werd elke speler gevraagd 22 getallen op te schrijven. Het eerste getal was hoeveel fiches de speler zou overmaken op de publieke rekening, indien onbekend was hoeveel de andere spelers zouden inzetten; De volgende getallen waren hoeveel fiches de speler zou overmaken als de anderen gemiddeld 0, 1, 2 .... 18, 19 of alle 20 fiches op de publieke rekening zouden inzetten. [Hoewel dit niet duidelijk is in het boek, neem ik aan dat deze resultaten werden rondgedeeld aan de spelers.] (p. 134)

Fischbacher en zijn collega's besloten uit deze en andere experimenten dat het verloop van het public goods game hoofdzakelijk bepaald wordt door voorwaardelijke samenwerkers (50% van de spelers), die wel willen bijdragen als de anderen dat ook doen, en zwartrijders die niets bijdragen (30% van de spelers). Bij de voorwaardelijke samenwerkers zijn er optimisten, die aanvankelijk hoog inzetten omdat ze hetzelfde van de anderen verwachten, en pessimisten, die de kat uit de boom kijken maar volgen als er voldoende inzet is. Gaandeweg ontdekken de optisten dat er zwartrijders in het spel zitten. Bijgevolg verlaagt het gemiddelde van de bijdragen. De pessimistische voorwaardelijke samenwerkers verhogen hun bijdrage als ze zien dat er meer aan het publieke goed wordt bijgedragen dan ze verwachtten. Maar, schrijft Chaudhuri, het blijkt een algemene regel te zijn dat de bijdragen van een ontgoochelde optimist sneller dalen, dan de bijdragen van een verheugde pessimist stijgen.

Deze theorie werd bevestigd door een public goods game opgezet door Ananish Chaudhuri (Auckland) en anderen. In dit spel waren de spelers gedurende 24 ronden onwetend over de bijdragen van de anderen. Er was geen daling van de inzet zoals in vorige spellen: men bleef gemiddeld verder gaan met het bedrag waarvan men vermoedde dat het ook door andere spelers werd ingezet.

Een experiment in Australie, opgezet door Anna Gunnthorsdottir en anderen, bevestigde Fischbacher. In dit public goods game werden de spelers “gesorteerd”: zij die in de eerste ronde minder dan 30% op de publieke rekening zetten werden als zwartrijders geklasseerd en de anderen als voorwaardelijke samenwerkers. Daarna werd verder gespeeld met groepen van enkel samenwerkers en groepen van enkel zwartrijders. Ook in deze groepen bleven de bijdragen op dezelfde hoogte.

De daling van bijdragen aan het publieke goed, waargenomen in elk klassiek public goods game, was, zo bleek nu, te wijten aan de ontgoocheling van samenwerkers die met zwartrijders geconfronteerd werden, zelfs indien het aantal zwartrijders relatief klein was.

Maar voorwaardelijke samenwerkers die te pessimistisch zijn dragen evenmin bij. Een injectie van optimisme - maw. spelers ervan overtuigen dat er veel conditionele samenwerkers in de groep zitten - blijkt wel het hele proces op gang te kunnen trekken.

Ernst Fehr (Zürich) en anderen hebben onderzocht hoe samenwerking behouden kan worden. Ze lieten het public goods game spelen op de manier van Andreoni, maar na elke ronde werd ieders bijdrage meegedeeld, en elke speler kreeg de gelegenheid zwartrijders te beboeten. Hoewel de beboeter zelf evenveel moest inleveren als de zwartrijder, werd volop beboet, zij het iets meer in de partners-variant dan in de strangers-variant van het spel. Overal stegen de bijdragen aan het publieke goed in de loop van de reeks. (p. 143)

David Masclet (Lyon) en anderen hebben dit experiment herhaald, maar met een puntenbeoordeling zonder financiele beboeting. Deze “bestraffing” had aanvankelijk hetzelfde effect als de financiele boete, maar het effect verzwakte naarmate meer ronden gespeeld waren. (p. 145)

Tenslotte hebben talrijke studies uitgewezen, dat grondige bespreking van het dilemma onder de spelers een even gunstig effect hebben op de bijdragen aan het publieke goed als beboeting. (p. 146ev)

Al deze experimenten tonen aan, zegt Ananish Chaudhuri (p. 156), dat mensen in de loop van talrijke economische transacties hebben geleerd routinematig samen te werken met niet-verwante vreemdelingen, dikwijls in grote groepen, met mensen die die ze nooit terug zullen zien en waarbij iemands reputatie weinig of geen belang heeft. Mensen dragen niet enkel systematisch bij tot liefdadigheid: ze geven bloed en organen aan volslagen. Bijgevolg volstaan biologische theorieën als verwantsschapsselectie (“kin selection”) en wederkerig altruisme mogelijk niet om de patronen van brede menselijke samenwerking te verklaren. Economen die bij het hier samengevatte onderzoek betrokken waren stellen een nieuwe theorie voor: “sterke wederkerigheid” (“strong reciprocity”). Hiermee bedoelt men de aanleg om heilzame normen van samenwerking op te stellen en diegenen te bestraffen - desnoods met eigen schade - die deze normen van samenwerking overtreden, zelfs als het onwaarschijnlijk is dat deze schade ooit op een of andere wijze vergoed zal worden.

Gebruikersavatar
Joe Hn
Bevlogen
Berichten: 1704
Lid geworden op: 13 feb 2008 17:28

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door Joe Hn » 28 dec 2009 15:02

Het is jammer dat ik hier zo weinig van weet, want interessant is het wel. Economie heeft mij nooit echt geboeid. Zal wel te maken hebben met een soort "middelbareschooltrauma". Zodra economie teveel op politiek ging lijken, werd het voor mij een soort ver-van-mijn-bed-show. Bij geschiedenis was dat juist andersom. Het begon allemaal leuk met de zeer oude, mysterieuze geschiedenis van de aarde. Maar zodra de middeleeuwen behandeld waren, en het steeds meer op een soort maatschappijleer begon te lijken (weer die politiek), verloor ik mijn interesse. Ik weet nog wel dat de economieleraar als intro vertelde dat het niet (slechts) om geld ging, maar om menselijke behoefte en hun gedrag omtrend goederen en grondstoffen. Maar dat deel werd uiteindelijk vrijwel niet behandeld.

Deze nieuwe kijk op economie doet mijn interesse enigszins stijgen. Al kan ik er niet echt over meepraten. Toch maar een reactie van mijn kant, voordat dit onderwerp wegzakt in het forumweb. Oftwel: Goed bezig Siger!
Remember kids, fly, fear, fall, flare, fight, forgive, find out. Always remember.

siger

Het stag hunt game: experimenten met organisatie.

Bericht door siger » 30 dec 2009 11:42

Het stag hunt game: experimenten met organisatie.

De laatste hoofdbrok van “Experiments in Economics: playing fair with money” van economist Ananish Chaudhuri handelt over samenwerking in organisaties.

Het stag hunt game (in het Nederlands “hertenjacht spel”) dankt zijn naam aan de Franse filosoof Jean-Jaques Rousseau. Rousseau schreef over twee jagers die er op uit trekken om een hert te vangen. Terwijl ze stilletjes naderbij sluipen bemerkt één van beiden een konijn. Het beestje is makkelijk te grijpen, maar dat zal het hert opschrikken en wegjagen. Als één jager de overeenkomst verbreekt en kiest voor kleinere maar snellere opbrengst, gaat de grote vangst voor beide verloren. Dat is een organisatiedilemma dat voortdurend aanwezig is in samenlevingen, bij dieren die in groep jagen en bij jagersstammen, maar nog veel meer in de moderne samenleving. Bedenk alleen maar hoeveel mensen hun steentje moeten bijdragen om een vliegtuig te bouwen of een spoorwegnet uit te baten, of om bij McDonalds een maaltijd op te leveren binnen enkele minuten. Heel wat dagelijkse beslissingen horen tot dezelfde soort coordinatieproblemen: rijden we links of rechts, schakelen we naar 220 of 110 volt, stoppen we bij rood of groen, koop ik een Mac of een PC, zal ik deelnemen aan een protestbetoging? Al deze coordinatieproblemen herinneren aan het stag hunt game. Er zijn andere types van coordinatieproblemen, maar die zijn zeldzamer en ik verwijs ervoor naar het boek.

John Van Huyck (Texas) en anderen hebben een spel opgezet om coordinatiegedrag te bestuderen. In een groep moest elke speler een cijfer kiezen tussen 1 en 7. Als alle spelers hetzelfde cijfer kozen, kreeg ieder een bedrag uitgekeerd. Hoe hoger dit gemeenschappelijke cijfer, hoe hoger het uitgekeerde bedrag. Wanneer niet alle spelers hetzelfde cijfer kozen kregen alle spelers een veel kleiner bedrag. De speler die het laagste cijfer had gekozen kreeg wat meer, de speler die het grootste cijfer had gekozen kreeg het minst. (p.178)

Men kon dus het cijfer 7 kiezen en hopen dat de anderen ook voor de grootste winst gingen. Dit was als het ware de grote hertenjacht. Maar indien slechts één speler afhaakte en voor het cijfer 1 koos - zeg maar voor het konijn - was het beter voor allen om het cijfer 1 te kiezen.

Het spel werd gespeeld door 7 groepen van 14, 15 en 16 spelers, en elke groep speelde tien rondes. Er was geen communicatie tussen de spelers, maar na elke ronde werd wel het laagst gekozen cijfer meegedeeld.

In geen geen enkele groep kozen alle deelnemers het cijfer 7. Bij de eerste ronde lag het laagst gekozen cijfer tussen 1 en 4, en reeds na enkele ronden was dit voor alle groepen gedaald tot 1. Blijkbaar was men niet bij machte de dalende tendens te doorbreken om de voordeligste keuze te maken.

Van Huyck herhaalde zijn experiment met kleinere groepen. Eensgezindheid rond het cijfer 7 werd snel bereikt indien de groep uit twee spelers bestond, maar coordinatie met drie spelers of meer was moeilijk te verwezenlijken. Opnieuw liep het vertrouwen van economisten in de menselijke rationaliteit een deuk op. (p. 179)

Chaudhuri schrijft hierover (p. 180):
Overbodig te zeggen dat deze resultaten een komplete verrassing waren voor de meeste economisten. Vóór de resultaten van deze studies gepubliceerd waren [in de jaren negentig] meenden de meeste economisten dat rationeel economisch handelende wezens zelf de keuze zouden maken die het meeste geld opbracht.
Deze resultaten ontkrachtten die veronderstelling volledig. Zij lieten vermoeden dat in de afwezigheid van enige tussenkomst, regel, overeenkomst of communicatie met anderen en de mogelijkheid beloftes te maken, zelfs intelligente mensen het bijzonder moeilijk hebben om overeenstemming te bereiken.


De invloed van communicatie op georganiseerde samenwerking werd verder onderzocht.

De eerste experimenten beperkten zich tot het oorspronkelijke hertenjacht verhaal, waarbij de spelers uit slechts twee mogelijkheden konden kiezen: samen op een hert jagen, of op eigen houtje voor een kleinere prooi gaan.

Russell Cooper (Iowa) en anderen lieten aan het begin van een stag hunt game met twee spelers, een of beide spelers hun keuze aankondigen. Slechts een korte mededeling was toegelaten, om de kans op verwarring te beperken, en om het experiment overzichtelijk te houden. (p. 183)

Wanneer slechts één speler de gelegenheid kreeg een mededeling te doen, deelde die in 87% van de gevallen mee voor de hertenjacht te kiezen. Toch kwam het slechts in 60% van de gevallen tot een eensgezinde hertenjacht. Eenrichtingscommunicatie leidde dikwijls niet tot samenwerking.

Wanneer beide spelers de gelegenheid kregen hun keuze bekend te maken, zegde 95% voor de hertenjacht te kiezen. En in 91% van deze gevallen lukte dat ook.

Van Huyck meende dat onzekerheid de belangrijkste hinderpaal is bij zulke coördinatieproblemen. Men kon immers met luide trom aankondigen voor de hertenjacht te kiezen, maar in werkelijkheid het zekere voor het onzekere nemen, want als niet iedereen meedeed, was de hertenjacht een slechte keuze. In elk geval konden de anderen twijfelen aan de oprechtheid van de aankondiging, en afhaken om dezelfde reden. Door deze onzekerheid kan elke speler in de verleiding komen toch maar voor de kleinere buit te gaan.

Om zulke onzekerheid weg te nemen liet Van Huyck bij de aanvang van het stag hunt game één strategie voorstellen door een onafhankelijk arbiter. Daarbij kwam in haast alle gevallen eensgezindheid tot stand. (p. 184)

Tot zover het onderzoek naar de invloed van communicatie in het stag hunt game met slechts twee keuzemogelijkheden. Toen Cooper en anderen experimenten uitvoerden met drie mogelijkheden werden de resultaten op slag veel onduidelijker. Wanneer slechts één speler aankondigde voor de grootste opbrengst te gaan, werd die bijna altijd door alle anderen gevolgd. Wanneer daarentegen twee spelers een mededeling deden, koos minder dan de helft voor samenwerking. (p.185)

Het beperkte effect van aangekondigde strategieën in complexere organisaties werd verder onderzocht door Andreas Blume (Pittsburgh), Andreas Ortmann (Praag) en anderen. Zoals in de test van Van Huyck hierboven lieten zij groepen spelers een cijfer kiezen van 1 tot 7. Als ze hetzelfde hetzelfde cijfer kozen ontvingen ze een relatief groot bedrag, zo berekend dat hoe hoger cijfer hoe groter bedrag. Wanneer de spelers verschillende cijfers kozen kreeg ieder een kleiner bedrag, zo berekend dat hoe lager cijfer, hoe hoger bedrag. Het voordeligste was dus overeenstemming te bereiken rond een zo hoog mogelijk cijfer. Wanneer dat niet lukte, was het voordeliger een laag cijfer te hebben.

Er werden tien ronden gespeeld. Bij de helft van de groepen konden de spelers een cijfer aankondigen dat ze gingen kiezen. Ze waren niet verplicht dat cijfer ook werkelijk te nemen.

Zoals te verwachten was bereikten de groepen waar de cijfers aangekondigd werden een hogere afstemming. Maar ook bij die groepen bleef samenwerken moeilijk: van de acht groepen was er slechts één die steeds eensgezind voor het hoogste cijfer 7 koos.


Tenslotte bleef de vraag of er andere mogelijkheden dan communicatie zijn om de samenwerking te verhogen. Jordi Brandts (Barcelona) en anderen ontwierpen een stag hunt game waarin de spelers de rol van werknemers aannamen, en in plaats van een cijfer, een aantal werkuren per week (van 0 tot 40) moesten kiezen (p. 188 ev). Een bonus werd afhankelijk gesteld van de mogelijkheid tot overeenstemming te komen rond een hoog aantal werkuren. De resultaten bleven echter twijfelachtig, tot één speler per groep als “manager” aangesteld werd, met de opdracht de bonussen te bepalen én daarover te communiceren. De managers, meenden de onderzoekers, overtuigden de spelers ervan dat de andere spelers voor een hoog getal zouden kiezen of, zoals Chaudhuri zegt, ze bestreden “strategic uncertainty”.

Zoals in vorige experimenten met coordinatie zijn spelers bereid zich in te zetten, als ze geloven dat de anderen dat ook zullen doen. Samenwerking blijkt steeds terug te vallen op vertrouwen.

Hoe dit kostbare vertrouwen in een samenleving tot stand komt en bewaard wordt, is eveneens een onderwerp van onderzoek. Roberto Weber (Carnegie Mellon) deed experimenten met de uitbreiding van kleine samenwerkende groepen in het oorspronkelijke stag hunt game (p.195). Wanneer de groepen werden uitgebreid met nieuwe spelers die de vorige ronden stilzwijgend hadden gadegeslagen, bleef de samenwerking beter behouden (tot 12 spelers bleven bij 7) dan wanneer de nieuwelingen niet van de “history” van het spel op de hoogte waren.

Een ander experiment door Chaudhuri en anderen onderzocht de invloed van generatiewisseling op coordinatieproblemen (p. 197). Daartoe werden spelers op regelmatige tijdstippen vervangen door nieuwe, die vooraf advies kregen van hun voorgangers. Zulk advies bleek nefast voor samenwerking. Dikwijls klonk het als “kies voor 1, de anderen zeggen wel dat ze voor 7 gaan, maar dat doen ze niet.” Vreemd genoeg volgde de nieuwe generatie dit advies meestal, zelfs als het spel met een “history” wordt uitgebreid, en ze dus met eigen ogen gezien hadden dat het advies niet strookte. Een belangrijke wending kwam wanneer advies hardop in het publiek werd voorgelezen. Niemand adviseerde nog voor 1 te gaan, en er werd regelmatig voor 7 gekozen.

Opnieuw bleek, schrijft Chauduri, hoe belangrijk optimistisch geloof in de anderen is om akties te coordineren.

siger

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door siger » 02 jan 2010 12:28

Joe Hn schreef:Deze nieuwe kijk op economie doet mijn interesse enigszins stijgen. Al kan ik er niet echt over meepraten. Toch maar een reactie van mijn kant, voordat dit onderwerp wegzakt in het forumweb. Oftwel: Goed bezig Siger!
Bedankt Joe.

Ik heb tot nu mijn persoonlijk standpunt achtergehouden om een helder en zakelijk overzicht te kunnen geven.

Dit boek is het verslag van een stille revolutie die gedurende de laatste twintig jaar in de economische wetenschap heeft plaatsgevonden. In tegenstelling tot de klassieke economie, worden waarnemingen uit experimenten verzameld en uitgewerkt tot een wetenschappelijk testbare theorie. Deze theorie zegt dat niet zelfzucht of altruisme de menselijke samenleving verklaren, maar een voorkeur voor fairness en trust: voor billijkheid en vertrouwen.

Mensen doen aan liefdadigheid en geven bloed en organen weg aan volslagen vreemden. Handel wordt gedreven met grote groepen mensen die elkaar nooit terug zullen zien, en waarbij geen reputatieverlies te vrezen is. De sociobiologie, zegt Chaudhuri (p. 156), schiet hier tekort als verklaringsmodel. Dat herinnert aan Richard Lewontin, een geneticus die al vroeg geprotesteerd heeft tegen de in wezen politieke “DNA-doctrine” van sociobiologen en evolutiepsychologen. Volgens Lewontin was de rol van genen in menselijke culturen betrekkelijk en veranderlijk: de paar honderdduizend genen die mensen bezitten volstaan gewoon niet om complexe sociale handelingen te verklaren.

Chaudhuri en andere economen stellen voor de menselijke samenwerking te verklaren als strong reciprocity (“sterke wederkerigheid”). Dit is onze verrassende bekwaamheid normen en regels te maken en toe te passen. Deze samenwerking kan ook mislukken. Mensen zijn conditional co-operators (“voorwaardelijke samenwerkers”), die zich aan zulke normen en regels houden als ze erop vertrouwen dat anderen dat ook zullen doen. Normen en regels behoren tot de cultuur, die een aktief menselijk maaksel is.

Wederzijds vertrouwen wordt opgebouwd door communicatie en door publieke bekendmaking, en worden desnoods verdedigd door altruistic punishers, “onbaatzuchtige bestraffers” die desnoods zelf groot verlies lijden, liever dan zwartrijders onbestraft te laten. Let wel dat hier over “trust” gesproken wordt, en niet over “truth”. Het begrip waarheid komt in het boek niet voor. Dit alles herinnert aan de historische hoogtepunten van menselijk kunnen, maar ook aan de rol van godsdienst als operating system en aan zelfmoordterroristen.

Het lijkt het er op dat de DNA-doctrine nu wel definitief de prullenmand in mag. Net zoals protonen niet relevant zijn bij de beschrijving van een reptiel, is DNA niet relevant bij de beschrijving van een menselijke cultuur. Richard Dawkins heeft niet zomaar voorgesteld genen door “memen” te vervangen.

Ook de onaantasbaar geachte “wet van vraag en aanbod” krijgt klappen van de experimentele economie. Twee eeuwen lang hebben klassieke economen ons bezworen dat de samenleving zal instorten als we het “rationele” winstprincipe overtreden om noden te lenigen. Nu wordt door middel van wetenschappelijke experimenten aangetoond dat mensen weigeren winstgevende overeenkomsten te sluiten die niet met hun rechtvaardigheidsgevoel stroken. Dan overklast de door de cultuur in stelling gebrachte billijkheidsnorm het winstprincipe. Maar hou de violen nog even stil: billijkheid is niet altijd en overal hetzelfde. Het plaatselijke rechtvaardigheidsgevoel kan individuele mensenrechten omvatten, of het recht van de sterkste of, in dezelfde trant, goddelijk alleenrecht, enzovoorts.

Dat is immers aan ons.

Gebruikersavatar
heeck
Superposter
Berichten: 8344
Lid geworden op: 21 aug 2006 14:19
Locatie: Leeuwarden

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door heeck » 02 jan 2010 13:00

Siger,

Had je je uitreksel al aangehouden tegen "Een tijd voor empathie", van Frans de Waal ?
Dezelfde soorten experimenten met diverse soorten apen, vergelijkbare uitkomsten in het verwerpen en aannemen van "deals" en de kennelijke aanwezigheid van gevoelens van rechtvaardigheid. etcetera.

Roeland
Begrip is een waan met een warm gevoel. Dus Mijdt Spijt.
http://skepp.be/nl/rare-apparaten/alfabetisch/full

Gebruikersavatar
Devious
Erelid
Berichten: 6467
Lid geworden op: 14 jul 2003 22:17
Locatie: saturn
Contacteer:

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door Devious » 02 jan 2010 16:00

Heel interessant dit. Ik plaats even een melding op de portal met een link naar deze draad.
'Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.’ Epicurus (341-271vc)

siger

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door siger » 04 jan 2010 11:36

@Heeck,

Interessant, zal ik zeker doen, maar dit stond alvast in mijn openingspost (met interessante link naar Max Planck inst.):
siger schreef:Een ultimatum game opgezet door Armin Falk in Zurich (p.48) leverde geen nieuwe conclusies op, maar inspireerde Keith Jensen van het Max Planck institute for Evolutionary Anthropology om het spel met 11 chimpansees te spelen. Het bleek dat chimpansees, in tegenstelling tot mensen, geen enkel bod afsloegen. Meer informatie over dit experiment is te vinden in deze press release. Keith Jensen leidt vandaag nog steeds nieuwe projecten rond ultimatum games met chimpansees en bonobo's.

Gebruikersavatar
heeck
Superposter
Berichten: 8344
Lid geworden op: 21 aug 2006 14:19
Locatie: Leeuwarden

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door heeck » 04 jan 2010 14:25

SIGER,
Er valt best meer naast elkaar te leggen; al is het maar om te voorkomen dat het een wedstrijdje "oneliners kwoten" wordt.
Het lijkt er meer naar uit te zien dat en Jensen en De Waal proeven hebben gedaan die op het eerste gezicht onvergelijkbare uitkomsten laten zien.
Ongetwijfeld kennen ze elkanders werk; dus zal er iets meer zijn dan een ogenschijnlijke tegenstelling.

Mijn aangever was overigens meer gericht op het als een vondst gebrachte "moderne" inzicht van economen dat mensen ook wel eens anders dan bruut maximerend beslissen; wat de meesten wel al uit eigen ervaren kennen, terwijl dat bij apen ook al blijkt te bestaan. Beetje achterlijke economen lijkt het.

Dat afwijzen gebeurt op grond van iets dat geen andere uitleg toelaat dan hetzelfde wat mensen "rechtvaardigheid" noemen. Dat vind ik een aardige naast het buiten de menselijke soort voorkomen van "empathie".
Mij lijkt dat alles zo onvermijdelijk omdat sociaal samenleven niet zonder zulk soort gedragingen kan.
Of dat nu wel of niet met bewustzijn gepaard gaat.

Eindeloos interessant om wat bij te houden"
http://www.sciencemag.org/cgi/content/abstract/318/5847/107 schreef: Chimpanzees Are Rational Maximizers in an Ultimatum Game
Keith Jensen,* Josep Call, Michael Tomasello

Traditional models of economic decision-making assume that people are self-interested rational maximizers. Empirical research has demonstrated, however, that people will take into account the interests of others and are sensitive to norms of cooperation and fairness. In one of the most robust tests of this finding, the ultimatum game, individuals will reject a proposed division of a monetary windfall, at a cost to themselves, if they perceive it as unfair. Here we show that in an ultimatum game, humans' closest living relatives, chimpanzees (Pan troglodytes), are rational maximizers and are not sensitive to fairness. These results support the hypothesis that other-regarding preferences and aversion to inequitable outcomes, which play key roles in human social organization, distinguish us from our closest living relatives.
Hier verwijzing naar de op "eerlijkheid" gerichte proeven
De Waal, noot 237 over de proeven met ongelijke beloning.
Het oorspronkelijk onderzoek bij kapucijnapen door Sarah Brosnan en mij werd in 2003 gepubliceerd, gevolgd door een onderzoek met meer apen en strengere controleprocedures door Megan van Wolkenten en medewerkers (2007). Herhalingen van dit experiment die onze bevindingen deels ondersteunden werden uitgevoerd door Grace Fletcher (2008), Julie Neiworth en medewerkers ( . .), 2009.
Is a sense of inequity an ancestral primate trait ? Testing social inequity in cotton top mandarines [Saguina oedipus]. Journal of Comparitive Psychology( 123:10-17.)
Brosnan (2008) geeft een evolutionaire uitleg van de reacties van prmaten op ongelijkheid.


Roeland
Begrip is een waan met een warm gevoel. Dus Mijdt Spijt.
http://skepp.be/nl/rare-apparaten/alfabetisch/full

siger

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door siger » 05 jan 2010 11:12

@Heeck,

De strekking van het boek is dat wetenschappelijke experimenten allerlei evolutionaire gedragstheorieën weerleggen. Grijp jij nu terug naar de "ancestral traits"-tautologie van vroeger? Of begrijp ik je fout?

Gebruikersavatar
heeck
Superposter
Berichten: 8344
Lid geworden op: 21 aug 2006 14:19
Locatie: Leeuwarden

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door heeck » 05 jan 2010 13:06

Siger,
Me van geen kwaad bewust.
Ik lees het door jou aangehaald recent onderzoek met een paar hilites daaruit en ik leg daar idem wat naast dat m.i. het plaatje wat verder in- & aanvult.

Nee, ik grijp niet terug naar "ancestrial traits" in overgesimplificeerde vorm. Wel benadruk(te) ik de noodzaak van allerlei vormen van empathisch, sociaal, en afgunstig gedrag omdat ze onontbeerlijke bouwstenen zijn bij sociaal samenlevenden.
Paar geselecteerde zinnen uit Sigers-uittreksels schreef: Heel wat economische theorieën veronderstellen dat mensen rationeel handelen, of anders gezegd dat ze altijd datgene doen wat henzelf het meeste oplevert. Maar soms wordt een overeenkomst die winst zou opleveren niet gesloten omdat één van de partijen vindt dat ze onbillijk is.
. .
Nader onderzoek (p62) heeft aangewezen dat niet alle culturen hetzelfde denken over wat billijk is. Dát algemene normen van billijkheid overal een grote rol spelen is wel duidelijk.
. . .
het spel met 11 chimpansees te spelen. Het bleek dat chimpansees, in tegenstelling tot mensen, geen enkel bod afsloegen.
Volgende aanhalingen om te laten zien dat ik een door DeWaal en Jensen samen geschreven commentaar zou waarderen. Wie weet bestaat dat ?

Hieronder de proeven van De Waal die aantonen dat apen wel afslaan of verontwaardigd reageren bij "unfair treatment" en zelfs overgaan tot weigeren.
De proefopstelling is nagenoeg dezelfde als bij de chimps van Jensen (die overigens niet met 11 tegelijk, maar per tweetal werden beproefd).
Ergens moet dus een verschil zitten dat de schijnbare tegenstrijdigheid verklaard.
Tijd voor empathie schreef: p.181:
"Dat {menselijk gedrag} die we volgens staat ver af van de rationele winstmaximaliseerders die we volgens economen zouden zijn. Traditionele economische modellen houden geen rekening met het menselijk gevoel voor eerlijk delen. "

DeWaal beseft wat in "Ultimatum game" verder is getoetst. Jensen & DeWaal hebben uit verschillende bron dezelfde aanleiding tot onderzoek lijkt me.

p.200:
Gezien de hoogontwikkelde uitwisseling van gunsten bij onze naaste verwnten, waarbij misschien zelfs van planning en vooruitdenken sprake is, vraag je je af waarom sommige wetenschappers die zich met menselijke wederkerigheid bezig houden hun onderzoeksterrein afbakenen tegen diergedrag"

p.203:
"Maar hoewel niemand betwijfelt dat we valsspelen afkeuren, is de evolutionaire oorsprong van deze gevoelens onderwerp van debat"

p.208 Beschrijving van de proef met kapucijnapen:
"Sarah testte twee apen tegelijk. Ze gaf een van hen een kiezelsteentje en stak vervolgens haar hand uit, zodat de aap het kon ruilen voor een schijfje komkommer. Om beurten ruilden de apen met alle genoegen wel vijfentwintig keer achter elkaar. Zo gauw we ongelijkheid introduceerden, verslechterde de sfeer. Een van de apen kreeg nog steeds komkommer, terwijl zijn partner nu mocht genieten van druiven, een zeer geliefd hapje. . . . . Sterker nog, . . . . gooide soms zelfs de schamele komkommerschijfjes weg.
Voortreffelijk eten weggooien alleen omdat een ander iets beters krijgt, lijkt op de manier waarop wij een onrechtvaardig laag bedrag weigeren of mopperen over een afgesproken denarius."

De proeven zouden scherper moeten worden vergeleken om te zien of het zou kunnen zijn dat "afgunst" en "prosociaal" gedrag èn bij veel mensen èn bij sommige andere dieren meer of minder samenvalt met het meer of minder vreemde zijn t.o.v. de betrokken partner in de proefopzet.
R.
Begrip is een waan met een warm gevoel. Dus Mijdt Spijt.
http://skepp.be/nl/rare-apparaten/alfabetisch/full

Gebruikersavatar
heeck
Superposter
Berichten: 8344
Lid geworden op: 21 aug 2006 14:19
Locatie: Leeuwarden

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door heeck » 07 jan 2010 14:39

Voor de liefhebbers op dit terrein a.s. 14 januari een naar ik verwacht interessante lezing:
http://studium.hosting.rug.nl/2010_Acti ... idMind.htm
Zie ook:
http://en.wikipedia.org/wiki/Merlin_Donald
Roeland
Begrip is een waan met een warm gevoel. Dus Mijdt Spijt.
http://skepp.be/nl/rare-apparaten/alfabetisch/full

siger

Re: The ultimatum game: experimenten met billijkheid.

Bericht door siger » 09 jan 2010 11:40

@Heeck,

Zoals ik bij het begin aangaf brengt het boek van Chaudhuri verslag uit over een nieuwe invalshoek in de economische wetenschap. Ik vond deze nieuwe invalshoek het signaleren waard: nl. wetenschappelijke methode in de handen van economen die (eindelijk) menselijke-gedragsonderzoekers worden, en het feit dat dit menselijk gedrag nu eindelijk meer aan observatie wordt onderworpen dan aan de vrije asociaties en aan subliminaal-politieke speculaties.

De auteur heeft teintallen en vermoedelijk honderden concrete experimenten verwerkt, en beperkt speculatie tot enkele bladzijden (die ik dan nog grotendeels uit mijn samenvatting geweerd heb).

Plaats reactie